In ‘Tori et Lokita’ knokken de Dardennes voor minderjarige migranten: ‘Rug tegen rug kunnen we iedereen aan’

© National

In Tori et Lokita laken Jean-Pierre & Luc Dardenne hoe minderjarige asielzoekers in ons land meer uitgebuit dan geholpen worden. Zijn de tweevoudige Gouden Palm-winnaars nog strijdlustiger dan in hun begindagen?

De twee uit Luik afkomstige broers hebben zowat elke prijs die het festival van Cannes uitreikt al gewonnen. De Gouden Palm zelfs al twee keer. En ze blijven maar parels van humanistische parabels bedenken. Cannes vond daar het volgende op: nieuwe prijzen verzinnen, zodat de twee Belgen toch op het palmares prijken. Eerder dit jaar werd hun nieuwste film Tori et Lokita aan de Azorenkust onderscheiden met de Prix Spécial voor de 75e editie van het roemruchte filmfestival.

Tori et Lokita is een ode aan de vriendschap tussen twee tieners uit Sub-Sahara-Afrika die zich als waren ze broer en zus aan elkaar vastklampen om het in België te redden. Niet het noodlot verbrijzelt hun drive, hun talent, hun optimisme en hun toekomst maar het tekort aan hulp en het teveel aan criminele uitbuiting.

De broers, beiden ondertussen om en bij de zeventig, filmen hun verontwaardiging daarover als strijdlustige jonkies van zich af in een even aangrijpend als secuur drama. Toonaangevende media spreken over de terugkeer van de grote vorm. ‘Wat moeten we daarvan denken? Dat we uit vorm waren?’ lacht Jean-Pierre Dardenne. ‘Het is een uitdrukking uit de sportjournalistiek’, vult zijn jongere broer Luc aan. ‘De wielrenner die zijn goede benen terugvindt, de spits die zijn neus voor doelpunten terugvindt. Maar van een film- of kunstcriticus verwachten we meer dan een inschatting van het vormpeil. Ik stel de vrijheid van de filmkritiek absoluut niet in vraag maar ik vind dat ze vaak te vluchtig is. Men vervalt nogal snel in formules. Jammer want wij hebben niet liever dan gedegen feedback: “Ach zo, wij hebben de vorm van vroeger teruggevonden? Licht dat eens toe?”’

De terugkeer van de grote vorm? Wat moeten we daarvan denken? Dat we uit vorm waren?

Jean-Pierre Dardenne

België noemde in 1999 een banenplan naar jullie eerste Gouden Palm-winnaar Rosetta, over de gelijknamige tiener die een job zoekt om aan haar ellendige leefomstandigheden te ontsnappen. Hebben jullie het nodig om te geloven in de kracht van film om iets te veranderen? Desnoods iets kleins, de blik van enkele toeschouwers op minderjarige migranten.

Jean-Pierre Dardenne: Ja, we hebben dat nodig. Ook al maken we ons geen illusies en verwoorden we dat zelden expliciet. We denken en hopen dat Tori et Lokita mensen raakt en doet nadenken. Anders zouden we geen films maken.

Onlangs werd ik op straat aangesproken door een geweldig racistische dame. ‘Ik denk niet zoals jullie’, snauwde ze. Maar ze wilde dus wel praten en dat is een begin. Ik geloof in het nut van van gedachten wisselen. En films lenen zich uitstekend tot debat en discussie.

Luc Dardenne: Net als in Rosetta plaatsen we in Tori et Lokita personages centraal die men niet ziet staan of niet wil zien staan. We weten dat we tijdens het festival van Cannes minstens even de aandacht van de wereld hebben. We houden van die verantwoordelijkheid.

Wat verwachten jullie dat de overheid doet voor niet-begeleide minderjarige migranten zoals Tori en Lokita?

Luc: Minderjarigen hebben overal ter wereld recht op bescherming. De wet verplicht ons om die jonge mensen tot hun achttiende onderdak te bieden, te voeden en op te leiden. België vangt die jongeren best goed op. Maar ze krijgen niet allemaal asiel. Het zijn ook niet allemaal vluchtelingen. Ze komen niet allemaal uit landen in staat van oorlog. Best veel minderjarigen worden door hun familie naar hier gestuurd om voor de familie geld te verdienen. Als we de wet strikt toepassen, sturen we hen terug zodra ze achttien zijn. Velen voorvoelen na een gesprek of drie dat ze hier niet zullen mogen blijven. Op dat moment lonkt de clandestiniteit. Hoe kan ik toch hier blijven? Hoe kan ik links en rechts een cent verdienen? Met andere woorden, het systeem vergroot de kans dat ze in een crimineel milieu belanden – drugs, prostitutie, zwartwerk, noem maar op.

Wat stellen jullie dan voor?

