‘Je moet de media aan je kant hebben’: Ridley Scott over waarom hij Kevin Spacey uit zijn film knipte

© GettyImages

Een uur en wat telefoontjes. Meer had Sir Ridley Scott (80) niet nodig om de in opspraak geraakte Kevin Spacey uit het kidnapdrama All the Money in the World te knippen en op zoek te gaan naar een alternatief. En toch haalde hij de deadline. ‘Ik kan Kevin wel vermoorden. Geen medelijden, man.’

‘De film met Kevin Spacey als J. Paul Getty was perfect, en dat is die met Christopher Plummer ook’, glundert kwieke tachtiger Ridley Scott in een hotel in het zonnige Beverly Hills over zijn nieuwste, veelbesproken film All the Money in the World.

Bescheiden is de succesvolle Britse cineast van klassiekers als Alien, Blade Runner, Gladiator en recent nog Alien: Covenant al lang niet meer. Waarom zou hij? Scott weet het wanneer hij iets goeds in handen heeft. Daarvoor draait hij al lang genoeg mee, eerst als reclameman, daarna als regisseur en producer. En met All the Money in the World, een op feiten gebaseerd actiedrama over de opzienbarende ontvoering van de kleinzoon van de genadeloze oliemiljardair J. Paul Getty, had hij goud te pakken. Dat wist hij zeker.

‘Misschien zal de versie met Kevin Spacey ooit getoond worden als curiosum, maar niet om geld mee te verdienen. Dat zou te walgelijk voor woorden zijn.’

Met de hulp van Mark Wahlberg als ex-CIA’er Fletcher Chase – de adviseur en fixer van J. Paul Getty – en Michelle Williams als Gail Harris – de moeder van Getty’s ontvoerde nazaat – zette hij hoog in. Scott wilde zowel de liefhebbers van intiem drama als die van Hollywoodactie verleiden met een broeierige film over obsessie, geld en verzuurde familierelaties. De kers op de taart? Een haast onherkenbare Kevin Spacey als J. Paul Getty, een rol waarop de acteur zich al vijf jaar had kunnen voorbereiden als de rücksichtslose politicus Frank Underwood in de Netflixserie House of Cards.

Niets leek een triomf en de bijbehorende Golden Globes en Oscars nog in de weg te staan. Tot Spacey eind oktober door acteur Anthony Rapp werd beschuldigd van seksueel misbruik: Spacey zou zich eind jaren tachtig vergrepen hebben aan de toen veertienjarige Rapp. Toen er na het onbeholpen Twitterexcuus van zijn hoofdrolspeler nog andere bezwarende getuigenissen tegen hem naar buiten kwamen, wist Scott dat het hek van de dam was. Sir Ridley was niet van plan om lijdzaam toe te zien hoe Spacey en #MeToo zijn film om zeep zouden helpen.

Terwijl iedereen in een kramp schoot, behield Scott zijn cool: hij besloot Spacey uit de film te knippen en al diens scènes te herdoen met de 88-jarige Christopher Plummer. Die werd in een privéjet naar Rome overgevlogen, waarna Scott in negen dagen meer dan twintig scènes opnieuw draaide. Cast en crew offerden zonder morren hun Thanksgiving op. De releasedatum voor de film, nog geen maand later, weigerde Scott op te schuiven. De herstelwerken en de wisseltruc slaagden, de deadline werd gehaald. Mission impossible accomplished.

‘De beslissing om Kevin te vervangen nam nog geen uur in beslag’, vertelt Scott met een uitgestreken gezicht. ‘Ik dacht: fuck this! Ik laat Kevin al dat harde werk niet verknallen. Ze hadden hem al uit House of Cards geschrapt, nota bene zijn eigen tv-serie.’

