Erik Van Looy over Amerikaanse Zaak Alzheimer: ‘Ik heb er een kleine auto aan verdiend. Denk ik toch’

© Anneke D’Hollander
Geert Zagers
Geert Zagers Journalist bij Knack Focus

Halverwege de tournee is Verslaafd, zijn eerste theatervoorstelling, al aan een update toe: met Memory krijgt De zaak Alzheimer deze week – na negentien jaar – eindelijk een Amerikaanse remake. Erik Van Looy over het publiek in Tienen, de Duitse Slimste mens en zestig worden. ‘Eindelijk heb ik het gevoel: het is oké.’

Ergens midden jaren 2000 mocht Erik Van Looy met Keanu Reeves, de ster van Speed en The Matrix, dineren om het over Street Kings te hebben, de film die ze samen zouden maken. Toen bleek dat Van Looy geen alcohol dronk en niet rookte, zei Reeves lachend: ‘Well, I hope you do shoot heroin.’ Waarop Van Looy antwoordde: ‘No, but I’m a big fan of Speed. Do you have some?’ Keanu Reeves maakte de film uiteindelijk met regisseur David Ayer.

Het ding is: dat is niet eens zijn sléchtste woordspeling in het bijzijn van een wereldster. Een paar jaar later mocht hij thuis bij Tobey Maguire, de acteur van Spider-Man, over de vloer komen om een eventuele rol in The Loft te bespreken. Toen hij bij aankomst zijn schoenen uit moest doen en zich geneerde voor de gaten in zijn sokken, probeerde Van Looy met een grapje de aandacht af te leiden. Als in: hij wees naar de grond en zei: ‘Look, there on the floor: a spider, man!’ Erik Van Looy zou The Loft uiteindelijk zonder Tobey Maguire maken.

Als je hem in Verslaafd die verhalen hoort vertellen, kun je niet anders dan je afvragen: hoe zou de Hollywoodcarrière van Erik Van Looy er hebben uitgezien zonder zijn hang naar dad jokes?

Tweehonderd meter heb ik naast Keanu Reeves over Oxford Street gewandeld. Het verkeer werd stilgelegd. De meest surreële ervaring van mijn leven.

Erik Van Looy spaart zichzelf niet in zijn allereerste theatershow, een soort old-school soiree met een BV. Toen hij de tour een half jaar geleden aankondigde, leek het een vreemde kronkel, maar Van Looy brengt het er goed af. Verslaafd – ondertitel: … maar gelukkig aan filmsterren – zijn zijn memoires in stand-up-vorm geworden, waarin hij, begeleid door 31 filmpjes, zijn carrière vanachter een pupiter overloopt. Zijn liefde voor filmsterren staat daarin centraal. Of liever: zijn obsessie. Want dat maakt Verslaafd tussen de regels nog maar eens duidelijk: er zit een maniakaal kantje aan Erik Van Looy.

Halverwege de tournee langs Vlaanderens culturele centra is de voorstelling al aan een update toe. De zestigste verjaardag van Erik Van Looy – hij verjaarde afgelopen week – kwam namelijk met een paar leuke presentjes. Met Memory verschijnt deze week na negentien jaar de Amerikaanse remake van De zaak Alzheimer, met Liam Neeson in de rol die Jan Decleir in het origineel vertolkte, Guy Pearce in die van Koen De Bouw en Monica Bellucci in die van Jo De Meyere. (De regisseur is Martin Campbell, de man achter Casino Royale.) Ondertussen zijn ook de opnames achter de rug van de Duitse versie van De slimste mens ter wereld, dat voor deze zomer gepland staat op RTL.

Gewoon even checken: hoeveel van de verhalen uit de voorstelling zijn waargebeurd?

Erik Van Looy: Alles wat ik als waar vertel, is ook echt gebeurd.

Dus je hebt daadwerkelijk die Spider-Man-woordspeling in het bijzijn van Tobey Maguire gemaakt?

Van Looy: Dat was geen goede grap, hè. Dat weet ik. Het is dan ook niks geworden, met Tobey. (lacht)

En tegen Keanu Reeves heb je effectief ‘No, but I’m a big fan of Speed’ gezegd?

Van Looy: Dat vond ik al een betere woordspeling. Maar inderdaad, ik had het beter achterwege gelaten: ook die meeting was daarna snel gedaan. Al wil ik daar wel bij verduidelijken dat dat niet de reden is waarom het is misgelopen. Ik had zelfs een contract voor Street Kings, maar dan is de film van studio verhuisd.

