Met ‘Triangle of Sadness’ zet Ruben Östlund de superrijken in de zeik. Of beter: in de kots

Triangle of Sadness © National
Dave Mestdach
Dave Mestdach Chef film van Knack Focus

Met The Square lichtte hij de kunstwereld het voetje. Met opvolger Triangle of Sadness legt hij de bourgeoisie over de knie. Zweeds filmsater Ruben Östlund over zijn klotsende, met de Gouden Palm bekroonde klassenkomedie op een luxecruise.

Unaniem lovend waren de critici in Cannes niet toen Ruben Östlund daar afgelopen mei zijn klassensatire Triangle of Sadness voorstelde, maar dat weerhield de jury er niet van om de Zweedse filmmaker te belonen met de Gouden Palm, zijn tweede nadat hij in 2018 al won met voorganger The Square. Naar de reden voor de gemengde reacties hoeft niet lang te worden gezocht. Niet alleen gaat het om een onvervalste komedie, een genre dat zelden in de bovenste schuif ligt op filmfestivals. Het is er ook nog eens een die de politieke satire en grand guignol niet schuwt, inclusief een groteske, nu al memorabele kotsscène op een luxecruise die sommige cinefielen duidelijk zwaar op de maag lag.

Je kunt de Gouden Palm altijd een keer winnen per toeval. Of per vergissing. Maar als je hem twee keer wint, kan men niet langer zeggen dat de jury die avond stomdronken was.

Om malversaties, en ongewenste oprispingen, te voorkomen: Triangle of Sadness is géén platvloerse kolder over de geprivilegieerde passagiers van een cruiseschip die hun oesters opbraken tijdens een storm op zee. Toch niet exclusief. Wat Östlund gespreid over drie verschillende gangen presenteert is zowel een vileine komedie over de clash der klassen, een buñueliaanse satire op de laatkapitalistische jetset, als een survivalavontuur op een onbewoond eiland.

Alles begint wanneer een jong koppel – beiden fotomodel en influencer – een luxecruise wint, maar een veel woeliger trip meemaakt dan ze op Instagram voor mogelijk hielden. Een storm doet het schip, onder commando van een dronken kapitein die het marxisme bezingt en verdacht veel op Woody Harrelson lijkt, kapseizen, waarop het bonte gezelschap – waaronder een Russische oligarch en een Britse wapenhandelaar – op een afgelegen eiland strandt. Daar wordt de sociale hiërarchie op zijn kop gezet, wanneer het cruisepersoneel niet langer de willetjes en grilletjes van het steenrijke cliënteel wil inwilligen.

Maak je borst dus nat voor een fabel over arm tegen rijk, socialisme tegen kapitalisme, en bovendek tegen onderdek. Östlund tackelt de topics met uitgesponnen praatscènes, met kleurrijke karakters en met saillante sitcom die meestal met uitgestreken gezicht, maar af en toe ook met rondvliegende lichaamssappen wordt geserveerd. Naar de morele suggestiviteit van Turist (2014), de zwarte lawinekomedie waarmee Östlund doorbrak, is het dan ook zoeken, en ook de fijne grimas van The Square, zijn sardonische blik op het kunstwereldje, ontbreekt. Maar saai, voorspelbaar of alledaags? Dat is Triangle of Sadness in geen geval.

© National

‘Ik wilde all the way gaan’, aldus de Zweed die van het in zijn hemd zetten van de westerse bourgeoisie zijn fort heeft gemaakt. ‘Ik wilde een wilde, entertainende rollercoaster creëren om mee te lachen. Dat vinden sommige critici blijkbaar een vieze, verdachte ambitie. Ik wilde een film maken in de seventiestraditie van Luis Buñuel en Lina Wertmüller, die populair vertier en intellectuele ideeën combineerden, die mensen entertainden maar tegelijk een debat op gang trokken.’

Je had de gemengde reacties dus voelen aankomen?

Ruben Östlund Tijdens testscreenings zagen we de mensen smakelijk lachen. Na de persvisie in Cannes hadden de geconstipeerde arthouse-intellectuelen iets van: wat moeten we hiervan denken? Ik heb wel moeten gniffelen, maar mag ik dat als ernstig criticus toegeven? Alsof cinema zwaar en saai moet zijn om goed of interessant te zijn. Voor mij was Play (2011) een breekpunt. Ik was tevreden met die film, maar ik had het gevoel dat ik de formalistische, cerebrale manier van films maken tot op de limiet had doorgetrokken. Ik wilde minder Haneke, en meer Hollywood, al heb ik Haneke altijd een goede entertainer gevonden. Turist was mijn eerste stap in de richting van meer Amerikaanse cinema. Die heeft een nauwer contact met het publiek dan de Europese. Omdat ze niet gesubsidieerd is. In Europa leeft het idee dat cinema de cultuur moet verbeteren en over maatschappelijke issues moet gaan. Dat idee ontstaat omdat de staat over de schouders van de regisseur meekijkt. In Amerika mag je gewoon verstrooien. Het is trouwens ironisch: in de jaren zeventig stond dat subsidiesysteem nog niet op punt, maar toen werd er in Europa meer boeiende, gedurfde cinema gemaakt.