‘Wat er gebeurd was bij The Weinstein Company nadat het schandaal rond Harvey Weinstein naar buiten kwam, was ook een duidelijk signaal: de ene na de andere film werd van de planning gehaald. Dat hing All the Money in the World ook boven het hoofd, en dat kon ik niet laten gebeuren. Daarom nam ik de telefoon en belde ik mijn line producer Mark Huffam op met de vraag: “Negen dagen filmen. Hoeveel zal me dat kosten en wat kan ik met dat bedrag nog doen? Bel me pas terug wanneer je dat weet.”‘

'De sleutel tot een gezonde relatie met geld is steun. Mijn ouders hadden niet veel, maar steun gaven ze me in overvloed.'
‘De sleutel tot een gezonde relatie met geld is steun. Mijn ouders hadden niet veel, maar steun gaven ze me in overvloed.’

Heb je Kevin Spacey ook gebeld?

Scott: Hij heeft niets van zich laten horen. Ik kan hem wel vermoorden. Geen medelijden, man. Dat er films sneuvelen bij Weinsteins bedrijf vind ik trouwens verkeerd. Wat artiesten in hun vrije tijd uitspoken, beïnvloedt niet per se hun werk. Je moet dat van elkaar kunnen scheiden.

Het is toch moeilijk om die zaken gescheiden te houden?

Scott: Eigenlijk niet. Spacey is een goede acteur en werken met hem was leuk. Wat er na een draaidag of in de weekends gebeurt, weet ik niet en wil ik ook niet weten. De Britse schilder Francis Bacon was ook een rare kwast, maar doet dat afbreuk aan zijn kunst? Waren Michelangelo en Leonardo da Vinci niet vreemd? Of Balthus? Hij was een great fucking painter maar had overduidelijk een voorliefde voor jonge meisjes. Herinner je je die prachtige boekcover van Nabokovs Lolita, de Penguinversie met die verleidelijke tekening van een jonge meid? Die is van Balthus. Ik vind zijn werken geweldig, ook al zijn ze op het randje, maar ik zou ze niet in mijn huis hangen.

Wat is dan het verschil met Kevin Spacey?

Scott: De media. Die moet je aan je kant hebben, anders maken ze van de gelegenheid gebruik om je film te begraven.

***

‘Toen ik vroeger een Rolls-Royce zag rijden, was ik niet jaloers. Ik vond dat ik hard genoeg moest werken om er zelf eentje te kunnen kopen.’

Als ex-reclameman – hij maakte in 1984 onder meer de legendarische, op George Orwells 1984 gebaseerde Super Bowl-reclame voor de Apple Macintosh Personal Computer – weet Scott maar al te goed welke impact slechte mediacoverage kan hebben. Hij was ervan overtuigd dat hij met zijn kordate ingreep niet alleen zijn film zou redden, hij kon er zelfs een awardwaardig drama van maken. ‘Ik deed het niet om die reden, maar dat spookte wel constant door mijn hoofd’, geeft hij grif toe.

Een van de gelukkigen die intussen een Golden Globe-nominatie in de wacht sleepte, is nota bene Spaceys vervanger. ‘Christopher Plummer speelde J. Paul Getty op een warmere manier dan Kevin’, zegt Scott. Hij is er nog niet uit of hij de versie met Spacey ooit zal vrijgeven. ‘Misschien als curiosum, maar niet om geld mee te verdienen. Dat zou te walgelijk voor woorden zijn.’

Butts on seats

De waargebeurde ontvoering van J. Paul Getty’s zestienjarige kleinzoon in 1973 lijkt vandaag een gevoelige snaar te raken. Want niet alleen Ridley Scott nam het verhaal onder handen, ook Danny Boyle (Trainspotting, Slumdog Millionaire) brengt met Trust binnenkort een tiendelige serie uit over de ontvoering van J. Paul Getty III. Waarom spreekt de zaak van een schatrijke oliemagnaat die het losgeld voor zijn kleinzoon niet wil betalen vandaag mensen aan?

‘In tijden waarin een vastgoedtycoon als Donald Trump het tot president van de Verenigde Staten kan schoppen, heeft de obsessie met geld, hebzucht en de corruptie die daarbij hoort duidelijk een nieuw elan gekregen.’

‘Als je als een gek werkt, is de kans groot dat je ooit succesvol zal zijn. Maar succes wordt je soms kwalijk genomen. Dan zeg ik: fuck you.’