Luc: We zijn filmregisseurs, geen politici. Maar het lijkt ons beter dat die achttiende verjaardag niet meer als het zwaard van Damocles boven hun hoofd hangt. Die verjaardag mag geen criterium zijn om jongeren terug te sturen. Laat ze minstens hun opleiding voltooien en dan kiezen om te blijven of terug te keren. Voorkom in elk geval dat ze in de illegale circuits belanden.

Wel meer mensen vinden dat. We hebben Tori et Lokita opgedragen aan Stéphane Ravacley, een bakker uit Besançon die in hongerstaking ging om de uitzetting van zijn bakkersgast uit Guinea te voorkomen. We hebben hem na Cannes aan de lijn gehad. Zijn pupil is in Frankrijk mogen blijven, hij staat op het punt te trouwen en vond werk in een bakkerij in een andere stad. Een goede zaak want er is een tekort aan bakkers in Frankrijk. Ik zeg dat erbij voor de racisten die denken dat de vreemdelingen ons werk afnemen. Ze nemen helemaal niemands werk af. Er zijn bakkers te kort.

© National

Een grote groep medeburgers wil niet weten van meer migratie. Kun je dat negeren?

Jean-Pierre: Het probleem is dat extreemrechts overal in Europa het debat over migratie domineert. Daar wordt enorm veel energie aan verspild. Wie tegen migratie is, drukt zich uit. Wie niet zo denkt, zwijgt. Vanwege de vermeende felle weerstand hebben we het moeilijk om andere oplossingen te bedenken dan het optrekken van muren en verstevigen van grensbewaking. Oplossingen die helemaal niet zo efficiënt zijn.

We slagen er maar niet in om de kwestie rechttoe rechtaan aan te pakken omdat onze democratie door extreemrechts wordt gegijzeld. Beleidsmakers zijn verlamd door angst voor de kiezer en dat extreemrechtse discours. In Italië bijvoorbeeld, maar ook in Frankrijk, dat wel ronkende verklaringen aflegt maar een grenspost met Italië blokkeert om migranten tegen te houden en mensen die migranten helpen, criminaliseert. Het is waar dat we ons niet alle miserie in de wereld kunnen aantrekken maar zoiets getuigt gewoon van irrationele angst. Men is zodanig verstard en van slechte wil dat er geen debat meer mogelijk is. We luisteren niet elkaar. We klampen ons vast aan de aanvankelijke stellingname. Het is als discussiëren met racisten. Vooral in de Angel-Saksische landen is het uit de hand aan het lopen.

Worden de problemen overdreven?

Jean-Pierre: Ik beweer niet dat er geen problemen bestaan of dat er geen racisme bestaat, maar bekijk het ook eens van een andere kant. De bevolking van onze Belgische steden is de voorbije dertig jaar enorm gewijzigd. Bij Luc in Brussel, in mijn straat in Luik, overal. En weet je wat? Al bij al werkt dat wel. We hebben ons niet bewapend. We zitten elkaar niet van achter ons venster te beloeren. We leven misschien nog wat naast elkaar maar zonder manifeste vijandigheid. Het leven gaat die richting uit en dat kun je niet tegenhouden. De jongere generatie is het gewoon. Blanke meisjes worden op Afrikaanse jongens verliefd en omgekeerd. Ik ben optimistisch. Als we ophouden om angst te cultiveren en uit te buiten zullen we wel samen kunnen leven.

Luc: De steden zijn incubators van wederzijds respect. Door te mixen brokkelen vooroordelen af. Sporadisch zal het nog wel eens ontploffen tussen migranten en Belgen of racisten. Maar op de lange termijn komt het goed.

Met Lukas Dhont en het regisseursduo Felix van Groeningen en Charlotte Vandermeersch dongen er dit jaar nog drie andere Belgen naar de Gouden Palm. Historisch?

Jean-Pierre: En vergeet Emmanuelle Nicot niet, de jonge regisseuse die met haar debuut Dalva in de prijzen viel in de Semaine de la Critique. En Adil & Bilall met hun middernachtfilm Rebel. Het goed gaat met de Belgische cinema. Hoopgevend is dat het ook om regisseurs uit verschillende generaties gaat.

De optimistische lezing: België kan genoeg films produceren zodat er in het gezegende jaar 2022 drie films in de competitie van het belangrijkste filmfestival ter wereld zaten. Lang niet slecht!

© Christine Plenus

Is dat enkel een kwestie van investeren in producties? Nederland investeert nog veel meer in films en haalt bijna nooit de competitie van Cannes.

