Daar in die studio aan het zebrapad: ‘If these walls could sing’ schetst de geschiedenis van de Abbey Road-studio

© National
Jonas Boel
Jonas Boel Jonas Boel is medewerker van Knack Focus

In If These Walls Could Sing werpt Mary – dochter van Paul – McCartney een blik achter de schermen van Abbey Road, de studio die synoniem kwam te staan met The Beatles, en vice versa.

Toen The Beatles in 1962 hun platencontract tekenden bij Parlophone, een sublabel van EMI, vielen ze met hun gat in de boter. Niet alleen nam labelbaas en briljant producer George Martin, die zich zou ontpoppen tot ‘de vijfde Beatle’, hen onder zijn vleugels, minstens even belangrijk was het door EMI gesubsidieerde dak waaronder John, Paul, George en Ringo tussen 1963 en 1970 konden uitgroeien tot de grootste, meest invloedrijke band ter wereld: Abbey Road Studios.

Eigenlijk EMI Recording Studios, zoals het voormalige herenhuis met negen slaapkamers heette vanaf 1931, toen het in gebruik werd genomen als ‘de best uitgeruste, grootste opnamestudio ter wereld’. De officiële naamsverandering kwam er pas in 1976, zes jaar dus nadat The Beatles de straat waar hun muzikale speeltuin lag vereeuwigden met de titel van hun laatste album. Op de hoes daarvan steken ze het zebrapad tegenover de studio over, zes iconische witte lijnen die sinds 2010 beschermd zijn als monument.

If These Walls Could Sing, de nieuwe Disney+documentaire over de geschiedenis en de impact van de legendarische muziektempel, is meteen ook het regiedebuut van Mary McCartney, de 53-jarige dochter van Paul en wijlen Linda. Die het dus niet ver moest gaan zoeken. ‘Abbey Road was soms létterlijk mijn speeltuin’, vertelt ze ons vanuit Londen. ‘We woonden vlakbij, en wanneer mijn ouders in de studio zaten met Wings, de groep van mijn pa na The Beatles, kwam ik er – een peuter nog – regelmatig over de vloer.’

De naam McCartney opent natuurlijk deuren voor een muziekdocumentaire, maar McCartney junior was ook al een gevierde portretfotografe, ervaring die haar van pas kwam. ‘Toen ik nog eens oude familiefoto’s bekeek, besefte ik niet alleen dat al mijn favoriete docu’s persoonlijke films zijn, maar ook dat ik al mijn bagage als fotograaf zou kunnen gebruiken. Dit is een portret van een gebouw, maar ook van alle mensen die er het kloppende hart van vormen en hebben gevormd: de technici, de producers, de sessiemuzikanten en de artiesten, natuurlijk.’

Behalve vader McCartney halen heel wat andere muzieklegendes herinneringen op aan Abbey Road. Ene Reginald Dwight bijvoorbeeld, die er jaren voor zijn doorbraak als Elton John bijkluste als sessiepianist. Of Jimmy Page van Led Zeppelin, die als piepjong gitaarwonder vanaf de eerste rij meemaakte hoe Shirley Bassey leeggezongen van haar stokje draaide tijdens de opnames van Goldfinger, het themanummer van de gelijknamige Bondfilm. Dat is overigens verre van de enige filmmuziek die in Abbey Road werd opgenomen. Met zijn gigantische oppervlakte – een halve hectare – kwamen in Studio 1 heel wat orkestrale soundtracks tot leven. John Williams blikte er die van Return of the Jedi en Raiders of the Lost Ark in.

In A Day in the Life komt alles samen. Waar anders had mijn pa het ‘orkestrale orgasme’ voor het eind van dat nummer praktisch kunnen uitvoeren?’ –

Mary McCartney

Maar de grootste focus van If These Walls Could Sings ligt uiteraard op de periode waarin The Beatles met hun experimenteerdrift halverwege de sixties de bakens van de popmuziek verzetten. De studio nam de rol van muze aan. De creatie van A Day in the Life, uit Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band (1967) is daarvan het mooiste voorbeeld volgens Mary McCartney. ‘Alles komt daarin samen: de briljante songs, de technische innovatie, de ruimte… Waar anders had mijn pa het ‘orkestrale orgasme’ dat hij in gedachten had voor het crescendo op het eind van dat nummer praktisch kunnen uitvoeren? Waar anders waren er vier vleugelpiano’s beschikbaar om dat knotsgekke slotakkoord mee op te nemen? George Martin moedigde The Beatles in de studio aan om creatief te zijn, en dat spoorde weer andere artiesten aan om er hun grenzen te verleggen.’ Pink Floyd, bijvoorbeeld, die terwijl Sgt. Pepper’s werd opgenomen in de studio ernaast aan hun debuut The Piper at the Gates of Dawn sleutelden, toen nog met eerste frontman Syd Barrett, voor die de pedalen verloor onder invloed van overmatig lsd-gebruik.

Maar getuigenissen over rock-’n-rollbacchanalen krijgt u níet te zien in If These Walls Could Sing. Zelfs de broertjes Gallagher van Oasis, die er hun derde album Be Here Now (1997) opnamen, hielden klaarblijkelijk hun manieren in de tweede living van hun favoriete band. ‘Ik dacht eerlijk gezegd zelf ook dat ik meer sappige verhalen te horen zou krijgen’, lacht McCartney. ‘Because I do love a bit of gossip. Het respect van de artiesten voor de studio was te groot, denk ik. Tegenwoordig kun je overal een plaat opnemen. In je slaapkamer, in je auto, waar dan ook. Maar Abbey Road is een instituut, dat vorig jaar al zijn negentigjarig bestaan vierde. Niet de plek om tijd te verspillen door feestjes te bouwen en dergelijke.’

Een instituut, maar geen vergane glorie, benadrukt McCartney, die haar documentaire afsluit met de jonge Britse zangsensatie Celeste. ‘De meeste studio’s die platenfirma’s ooit gebouwd hebben, zijn inmiddels ten prooi gevallen aan vastgoedmakelaars of omgeturnd tot musea, maar bij Abbey Road is het nog steeds een druk komen en gaan. Zelfs toen we er mijn pa of Ringo Starr wilden interviewen moesten we ons schikken naar een gaatje in de agenda.’

Wat is trouwens háár favoriete Abbey Road-album? ‘Goh, het zijn er zoveel. Weet je, afrobeatpionier Fela Kuti heeft er drie platen gemaakt. (glimlacht) Maar als ik er daar eentje van kies, valt dat thuis misschien wat moeilijk.’

If These Walls Could Sing

Nu op Disney+.

Partner Content