Ik heb Keanu Reeves trouwens nog eens ontmoet, na dat Speed-verhaal. Ik had een meeting met hem in Londen, waarin hij vroeg wat mijn favoriete boek was. ‘Nu ga ik indruk maken’, dacht ik en ik zei L’étranger van Albert Camus. Waarop hij antwoordde: ‘Mother died today. Or maybe yesterday, I don’t know.’ Ik bekeek hem eens raar. ‘Dat is de eerste zin van L’étranger, Erik. Herinner je je dat niet?’ (lacht) Een ongelooflijk belezen man, Keanu. Zijn favoriete schrijver was Michel Houellebecq. Toen ik zei dat ik van hem nog niets had gelezen, wilde hij absoluut de Houellebecqs boeken voor me kopen. Tweehonderd meter heb ik naast Keanu Reeves over Oxford Street naar die boekenwinkel gewandeld. De meest surreële ervaring van mijn leven. Van overal kwamen mensen achter hem aan lopen. Het verkeer werd stilgelegd. Ik denk dat er duizend man stond toen we binnenstapten. Maar het waren goede boeken, inderdaad.

Alles is een verhaal bij jou, heb ik van Verslaafd onthouden. Zeker als het over filmsterren gaat.

© Anneke D’Hollander

Van Looy: Als je bijna zestig bent, heb je al wat meegemaakt, hè. Je bent al eens met de naakte cowboy van Village People in een hotelkamer beland. Je hebt al eens Mickey Rourke in een hoek van het decor zien plassen omdat hij te lui was om vijftig meter naar de toiletten te lopen. Je was er al eens bij terwijl Kurt Russell een scenario door de kamer smeet omdat hij het zo slecht vond – en vervolgens bleef wachten tot de scenarist het zelf ging halen.

Die verhalen zijn ook zo goed blijven hangen omdat ze met filmsterren te maken hebben. De keren dat je met Harrison Ford in één kamer hebt gezeten, vergeet je net iets minder makkelijk dan wat je deze morgen op je boterham hebt gesmeerd. Zeker in mijn geval. De titel van de voorstelling is geen overdrijving: ik ben verslaafd aan filmsterren. Het is de grote constante in mijn leven. Ik wilde hen interviewen, ik wilde met hen bevriend zijn, ik wilde hen regisseren, ik wilde door hen op het scherm bedwelmd worden.

Was dat ook de reden waarom je deze voorstelling wilde maken? Een bundeling van je strafste, gênantste en amusantste filmanekdotes?

Van Looy: Het idee van Verslaafd kwam niet van mij, maar van Jens Dendoncker en Fokke van der Meulen, de baas van comedycafé The Joker. Ze hadden opgemerkt dat ik in De slimste mens al eens een anekdote over Hollywood opdiste en vroegen of daar geen voorstelling in zat. Mijn eerste reactie was: ik durf dat niet. Ik zag mezelf niet op een podium staan. Maar dan hebben we samengezeten, merkte ik dat ze heel hard met mijn verhalen moesten lachen en ben ik toch overstag gegaan. Het enige probleem was dat ik moeilijk teksten kan onthouden, maar daar hadden ze een oplossing voor: een autocue. Blijkbaar gebruiken zelfs grote comedians dat. Niet dat ik mijn tekst niet uit het hoofd ken, maar ik voel me veiliger met dat vangnet.

Ik heb het ook niet alleen gedaan. Een boel bevriende comedians, van Philippe Geubels tot Alex Agnew, heeft geholpen, samen met enkele tekstschrijvers van Woestijnvis. Bij alles wat ik doe, is dat mijn grootste talent: me laten omringen door mensen die het beste van zichzelf willen geven.

De tournee is ondertussen halverwege. Hoe bevalt het?

Van Looy: Heel goed, eigenlijk. Ik amuseer me. Zelfs Tienen was een succes, toch de voorstelling waar ik het meeste schrik voor had.

Tienen?

Van Looy: Het is heel vreemd, maar verschillende mensen hebben me op voorhand gewaarschuwd voor het publiek in Tienen. Bart Cannaerts komt er zelfs gewoon niet meer, zei hij. Achteraf reed hij toch altijd depressief naar huis. Toen ik in cc De Kruisboog aankwam en naar de backstage geleid werd, was dat het eerste wat ik aan de organisatie vroeg: ‘Hoe is het publiek? Ik hoor dat het soms moeilijk kan zijn.’ Ik ging ervan dat er niets van aan was, dat ze hadden overdreven om mij bang te maken en dat Tienenaars een hartelijk publiek waren. Niet dus. Het antwoord was: ‘Mja. Het publiek is nogal terughoudend.’ Daar sta je dan. (lacht) Maar bon, dan kwam de voorstelling en liep alles fantastisch. Waarmee ook mijn laatste angst was weggevallen. I love you, Tienen, I do.