Jean-Pierre: Het zijn dan ook Nederlanders. (grijnst)

Uiteraard begint het bij regisseurs met talent. Maar als dat talent in de woestijn moet opereren, dan verdampt het. Het is cruciaal dat er voldoende kansen zijn. Door de complementariteit van de verschillende steunfondsen – regionaal, artistiek, economisch, Europees – en de taxshelter is er hier een goede basis om redelijk wat films te maken. Al kan het zeker nog beter. We mogen niet op onze lauweren rusten.

Sterke vertolkingen van nieuwkomers zijn julie handelsmerk, zoals vroeger die van Jérémie Renier en Emilie Dequenne, en vandaag van Pablo Schils en Joely Mbundu.

Luc: Het verschil is dat Jérémie zich destijds in La promesse (1996) aan Olivier Gourmet kon optrekken en Thomas Doret in Le gamin au vélo (2011) aan Cécile de France. Dit keer waren twee acteurs zonder ervaring op elkaar aangewezen. Dat was beangstigend. Maar wij zweren bij vijf weken repetities en zo kregen Pablo Schils en Joely Mbundu de tijd om te groeien. In het begin moesten we hen veel voordoen, hoewel dat eigenlijk not done is. Op het einde stelden ze zelf van alles voor. Het ging ook een stuk vlotter toen Tijmen Govaerts en Charlotte De Bruyne erbij kwamen. Maar talent en charisma hebben ze. Ik zie Pablo en Joely allebei nog ver raken.

De ode aan de vriendschap en de drive van Tori en Lokita maakt het wel stukken makkelijker om deze film te omarmen dan jullie vorige film Le jeune Ahmed (2019), een portret van een jongen die radicaliseert door toedoen van islamisten.

Jean-Pierre: Zoveel is zeker. Objectief: het is moeilijk om van Le jeune Ahmed te houden. Geen sympathieke film, geen sympathiek personage. Bij veel mensen die doorgaans van onze films houden, botste hij dan ook op weerstand. Le jeune Ahmed raakte in een vals debat verstrengeld. Een deel van links was van slechte wil. Enkele journalisten vonden de film zelfs kwetsend. Ze spraken over islamofobie en suggereerden dat we er alleen maar mee wegkwamen dankzij onze status.

Luc: ‘De vaders van Rosetta veroordelen de jonge Ahmed’, schreef de hoofdredacteur van het Franse weekblad Politis. Hij vond dat we de socio-economische situatie die de voedingsbodem zou vormen voor het terrorisme niet analyseerden. Hij vond dat we de moslims beschuldigden. Tori et Lokita vond hij dan weer wel magnifiek. Zot, niet?

We hebben Tori et Lokita opgedragen aan bakker Stéphane Ravacley, die in hongerstaking ging om de uitzetting van zijn Guinese bakkersgast te voorkomen.

Luc Dardenne

Wie bijdraagt tot het maatschappelijk debat moet weerwoord en kritiek kunnen verdragen, niet?

Jean-Pierre: Absoluut. Mij raakt een aanval niet. Wij hebben geen schrik. We zijn met twee. Rug tegen rug kunnen we iedereen aan. (schatert)

Luc: Geef ons maar de wind van voren, dat betekent dat onze cinema er nog toe doet. Onze films raken actuele, maatschappelijke onderwerpen aan en zijn in die zin politiek. Het is maar goed dat er debat is en dat journalisten ons ook aanspreken op de inhoud. We tonen niet zomaar iemand. Nu ook: Tori en Lokita zijn twee personages over wie de meningen zeer verdeeld zijn. Eén groep vindt dat er genoeg migranten opgevangen zijn, één groep vindt dat we hen veel beter moeten behandelen.

Men verweet jullie bij Le jeune Ahmed een gebrek aan voeling met de wereld van een jonge moslim en vond jullie niet de aangewezen personen om die film te regisseren.

Luc: In Canada en de VS kregen we die vraag constant. Jullie witte, oude mannen uit een christelijke cultuur….

Jean-Pierre: Bij ons kun je elk negatief vakje aanvinken. (lacht)

Luc: Ik geef het je op een briefje dat we het nu opnieuw vlaggen hebben. ‘Maar enfin, jullie filmen twee zwarten! Met welk recht?’ Enkele journalisten in Canada en de VS zijn gespecialiseerd in dat soort kwesties. Ze zullen zeker opnieuw over culturele toe-eigening beginnen. We hebben al de kritiek gekregen dat Tori et Lokita zwarte uitbuiters toont. Dat werd betreurd. Terwijl het uit de werkelijkheid gegrepen en helemaal niet nieuw of verrassend is. Maar sommigen houden er niet van dat we dat tonen.

In Franse scholen hadden we met Le jeune Ahmed ook vaak prijs: ‘Jullie zijn blanken en geen moslims en toch filmen jullie een jonge moslim. Wat doet jullie denken dat je daar zomaar mee wegkomt? Waarom zien jullie niet in dat het voor jullie onmogelijk is om zijn wereld te tonen?’