Je bent duidelijk géén communist, in tegenstelling tot kapitein Woody Harrelson in je film.

Östlund: Schuldig. (lacht) Competitie en kapitalisme hebben veel goede dingen voortgebracht voor veel mensen. Alleen moet je wel regels en overheidscontrole hebben, anders loopt het uit de hand. Volgens mij vond zelfs Karl Marx dat ook.

© National

Was je verrast dat je de Gouden Palm won, je tweede op een rij?

Östlund: Ik was blij. En opgelucht. Je kunt de Gouden Palm altijd een keer winnen per toeval. Of per vergissing. Maar als je hem twee keer wint, kan men niet langer zeggen dat de jury die avond stomdronken was. Wat ik geestig vind is dat de linkse Franse pers de film haat, terwijl de rechtse hem geweldig vindt. Links en rechts zijn holle begrippen geworden. Met dezelfde retoriek. Ze staan niet langer een eigen competitie voor, met eigen regels en statuten. Het zijn twee voetbalteams die het tegen elkaar opnemen in de Champions League van de geglobaliseerde politiek.

Heb je de Gouden Palm-triomf gevierd door jezelf te trakteren op een luxecruise?

Östlund: Dat niet. Ik heb het gevierd met pampers verversen. Dat krijg je wanneer je vader van een elf maanden oude baby bent. (lacht)

Triangle of Sadness begint met een hilarisch gesprek tussen een mannelijk en vrouwelijk fotomodel die ruziën over wie de restaurantrekening moet betalen.

Östlund: Dat gesprek is uit mijn eigen leven gegrepen. Mijn vrouw is modefotografe. Door haar weet ik dat schoonheid kapitaal is, nog meer in de modewereld dan elders. Door haar weet ik ook dat mannelijke modellen minder betaald krijgen dan vrouwelijke. Het is het omgekeerde van wat elders in de maatschappij geldt. De vraag is dan: wat doe je met de heersende genderpatronen? Zeg je: ik verdien het meest dus betaal ik. Of zeg je: het is de man die betaalt. Ik heb het meegemaakt tijdens een van onze dates. Toen de ober de rekening presenteerde, leek mijn vrouw ervan uit te gaan dat ik ging betalen, hoewel het haar beurt was. Ik vroeg: doe je dat nu bewust? Gebruik je nu niet je seksuele macht en culturele stereotypen, terwijl je anders voor gelijkheid bent? De discussie liep, net als in de film, hoog op, maar uiteindelijk kwam alles goed.

Of jongeren altijd voor vooruitgang zorgen? Ik weet het nog zo niet. Natuurlijk gaan jongeren nu denken: de boomer is bezig. Ik dacht er op hun leeftijd net zo over. En zo moet het.

Die gender- en MeToo-discussies zaten ook al in Turist en The Square.

Östlund: Wat ik in mijn werk doe, is sociale topics bespreken waarrond een consensus bestaat waarmee ik het niet noodzakelijk eens ben. De MeToo-discussie was nuttig en nodig, maar ze wordt te eenzijdig gevoerd. Natuurlijk zijn er mistoestanden, maar sommige vrouwen doen alsof ze zich niet bewust zijn van hun pasmunt, hun seksuele macht. Natuurlijk zijn ze zich daar bewust van, zeker binnen een patriarchale maatschappij. En daar maken ze gebruik van. Omdat het onmogelijk is om er geen gebruik van te gebruiken wanneer je die hebt. Daar wordt in MeToo-discussies nooit iets over gezegd, wat ik een Amerikaanse, preutse manier vind van kijken naar seksualiteit en relaties. Ik vond het interessant om die topics te verkennen en de modewereld bood een arena om van te vertrekken.

Je schuwt gevoelige topics en morele dilemma’s niet, al worden de tijden alsmaar gevoeliger. Zou je een dubbelzinnige film als Play, waarin zwarte tieners twee blanke jongetjes oplichten en chanteren, nog kunnen maken?