Om eerlijk te zijn: van alles wat ik al gedaan heb, doe ik dit het liefst. Het heeft ermee te maken dat ik het, op de een of andere manier, fijn vind om dingen over mezelf te vertellen. Dat klinkt fout, ik besef het, maar ik vind het leuk die verhalen te delen. Maar het is vooral omdat de show kláár is. De slimste mens is, ook na 750 afleveringen, nog altijd elke keer een zoektocht. Dit niet. Na twintig voorstellingen weet ik: als ik dít vertel, gaan de mensen lachen. Vertel ik dat, dan zullen ze ontroerd zijn. En je kunt je klok daarop gelijkzetten. Die routine, zonder dat het daarom routineus is, geeft mij veel rust en vreugde. Er is geen verlegenheid of faalangst meer. Oorspronkelijk ging ik Verslaafd één jaar spelen, maar ik heb al beslist de voorstelling in 2023 te hernemen. Er zijn al veertig shows bijgeboekt.

321 keer werd er gelachen tijdens de try-outs. Ik heb dat laten turven. Dat zal ook wel met grapdwang te maken hebben.

In Deinze was je niet van het podium te krijgen. Er waren drie verschillende eindes nodig voor je definitief de coulissen in ging.

Van Looy: Ik heb twee grote angsten. Ik heb een heilige schrik om mensen te vervelen. Daarom praat ik zo snel. Daarom gebeurt er zo veel in mijn films. En de tweede is dat mijn eindes teleurstellen. Met als gevolg dat ik meestal drie of vier eindes heb. Ook in mijn films. De zaak Alzheimer, Loft, De premier: telkens als je denkt dat het gedaan is, komt er nóg. Mocht het ene teleurstellen, dan is er altijd nog een ander einde. Ik ben een pleaser: mensen moeten het gevoel hebben dat ze waar voor hun geld hebben gekregen.

Klopt het dat je tijdens de try-outs hebt laten turven hoeveel keer er gelachen werd?

Van Looy: 321 keer, ja. Ik had Fokke gevraagd om dat te doen. Sowieso heb ik iets met getallen. Ik heb bijvoorbeeld ook een verslaving met ronde getallen. Maar hier vond ik het ook noodzakelijk. Mensen verwachten dat er humor gaat zijn als ik ergens verschijn. Dan wil ik hen niet teleurstellen. Het zal ook wel met grapdrang te maken hebben.

Ik heb me ook laten vertellen dat jij permanent met de kijkcijfers van negentien seizoenen De slimste mens rondloopt.

Van Looy: (grijpt naar de rugzak achter hem en haalt een vijf centimeter dikke stapel papieren in een plastic mapje boven) Hier. Mijn archief. Een overzicht van alle kandidaten en juryleden die hebben meegedaan. En de kijkcijfers. Rechtstreeks, uitgesteld, tegen welke Champions League-match we geprogrammeerd stonden… Ik weet ook niet helemaal waarom ik dat overal meezeul. In de praktijk kan ik die map hoogst zelden gebruiken. Maar bon, Robbe De Hert had altijd twee netzakken vol papier bij zich, overal waar hij kwam. Dan valt dit nog mee.

Heeft het ook met een drang naar succes en erkenning te maken? Het valt tijdens de voorstelling op dat je, wanneer Loft ter sprake komt, heel nadrukkelijk de 1.196.000 bezoekers van die film vermeldt. Alsof je Vlaanderen eraan wilt herinneren dat je geen geflopte regisseur bent.

Van Looy: Dat klopt, ja. Ik heb de jarenlange moppen van Jeroom en Philippe Geubels over TheLoft heel plezant gevonden, maar ik merkte dat mensen ze na een tijdje ook zijn beginnen te geloven. Mensen spraken me aan op straat om te zeggen dat ze een film van mij gezien hadden en voegden eraan toe: ‘Maar dat viel toch goed mee?’ Dus wilde ik toch nog even aanhalen dat ik met Loft de succesvolste Vlaamse film aller tijden heb gemaakt en dat De zaak Alzheimer door Richard Schickel van het magazine Time toen tot ‘one of the best movies you will see all year’ is uitgeroepen. Excuus, ik ben weer aan het stoefen.

Maar: ik haal mezelf heel hard onderuit in de voorstelling. Dat vind ik ook belangrijk: de wereld zou een betere plek zijn als meer mensen in staat waren om met zichzelf te lachen. Alleen: omdat ik dat zoveel doe, heb ik het gevoel dat ik de mensen er aan moet herinneren dat ik ook iets gepresteerd heb. Misschien is dat ook de kern van de voorstelling.

