De Mercury Seven, zoals deze testpiloten destijds bekendstonden, beleefden de ultieme droom van menig alfaman in de sixties: ze bereikten het onbereikbare.

Tom Jennings (regisseur): In volle Koude Oorlog werden ze de nieuwe rocksterren, groter dan Elvis. Ik wist op voorhand wel dat die jongens populair waren, maar niet hóé populair. Zo wist ik niets over hun samenwerking met het weekblad Life (op 14 september 1959 sierden ze bijvoorbeeld samen met hun vrouwen de cover van dat magazine, nvdr.). Later gingen de Apollomissies, en dan vooral de maanlanding, met alle aandacht lopen, waardoor het verhaal van die eerste astronauten, de échte pioniers, vaak over het hoofd wordt gezien.

De documentaire bevat nooit vertoonde historische beelden, begeleid door de stem van auteur Tom Wolfe, die in mei 2018 overleden is.

Jennings: Een welbespraakte man, die een personage op zich vormt. Geef toe: wanneer heb jij voor het laatst Tom Wolfe nog horen praten over The Right Stuff? (lacht)

En dan mocht je ook nog gaan grasduinen in de archieven van de astronaut John Glenn, de posterboy van de Mercury Seven.

Jennings: Ik ben opgegroeid in Cleveland, Ohio. Net als John Glenn. Hij was mijn jeugdheld, al was ik nog klein toen hij zijn ding deed. Later is hij senator voor Ohio geworden, en in 1980 deed hij een gooi naar het presidentschap. We kregen toegang tot zijn handgeschreven brieven en homevideos. Dat was voor mij, als eenvoudige kerel uit Ohio, een eer en een privilege.

Macht en aanzien, daar was het de Amerikanen en de Sovjets destijds om te doen. Waar staan we over een aantal jaren in ruimtevaart?

Jennings: Ik heb geen glazen bol, maar met de jaren is de interesse in het ruimteprogramma in elk geval verdwenen. Been there, done that, klonk het steeds weer. In de vroege sixties was het buitenaards nieuws als astronauten door de dampkring vlogen. Toen de Russen de Spoetnik de ruimte in joegen om ons te bespioneren, ging de wereld uit haar dak. Die verwondering is vandaag ondenkbaar. De mens heeft alles al verkend. Commerciële ruimtereizen zijn ongetwijfeld fantastisch - en technisch mogelijk - maar wie wil er nu 250.000 dollar betalen voor een trip naar Mars? Als er iéts is dat de wereld nog zo met verstomming kan slaan, is het mijns inziens first contact: wanneer we een eerste radiosignaal oppikken van honderd miljard kilometer ver.

The Real Right Stuff

Vanaf 20/11 in Disney+

De Mercury Seven, zoals deze testpiloten destijds bekendstonden, beleefden de ultieme droom van menig alfaman in de sixties: ze bereikten het onbereikbare. Tom Jennings (regisseur): In volle Koude Oorlog werden ze de nieuwe rocksterren, groter dan Elvis. Ik wist op voorhand wel dat die jongens populair waren, maar niet hóé populair. Zo wist ik niets over hun samenwerking met het weekblad Life (op 14 september 1959 sierden ze bijvoorbeeld samen met hun vrouwen de cover van dat magazine, nvdr.). Later gingen de Apollomissies, en dan vooral de maanlanding, met alle aandacht lopen, waardoor het verhaal van die eerste astronauten, de échte pioniers, vaak over het hoofd wordt gezien. De documentaire bevat nooit vertoonde historische beelden, begeleid door de stem van auteur Tom Wolfe, die in mei 2018 overleden is. Jennings: Een welbespraakte man, die een personage op zich vormt. Geef toe: wanneer heb jij voor het laatst Tom Wolfe nog horen praten over The Right Stuff? (lacht)En dan mocht je ook nog gaan grasduinen in de archieven van de astronaut John Glenn, de posterboy van de Mercury Seven. Jennings: Ik ben opgegroeid in Cleveland, Ohio. Net als John Glenn. Hij was mijn jeugdheld, al was ik nog klein toen hij zijn ding deed. Later is hij senator voor Ohio geworden, en in 1980 deed hij een gooi naar het presidentschap. We kregen toegang tot zijn handgeschreven brieven en homevideos. Dat was voor mij, als eenvoudige kerel uit Ohio, een eer en een privilege. Macht en aanzien, daar was het de Amerikanen en de Sovjets destijds om te doen. Waar staan we over een aantal jaren in ruimtevaart? Jennings: Ik heb geen glazen bol, maar met de jaren is de interesse in het ruimteprogramma in elk geval verdwenen. Been there, done that, klonk het steeds weer. In de vroege sixties was het buitenaards nieuws als astronauten door de dampkring vlogen. Toen de Russen de Spoetnik de ruimte in joegen om ons te bespioneren, ging de wereld uit haar dak. Die verwondering is vandaag ondenkbaar. De mens heeft alles al verkend. Commerciële ruimtereizen zijn ongetwijfeld fantastisch - en technisch mogelijk - maar wie wil er nu 250.000 dollar betalen voor een trip naar Mars? Als er iéts is dat de wereld nog zo met verstomming kan slaan, is het mijns inziens first contact: wanneer we een eerste radiosignaal oppikken van honderd miljard kilometer ver.