Östlund: Sommige topics mijd ik omdat het too messy kan worden. Ik denk dat Play nog zou kunnen omdat de film net speelt met vooroordelen en percepties rond racisme en multiculturalisme, op een metamanier. Tegenwoordig heerst het idee, zeker bij de woke-generatie, dat er maar twee soorten mensen bestaan: racisten en niet-racisten. En geen nuance daar tussenin. Hoe racisme kan ontstaan, wat de historische, sociale en economische context is, daar hoor je ze nooit over. Dat is absurd. En het leidt tot dogmatisch denken dat elke discussie onmogelijk maakt. Dat is wat woke verkeerd doet. Het vergeet context en neemt alles aan onder idealistische omstandigheden. Daar ging Play over. Ja, ik ben soms een racist, omdat groepsdenken en xenofobie bestaan, maar ik wil er geen zijn. Dat was de pointe. Ik weet dat jongeren het goed bedoelen, maar ze missen kennis en ervaring en brengen de discussie terug tot op een idioot niveau, zoals onze generatie dat ook deed en de volgende dat ook zal doen. Of jongeren altijd voor vooruitgang zorgen? Ik weet het nog zo niet. Natuurlijk gaan jongeren nu denken: de boomer is bezig. Ik dacht er op hun leeftijd net zo over. En zo moet het. (lacht)

‘Cinema hoeft niet zwaar en saai te zijn om interessant te zijn.’
‘Cinema hoeft niet zwaar en saai te zijn om interessant te zijn.’ © National

Nog een memorabele scène is die waarin de kapitein en de Russische oligarch afwisselend Lenin en Ronald Reagan citeren, om respectievelijk het socialisme en het kapitalisme te verdedigen.

Östlund: Ook die is geïnspireerd op mijn eigen leven. Mijn moeder was een overtuigd communiste en in mijn jeugd werd er aan de keukentafel volop Lenin en Marx geciteerd. Die quotes van Reagan heb ik later ontdekt. Hoe dubieus diens politiek ook was: je kunt niet beweren dat hij geen humor had. ‘Socialisme werkt maar op twee plekken. In de hemel, waar ze het niet nodig hebben. En in de hel, waar ze het al hebben.’ Geweldig, toch? (lacht)

Opvallend: Triangle of Sadness is opgebouwd uit drie hoofdstukken die in mekaar overvloeien.

Östlund: Het vertrekpunt was die discussie aan tafel over machtsverhoudingen, en ik wist ook al vroeg dat ik mijn personages op een cruiseschip wilde. Het idee om hen te laten stranden op een onbewoond eiland kwam pas later. De opnames hebben twee keer stilgelegen door de pandemie, en in die periode is het script nog veel veranderd. Het idee van dat eiland heb ik gehaald uit een Zweedse roman – Het eiland der verdoemden (1946) van Stig Dagerman. Daarin doen de personages alles om te overleven, tot ze erin slagen een alternatieve maatschappij op te bouwen. Vervolgens rijst de vraag: welk sociaal model willen we hanteren? Welk beeld willen we van onszelf projecteren? Dat patroon zie je doorheen de hele geschiedenis. Van zodra men voldoende voorraden heeft om niet meer uitsluitend op overleven gericht te zijn, ontstaan er hiërarchieën en conflicten. En natuurlijk is het infantiel om te denken dat de rijken alleen maar slecht zijn, en de armen alleen maar goed. Daarnaast dacht ik ook aan Swept Away van Lina Wertmüller, een film die gelijkaardige topics verkent, ook op een speelse manier, en ook op een onbewoond eiland. Let wel: ik heb het nu over het origineel uit 1974. Niet over die afschuwelijke remake van Guy Ritchie met Madonna. (lacht)

Slotvraag: dat cruiseschip dat je bezigt, ziet er niet onaardig uit. Dat moet een duur reisje zijn geweest.

Östlund: Het jacht was eigendom van Aristoteles Onassis, de rijke, Griekse reder die met Jackie Kennedy was getrouwd. In de jaren zestig en zeventig heeft de hele westerse elite er verbleven. JFK, Churchill, Marilyn Monroe, Sophia Loren … Je kunt die boot gewoon huren. Alleen konden wij hem maar negen dagen huren. Daarna was ons geld op. Dat krijg je met Europese arthousefilms. (lacht)

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Triangle of Sadness

Vanaf 28/9 in de bioscoop.

Ruben Östlund

48-jarige filmmaker uit Göteborg, Zweden.

Werkt vanaf zijn achttiende in skiresorts in de Alpen, waar hij met vrienden skifilmpjes draait.

Blijkt er zo bedreven in dat hij film gaat studeren in Göteborg en zijn eigen productiefirma opricht.

Breekt in 2014 internationaal door met zijn vijfde langspeler: de zwarte dramady Turist. Het levert hem een Oscarnominatie en complimenten van Quentin Tarantino op.

Wint in 2017 de Gouden Palm met The Square, een satire op het kunstwereldje.

Kaapt in 2022, voor de neus van Lukas Dhont en Close, zijn tweede Gouden Palm weg met Triangle of Sadness.

Partner Content