De presentator van Der unfassbar schlauste Mensch der Welt. ‘Hij lijkt een beetje op mij, hè?’
De presentator van Der unfassbar schlauste Mensch der Welt. ‘Hij lijkt een beetje op mij, hè?’ © Anneke D’Hollander

Ik had verwacht dat Verslaafd een tikje cinefieler zou zijn. Dat het jouw excuus was om het anderhalf uur over Steven Spielberg en Sydney Pollack te hebben.

Van Looy: Dat heb ik wat teruggeschroefd. Er zat bijvoorbeeld een passage in over hoe ik als achttienjarige een eerste adviesgesprek aan het Ritcs in Brussel had, bij Ivo Van Hove. ‘Ik wil de nieuwe Steven Spielberg worden’, zei ik. Maar dat was duidelijk niet het juiste antwoord. Het Ritcs was niet op zoek naar de Spielberg van Borgerhout, maar naar de nieuwe Antonioni’s, Truffauts, Fassbinders en Pasolini’s. Wel, dat soort opsommingen, die vielen volledig dood tijdens de try-outs. En dus heb ik het er maar uit gelaten. Ik vond het belangrijk dat mensen die geen filmfreaks waren ook een leuke avond zouden beleven. Ook al omdat er veel jonge mensen in de zalen zitten die niet meer weten wie Peter Ustinov of Warren Beatty is.

Dat bedacht ik me wel achteraf: jouw Hollywood, dat van de grote filmsterren, bestaat vandaag niet meer.

Van Looy: De filmsterren zijn niet meer Chris Hemsworth of Henry Cavill, maar Thor en Superman. De superhelden hebben het van de supersterren overgenomen. En als ik eerlijk ben, heb ik het gevoel dat daarmee ook iets verloren is gegaan. In het sterrensysteem waren acteurs zo machtig dat het publiek hen volgde. Als Gene Hackman na The French ConnectionThe Conversation wilde maken, dan volgden de mensen. Idem als Robert Redford na Butch Cassidy and the Sundance Kid zich aan Jeremiah Johnson waagde. En daarmee kwamen ze ook op paden die iets moeilijker te betreden waren. Misschien doen Zendaya en Timothée Chalamet dat vandaag ook. Misschien ben ik gewoon oud. Maar ergens mis ik dat sterrensysteem.

Ik maak me geen zorgen over de cinema op zich. Het jonge publiek vindt nog altijd de weg. De cinema’s zitten vol. Maar het is allemaal voor één bepaald soort film. Ik voel het zelf ook: voor The Batman of Dune ga ik naar de bioscoop, maar bij Madres paralelas denk ik al: dat kan ik evengoed thuis zien. De cinema wordt steeds meer een plek van immens spektakel. Een kermisattractie. Zo is het begonnen en zo lijkt het ook te gaan eindigen.

***

‘Wat zit er eigenlijk nog in die rugzak, behalve je archief?’ vraag ik.

‘Eens kijken’, zegt Van Looy, terwijl hij er verder in grabbelt. ‘Ah, mijn pingpongpalet.’

‘Loop je permanent met een pingpongpalet op zak?’

‘Ik kan maar met één specifieke palet spelen. En ja, je weet nooit op voorhand of je gaat moeten pingpongen.’

Hij zoekt verder. ‘En dan dit nog. Ah nee, wacht. Dat is misschien niet…’

‘Nu wil ik het zeker weten.’

‘Ja, bon.’ Hij twijfelt even en haalt dan een fles met een brede, lange hals boven. Ik kan niet helemaal inschatten of zijn blik gegeneerd of geamuseerd is.

‘Ik zeg altijd dat ik aan Memory, de remake van De zaak Alzheimer, een kleine auto heb verdiend. Denk ik toch.’
‘Ik zeg altijd dat ik aan Memory, de remake van De zaak Alzheimer, een kleine auto heb verdiend. Denk ik toch.’ © Anneke D’Hollander

‘Is dat een…?’

‘Een plasfles, ja. Maar dat is voor de voorstelling. Ik heb heel snel droge lippen, dus per show drink ik een glas of vier. Met als gevolg dat het mij al drie keer is overkomen dat ik tijdens de show pipi moest doen. En in die culturele centra is het toilet vaak ver weg en heb ik schrik dat ik in de gangen verdwaal. Vandaar: een plasfles.’

‘Logisch.’