Toch voelt Scott zich niet verplicht om zich uit te spreken over het huidige politieke klimaat. ‘Meestal raak ik niet betrokken bij soortgelijke maatschappijkritische films, omdat ik vooral butts on seats wil krijgen en mensen wil entertainen. Maar als een film een extra betekenislaag heeft, is dat natuurlijk prima. De beste buitenlandse film die ik in 2017 gezien heb, was trouwens First They Killed My Father van Angelina Jolie (een op feiten gebaseerd drama over de terreur van het Rode Khmer-regime in Cambodja, nvdr.). Daarmee heeft ze fantastisch werk afgeleverd, vind ik.’

Die extra betekenislaag is in All the Money in the World alvast aanwezig. Scott toont hoe geld je tot een gevoelloos monster kan maken, en voert personages op die doen denken aan de mediamogul uit Orson Welles’ Citizen Kane en larger-than-lifefiguren als Donald Trump. Zo wordt er gediscussieerd over waarom J. Paul Getty’s boek uit 1965 niet ‘How to Get Rich’ heet (de titel van Trumps boek uit 2004) maar ‘How To Be Rich’. De reden is simpel: ook onnozelaars kunnen rijk worden. Rijk blíjven is volgens Getty andere koek.

Scott is het er evenwel niet mee eens dat alle rijkaards bedorven worden door kapitaal. ‘Ik ken genoeg mensen die niet zijn aangetast door geld. Mijn zakenpartner is enorm rijk, en toch is hij een fantastische kerel om mee samen te werken. Hij zegt altijd waar het op staat en heeft een geweldige familie.’

Wat is dan de sleutel tot een gezonde relatie met geld?

Scott: Steun. Mijn ouders hadden niet veel, maar steun gaven ze me in overvloed. Geen financiële steun, maar wel al de rest. Ook communicatie is belangrijk. Als je geobsedeerd bent met geld en succes, dan vergeet je je familie. En dan vallen er slachtoffers.

Kijk ook jij zo naar geld en succes?

Scott: Toen ik vroeger een Rolls-Royce zag rijden, was ik niet jaloers. Ik vond dat ik hard genoeg moest werken om er zelf eentje te kunnen kopen. Daarom vind ik dat working-classidee zo’n lachertje. In Frankrijk moet je 32 uur per week werken om tot de werkende klasse te behoren. Met mijn 130-urenweek ben ik toch ook fucking working class? Als je als een gek werkt, is de kans groot dat je ooit succesvol zal zijn. Maar succes wordt je soms kwalijk genomen. Dan zeg ik: fuck you. Ik werk hard voor alles wat ik heb.

'Is er in België écht een fietsenmerk naar mij vernoemd? Ik zou verdomme zo'n fiets moeten krijgen!'
‘Is er in België écht een fietsenmerk naar mij vernoemd? Ik zou verdomme zo’n fiets moeten krijgen!’

Hoe heb jij de perceptie van rijkdom zien veranderen?

Scott: In de jaren zestig en zeventig was Getty enkel en alleen bekend omdat hij meer dan een miljard dollar bezat. Maar hoeveel miljardairs zijn er vandaag? Miljoenen? Amazon en Apple, die kennen we nog wel, maar evengoed zijn er vandaag miljardairs van wie we nog nooit gehoord hebben. (denkt na) Rijke Arabieren bijvoorbeeld. Toen zij in de jaren zeventig in Londen aankwamen, hadden ze belachelijke auto’s en smeten ze met geld in de dwaze clubs die ik toen zelf frequenteerde. Intussen is hun visie op rijkdom veranderd. Ze gaan verstandiger met geld om. Ze rijden nu zelfs rond in Bentleys.