Wat antwoorden jullie dan?

Luc: Ons antwoord werd gelukkig meestal aanvaard door de jongeren. Een cineast of cineaste die moslim is, had wellicht niet dezelfde film gemaakt als wij. Dat is zo. We juichen het hard toe als ze die film ook effectief draaien. Doen! We pretenderen niet dat we dé waarheid vertellen. We zijn ook twee blanke mannen op leeftijd. Máár kunst draait om het vermogen en de wil om de ander te begrijpen.

Als wij cineasten ons niet meer in de ander kunnen verplaatsen, dan zijn we héél slechte cineasten. Om het religieuze hangijzer uit het vuur te halen gebruikte ik vaak het voorbeeld van een heteroseksuele filmregisseur. Als die niet in staat is om zich in de plaats van een homoseksueel te stellen en diens frustratie te begrijpen wanneer hij wordt uitgestoten, dan kan hij er maar beter de brui aan geven. Dan is hij onbekwaam. Kunst is net: je in de plaats van een ander stellen, de ander worden. Als de blanke kijker zich niet in de plaats kan stellen van het zwarte personage, de christen in de plaats van de moslim, de heteroseksueel in de plaats van de homoseksueel, de man in de plaats van de vrouw, als we niet in staat zijn die grenzen in de kunst te overstijgen, dan dient die kunst helemaal nergens meer toe.

© National

Grote uitspraak. Zit het jullie zo hoog?

Luc: Dat discours dat mensen uit elkaar haalt, onderscheidt en in vakjes opsluit, is niet compatibel met kunst!

Jean-Pierre: We beleven een slechte tijd op dat vlak. Marieke Lucas Rijneveld die het inauguratiegedicht van Amanda Gorman niet mag vertalen omdat ze niet elk vakje aanvinkte? Verschrikkelijk. Een uitgever die uit schrik zwicht? Wat een schrijnend gebrek aan moed. De excessieve focus op identiteit is niet gezond. De Amerikaanse Jeanine Cummins kreeg het verwijt dat ze in de roman American Dirt over Mexicaanse vluchtelingen schreef zonder er zelf een te zijn. ‘De dag dat ik enkele romans mag schrijven over mezelf en mijn familie, stop ik onmiddellijk’, verweerde ze zich. Ik begrijp dat.

Luc: Ik ken een vader van een modern gezin met een jongetje dat een meisje wil worden. Hij – nee zij – zegt tegen hem: ‘Je noemt me Arthur maar ik ben geen Arthur. Jij kúnt me niet begrijpen.’ Die vader verzet zich helemaal niet tegen de transitie van zijn kind. Maar wat hij ook zegt of vindt, het wordt genegeerd. Want hij is cisgender en hij kán het bijgevolg onmogelijk begrijpen. Naar verluidt zijn er steeds meer kinderen die weigeren om te dialogeren met ouders die niet zoals zij zijn. Alsof je enkel begrepen kunt worden door je gelijke.

We waren het bijna vergeten maar gefeliciteerd met de Speciale Prijs van de 75e editie. We kijken er nauwelijks nog van op dat jullie prijzen pakken in Cannes. Frustreert die gewenning jullie?

Luc: (lacht) Valt mee. Het is wat raar dat het zich tégen ons keert dat we al vaak hebben gewonnen. Het valt niet meer op als we een prijs winnen, het valt op als we eens niets winnen. Dan is het ineens alle hens aan de dek. ‘De broers zijn buiten de prijzen gevallen? Dat kan geen goeie film zijn!’ We hebben met andere woorden geen keuze. (lacht) We moeten wel een prijs pakken om de interesse van de kijker te wekken.

Er zal wel twee keer nagedacht worden voor ze ons in Cannes een derde Gouden Palm of een tweede Grand Prix toekennen. ‘Het is al mooi geweest, die twee Belgen moeten het festival niet overheersen.’ Maar voor de andere prijzen doen we mee. Ons geluk is dat er elk jaar een nieuwe jury wordt samengesteld. Die speciale prijs doet vermoeden dat ze Tori et Lokita absoluut op het palmares wilden.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Tori et Lokita

Vanaf 7/9 in de bioscoop.

Jean-Pierre & Luc Dardenne

Geboren op 21 april 1951 (Jean-Pierre) en 10 maart 1954 (Luc) tussen Luik en Huy. Jean-Pierre woont in Luik, Luc tegenwoordig in Brussel.

Behoren tot het selecte kransje regisseurs die de Gouden Palm twee keer wonnen, een eerste keer met Rosetta (1999), en zes jaar later nog eens met L’enfant (2005).

Vielen in Cannes ook in de prijzen met Le fils (2002), Le silence de Lorna (2008), Le gamin au vélo (2011) en Le jeune Ahmed (2019).

Partner Content