‘Nu, in principe heb ik ze niet nodig. Op mijn rider staat een broodje garnaalsla, een broodje préparé, een cowboyhoed en een emmer. Waarbij die emmer dus dient voor de noodgevallen. Lastig wel: meestal vragen de techniekers waar ze hem moeten zetten. “Gewoon, ergens aan de zijkant van het podium.” “Waarvoor heb je die eigenlijk nodig?” “Maakt niet uit.”’

‘Oké. ’

‘Ach ja, dat heeft te maken met het ouder worden, hè. Je zult het ook nog wel merken: als je ouder wordt, krijgt je prostaat het toch vaak moeil…’

‘Ik wil niet praten over je prostaat.’

‘Het is onderzocht en het is in orde. Een grote geruststelling voor de lezers van Knack’, lacht hij.

Verslaafd is ondertussen aan een kleine herwerking toe: deze week verschijnt Memory, de Amerikaanse verfilming van De zaak Alzheimer.

Van Looy: Ik ben er blij mee, merk ik. Bijna veertig jaar geleden heeft Jef Geeraerts het boek geschreven. Twintig jaar geleden hebben scenarist Carl Joos en ik erop gezwoegd om er een script van te maken. Het fascineert me dat iets dat in Drongen en Hemiksem vorm heeft gekregen uiteindelijk zijn weg naar de hele wereld vindt. En het is extra leuk omdat ik er niet meer op rekende. De zaak Alzheimer dateert al van 2003.

De zaak Alzheimer ligt me ook nauw aan het hart omdat hij zo veel voor mij veranderd heeft. Het was mijn derde film en de eerste die én goede reviews kreeg én waar veel volk naar kwam kijken. Plus: hij is internationaal opgevallen. Vreemd genoeg heeft Jeanne Moreau, de Franse actrice, daar een grote rol in gespeeld. Ze zat als eregaste in de zaal tijdens het filmfestival van Gent, waar De zaak Alzheimer in première is gegaan, en ze werd volledig weggeblazen door de vertolking van Jan Decleir. Vervolgens is ze dat overal in Frankrijk gaan vertellen, kreeg de film een Franse release en werd hij ook internationaal uitgebracht als The Memory of a Killer. Vrij snel zijn dan de remakerechten verkocht en werd ik plots gebeld door Amerikaanse agents die met mij wilden werken. Ineens kwam ik in een ander speelveld.

Ging Clint Eastwood oorspronkelijk niet de remake maken?

Van Looy: Dat was het éérste plan. Die Richard Schickel van Time over wie ik het net had, was een goede vriend van Clint Eastwood en had hem over de film verteld. Eastwood wilde regisseren én Angelo Ledda spelen, de rol van Jan Decleir. Alleen: ze hadden er nieuwe scenaristen op gezet, die de rol van de huurdoder ondergeschikt hadden gemaakt aan die van de twee politieagenten. Toen Eastwood het script zag, besefte hij dat het niet zijn film zou worden maar die van de acteurs die de twee agenten zouden spelen en heeft hij afgehaakt. Je denkt dan: laat het dan gewoon opnieuw herschrijven. Maar zo werkt Hollywood niet: alles hangt af van beschikbaarheden en timing. Later heeft een van de producers van De zaak Alzheimer me verteld dat hij Clint Eastwood was tegengekomen. ‘Let me give you a piece of advice on that one’, had hij gezegd. ‘Don’t change a thing.’ Een mooi compliment.

En dan is de remake in een spiraal van moeilijke verhalen terechtgekomen. Eastwood had de rechten laten verlopen, waarna het bedrijf van Morgan Freeman ze heeft opgepikt. Hij wilde zelf de hoofdrol spelen. Eén probleem: de realiteit in Hollywood is dat je als acteur bankable moet zijn voor je zo’n project rondkrijgt. En Morgan Freeman was niet bankable. Fantastisch acteur, alom gevraagd voor bijrollen, maar een hoofdrol zie je hem zelden spelen. Ook hier niet: de financiers geloofden er niet in.

Heb je nooit overwogen om zelf de remake te maken?