Fietsen en schilderen

Scott werd onlangs tachtig, maar dat heeft geen impact op zijn werkersmentaliteit. Voor hem moet wat hij doet niet alleen goed zijn, het moet ook snel vooruitgaan. Niet omdat hij nog awards wil winnen, maar gewoon omdat het kan. ‘Is dit hout? (klopt op de houten tafel) Ik ben heel bijgelovig. Ik ben door de Queen tot ridder geslagen en ik heb een ster en een handdruk op Hollywood Boulevard. Dat is leuk, maar waar ik vooral blij mee ben, is dat ik nog zo fit en druk bezig ben.’

Was je dan niet jaloers omdat je Blade Runner 2049 aan Denis Villeneuve moest toevertrouwen?

‘Wat er na een draaidag of in de weekends gebeurt, weet ik niet en wil ik ook niet weten.’

Scott: Nee, op geen enkel moment. Het is mijn script, ik ben ook producer van de film én ik ben heel blij met het resultaat. Normaal gezien ging ik hem zelf regisseren, maar omdat ik Alien: Covenant aan het ontwikkelen was, kon dat niet. Toen haalden we Denis erbij. Hij heeft er iets moois van gemaakt.

Kun je je een leven inbeelden zonder film?

Scott: Ik zou wel iets anders gevonden hebben, denk ik. Ik ben misschien geen goede schilder… Of wacht, ik ben best wel goed. Nee, eigenlijk ben ik een héél goede schilder. Ik heb zeven jaar op de kunstacademie gezeten dus ik kan really really really good tekenen en ook really really really good schilderen. Ik studeerde samen met schilders als R.B. Kitaj en David Hockney. Ik heb hen zien evolueren en hoofd van de Royal Academy zien worden. Dus ja, als cinema uit mijn leven zou verdwijnen, zou ik dat doen. Sterker nog: wanneer ik straks naar huis ga, zal ik heel het weekend voor mijn schildersezel zitten. Ik zie me nog bedolven worden onder schilderijen.

Is schilderen niet het omgekeerde van wat je als cineast doet?

Scott: Nee, dat het lijkt er heel erg op. Beide disciplines vereisen dat je bijzonder kritisch voor jezelf bent. Keer op keer. De ene dag denk je dat je fantastisch hebt gewerkt, maar dan kom je ’s anderendaags binnen en denk je ofwel ‘shit’ ofwel ‘wauw’. En dan begin je opnieuw en verkloot je het toch voordat je het weet. Je evolueert constant en dat vind ik zo interessant. Ik hou van realistische schilders, zoals Lucian Freud. Natuurlijk ook van Hockney, al is dat wat te simpel voor mij. Ik hou ook van Stanley Spencer, die zijn hele leven in Cookham Dean heeft gewoond en die zowel Freud als Hockney heeft beïnvloed. Hij is een van die figuren die hun stempel hebben gedrukt op de mensen die in aanraking zijn gekomen met hun werk. Geweldig, toch?

En fietsen, is dat niets voor jou? In België is een fietsenmerk naar jou genoemd. Wist je dat?

Scott: Nee! Hoe heten die fietsen?

Ridley, omdat Scott al door een ander merk was ingepalmd.

Scott: Echt!? Ik zou verdomme zo’n fiets moeten krijgen! (lacht)

All the Money in the World

Nu in de bioscoop.

Lees onze recensie hier.

Lees het interview met hoofdrolspeler Christopher Plummer: ‘Risico’s nemen, daarvoor zitten we in de business’

Bio

Geboren in 1937 in South Shields, VK.

Studeerde met David Hockney aan de Royal College of Arts in Londen.

Richt samen met zijn broer Tony – regisseur van onder meer Top Gun – in 1968 het productiebedrijf RCA op.

Debuteert als filmregisseur in 1977 met het historische drama The Duellists, de verfilming van een kortverhaal van Joseph Conrad die in Cannes bekroond werd.

Regisseert in 1984 de reclamespot die de Apple Macintosh PC wereldkundig maakt.

Schrijft scifigeschiedenis met Alien (1979) en Blade Runner (1982).

Haalt in 2001 een Oscar voor beste film binnen met zijn sandalenepos Gladiator.

Verliest in 2012 zijn jongere broer en zakenpartner Tony Scott.

Partner Content