Van Looy: Ze hebben het mij gevraagd. Net na de tournage van The Loft kreeg ik telefoon. Arnold Schwarzenegger was gouverneur af, wilde weer films maken en had zijn oog op De zaak Alzheimer laten vallen. En ik moest hem regisseren. Dat zie je vaker in Hollywood wanneer ze het origineel goed vinden: door de oorspronkelijke regisseur erbij te halen zijn ze zeker dat de nieuwe film er niet te veel van zal verschillen. Ik heb even getwijfeld, maar ik zag het niet zitten. Ik had net The Loft gedraaid, ik had heimwee en wilde terug naar Borgerhout. Arnold Schwarzenegger was ook een licht ander type acteur dan Jan Decleir, om het diplomatisch uit te drukken. Dus had ik tegen mijn advocaat ginds gezegd: vraag belachelijk veel geld, dan zeggen ze nee en moet ik zelf niet weigeren. Hij heeft dan een miljoen dollar gevraagd. Waarna ik opnieuw telefoon kreeg: ‘Er valt over te praten.’ (lacht)

En dan is er nóg een piste geweest. Een oudere producent, een Hollywood-figuur van een vorige generatie, had de rechten gekocht en was ermee gaan leuren bij zijn vrienden. Jack Nicholson zat daarbij, maar die vond zichzelf fysiek niet meer in staat de rol te spelen. Even was er ook sprake van Brian De Palma en Al Pacino, las ik in de krant, maar daar heb ik zelf nooit in geloofd. Dertig jaar geleden, ten tijde van Scarface en Carlito’s Way, was dat fantastisch nieuws geweest, maar ondertussen waren ook zij niet meer bankable. En dan zijn ze naar Liam Neeson gegaan.

Ik kan moeilijk teksten onthouden. Vandaar dat onnozele kostuum in The Masked Singer: het was het enige waarin ik de liedjesteksten kon plakken.

Verdien je iets aan die remake?

Van Looy: Ja. Ik ben coauteur van het oorspronkelijke Vlaamse scenario. Ik zeg altijd dat ik aan Memory een kleine auto heb verdiend. Nu ja, dat denk ik toch: ik ken eigenlijk niets van auto’s. Maar mijn naam staat dus wel nog eens op de aftiteling van een Hollywood-film. Dat blijft mooi.

Maar op een nieuwe kans hoop je niet meer?

Van Looy: In Hollywood? Nee. Dat is een afgelopen verhaal. Ik wilde Hollywood meemaken. Dat is me ook gelukt: ik heb me er goed geamuseerd en ik ben er trots op. Maar na The Loft had ik geen zin om opnieuw onder aan de ladder te beginnen. Ook al omdat ik er een prijs voor heb betaald: niet lang na The Loft volgde mijn echtscheiding.

Het is genoeg geweest. Ik ben ook blij dat ik dat kan zeggen. Film is vijftig jaar lang een verslaving geweest. In de letterlijke betekenis: ik kende geen maat. Toen ik als journalist werkte, moest ik 400 films per jaar kijken. Wel, ik zag er dan 600 – en het jaar erop wilde ik er 650 zien. Idem als regisseur: ik wilde niet alleen deel uitmaken van die wereld, ik wilde haar veroveren. En had ik hier succes, dan wilde ik ginder hetzelfde. Ik heb heel veel plezier beleefd aan de cinema, maar het was ook een gesel. Ik ben oprecht blij dat ik daarvanaf ben.

Zijn er nog plannen voor een nieuwe Vlaamse film?

Van Looy: Er staan een film en een tv-reeks in de steigers, maar de scenario’s zijn nog niet af. Meer kan ik daar niet over zeggen. Ik heb dan misschien niet het talent van Stanley Kubrick, maar wel zijn geduld. (lacht)

Nog meer internationaal nieuws: het eerste seizoen van de Duitse versie van De slimste mens is opgenomen.

Van Looy: Der unfassbar schlauste Mensch der Welt.De derde internationale versie intussen. In Nederland is De slimste mens al langer een succes, maar met een iets ernstiger toon. Het lokt wel twee miljoen kijkers. In Turkije is er even een versie geweest waarin je een auto kon winnen. Dat was trouwens ook het voornaamste decorstuk: die auto.

De Duitse versie gaat het dichtst bij het origineel blijven. Ze hebben de hulp ingeroepen van enkele medewerkers hier en het merendeel van de vragen overgenomen. Wat af en toe tot misverstanden leidt. Toen we ter plekke waren, zagen we tussen hun lijst vragen staan als ‘Was weisst du über den fantastischen ehemaligen Beerschot-Spieler Mousa Dembélé?’ Toen hebben we toch even verduidelijkt dat dat er een voor de Vlaamse kijker was. (lacht) Voor de rest schijnen de opnames ginder heel goed verlopen te zijn. Ze denken al aan een vervolg.

Ik heb hardop gelachen toen ik de foto van de Duitse presentator zag.

Van Looy: Hij lijkt een beetje op mij, hè?

Dezelfde bril, hetzelfde kapsel, hetzelfde blauwe kostuum: het is alsof ze gewoon een random Duitse lookalike hebben gezocht.

Van Looy: Hij komt ook uit de fictiewereld: hij speelt de hoofdrol in Der Bergdoktor, een Duitse tv-serie. Hans Sigl – zo heet hij – wilde me ook ontmoeten, wat zeer fijn was. Ondertussen hebben we een mailrelatie.

Toen ze belden dat er een Duitse versie kwam en ze mij ginds wilden spreken, dacht ik héél even: ‘Yes, ik word de nieuwe Rudi Carrell.’ (lacht) Maar het ging dus enkel over tips en advies. Stiekem blijft het er toch nog in zitten, die drang om internationaal te scoren.

Wanneer dit verschijnt, ben je zestig geworden. Doet dat je iets?

Van Looy: Verjaardagen vier ik nooit. Ook nu niet. Wat zei die auteur van Peter Pan ook weer? ‘Kinderen zouden nooit naar bed gestuurd mogen worden. Ze worden altijd een dag ouder wakker.’ Dat idee zit ook wel in mij – en zeker op verjaardagen.

Maar met de leeftijd op zich heb ik geen enkel probleem. Zestig is een mooi rond getal, wat ik sowieso al leuk vind. Ik heb ook het gevoel dat ik me geen zorgen meer moet maken. Ik heb hier succesvolle films gemaakt, ik heb een film in Hollywood gemaakt, ik presenteer een succesvol tv-programma. Waar ik lange tijd toch door veel sturm-und-drang gedreven werd, besef ik de jongste tijd dat alles goed zit. Normaal zou het me heel veel angst moeten inboezemen om een nieuwe leeftijdscategorie in te stappen, maar ik heb er vrede mee.

Ergens voelt die zestig ook als de afronding van een decennium. Op mijn vijftigste ben ik alcohol beginnen te drinken. In 2011 heb ik The Loft gedraaid. In 2012 is De slimste mens naar Vier verhuisd. In 2014 is The Loft verschenen en ben ik van mijn vrouw gescheiden. Ik heb het gevoel dat het tien heftige jaren zijn geweest, die nu afgerond worden. Ik heb een privésituatie die stabiel is. Ik ben twee maanden geleden gestopt met alcohol drinken. Ik ben blij met mijn oeuvre, hoe pretentieus dat woord ook klinkt. Ik heb zelfs kunnen voetballen tot mijn zestigste, zoals ik mezelf altijd had voorgehouden.

‘Ik had als jongen geen imaginair vriendje, ik had een imaginaire filmcarrière –  vijf Oscars gewonnen.’
‘Ik had als jongen geen imaginair vriendje, ik had een imaginaire filmcarrière – vijf Oscars gewonnen.’ © Anneke D’Hollander

De jongste jaren lijk je in toenemende mate ook een andere kant van jezelf te tonen. Zeker in De slimste mens.

Van Looy: Waarover heb je het dan precies?

De hawaïhemden, de chassidische baarden, de waterpistolen, de tequilashots, het vele, vele zingen.

Van Looy: Dat heeft allemaal te maken met die rust waar ik het over had. Het laatste stukje verlegenheid is verdwenen. En dat ging in het verleden verder dan de meeste mensen zich konden voorstellen. Een restaurant of café binnenstappen, dat was moeilijk voor mij. Ook de faalangst is weg. Als je een watergevecht op tv houdt, kan alles gebeuren. Vroeger werd ik zenuwachtig van onverwachte dingen, nu vind ik het leuk. Maar bon, het voorbije seizoen zijn we misschien iets te ver gegaan. Bij de evaluatie hebben we besloten de zottigheid toch iets terug te schroeven.

Ik heb het gevoel dat ik meer en meer een soort yes-man wordt. Ik heb niets meer te bewijzen voor mezelf. Maar dat leidt bij mij tot: laat me dan maar een hoop dingen doen die ik nog niet heb gedaan. Een waterpistoolgevecht, een tv-reeks, een theatervoorstelling…

Is dat ook waar we Radijsje uit The Masked Singer moeten situeren?

Van Looy: Dat past daarin, ja. Nu, zelf vond ik mijn deelname niet zo vreemd. Ik hou van zingen. Ik hou van alles wat uit Zuid-Korea komt, van Parasite over Squid Game tot The Masked Singer. Er zit iets in die kleurrijke verbeelding dat me fascineert. En ik wist dat ik ergens ontmaskerd ging worden in de periode dat mijn zaalshows in verkoop zouden gaan. Dat is de regisseur in mij die het overneemt.

Alleen had ik hetzelfde probleem als bij Verslaafd: ik kan moeilijk teksten onthouden. Vandaar dat onnozele kostuum: het was het enige waarin ik de liedjesteksten kon plakken. Ik was ook liever een leeuw of een edelhert geweest, maar het was ofwel een sexy pak, ofwel mijn tekst. Het is Radijsje geworden. Met als gevolg dat ik nu voor eeuwig een kinder- en groentevriend zal zijn. (lacht)

Er was ook je geschifte passage in De Containercup, twee jaar geleden, waarin je spuwend en vloekend de onderdelen afwerkte. Je wist dat je schouder uit de kom zou gaan tijdens de monkey bars. Je deed het toch.

Van Looy: Ik wist het, ja. Maar ik dacht: ik doe maar. Op zo’n moment is de drang om goede tv te maken groter dan het belang van mijn fysieke integriteit. Ik wil tot het uiterste gaan, ook voor het programma van iemand anders. Dat is opnieuw de pleaser in mij: als ik de kijkers en de makers kan plezieren, doe ik het toch en werk ik de rest van de proeven met één arm af.

Schuilt er een stukje maniak in jou?

Van Looy: Na die uitzending heb ik nog een mail gehad van Hans Vandeweghe, de sportjournalist van De Morgen. Hij had gezien dat mijn hartslag tijdens het fietsen 20 seconden lang boven de 200 was gegaan. Hij schreef dat dat levensgevaarlijk was en ik het nooit mocht doen. Ik kan niks doen zonder uitgeput aan de meet te komen, of het nu een interview, een quiz of The Masked Singer is. Ik doe alles om het gevoel te vermijden dat ik mensen verveel. Dus ja, dat is maniakaal, dat pleasen, maar ik doe er niemand kwaad mee, hè.

Ik moet opletten hoe ik dit verwoord, maar misschien heeft het ermee te maken dat ik tot een jaar of twee geleden heb gedacht dat jij normaal was. Een beetje jongensachtig, maar wel normaal.

Van Looy: Euh, wel. Ik begin ook te twijfelen. (lacht) Nee, serieus: die excentrieke kantjes zijn er altijd geweest. Hoe ik eet. Hoe ik drink. Mijn angst om te vervelen. Mijn drang om te pleasen. De verslavingen aan cola, succes, slaappillen, filmsterren. Het zijn er veel. Maar nu ik meer rust in mijn privéleven heb en tevreden ben met wat ik professioneel bereikt heb, durf ik dat wat meer los te laten.

Toen ik een jaar of veertien was, moest ik op woensdag vaak een half uur naar de voetbaltraining stappen. Gewoon stappen kon ik niet: er moest iets gebeuren. Dus wat deed ik? Ik interviewde mezelf. Ik had een pseudoniem, William Nihisdale, een succesvol cineast in Hollywood. En elke keer dat ik te voet naar de training moest, had hij een nieuwe film gemaakt en gaf hij daar interviews over. Soms flopte die, soms was het een groot succes – ik denk dat William Nihisdale vijf Oscars heeft gewonnen. Ik had geen imaginair vriendje: ik had een imaginaire filmcarrière.

Tijdens het wandelen passeerde ik lantaarnpalen: de volgende moest ik altijd sneller bereikt hebben dan de vorige. Dat is heel lang mijn leven geweest: als ik de ene lantaarnpaal bereikt had, moest ik sneller naar de volgende. En nu, bij mijn zestigste verjaardag, heb ik het gevoel: het is oké. Mijn ongelooflijke drang om te presteren en te bestaan is gaan liggen. Ik ben onderweg ook al eens tegen een lantaarnpaal geknald: dat helpt.

William Nihisdale?

Van Looy: William Nihisdale, ja.

Ik begin me ondertussen af te vragen hoe ik ooit heb kunnen denken dat jij normaal was.

Van Looy: Ik ook. De signalen zijn er altijd geweest. (lacht)

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Memory
Nu in de bioscoop.
Verslaafd
Alle voorstellingen zijn uitverkocht, behalve de dernière in Antwerpen. Alle info: erikisverslaafd.be .
Erik Van Looy geboren op 26 april 1962.

Beroep regisseur en tv-presentator.

Filmografie
Ad fundum (1993), Shades (1999), De zaak Alzheimer (2003), Loft (2008), The Loft (2014), De premier (2016).

TV-werk De slimste mens ter wereld, dat hij in het tweede seizoen overnam van Bruno Wyndaele. Dit najaar volgt De allerslimste mens ter wereld, naar aanleiding vna de twintigste verjaardag, met een selectie van de beste kandidaten van het voorbije decennium.

Zat als Radijsje in The Masked Singer. Was niet zo heel moeilijk te herkennen.

In het nieuws met Verslaafd, zijn eerste theatershow.

Partner Content