In 1987 kwam Shane Black heel gruwelijk aan zijn einde in de gespierde scifi-actiethriller Predator. In 2018, meer dan dertig jaar later, keerde hij als scenarist en regisseur terug naar de populaire monsterfranchise.

In het door John McTiernan geregisseerde origineel worden militair Arnold Schwarzenegger en zijn oneliners spuiende machocollega's tijdens een geheime missie in de Latijns-Amerikaanse rimboe door een vrijwel onzichtbare buitenaardse humanoïde gestalkt en in de pan gehakt. In deze vierde en voorlopig laatste film uit de reeks (de twee Alien vs. Predator-spin-offs niet meegeteld) verplaatst Black de actie deels naar een Amerikaanse buitenwijk.

Army Ranger Quinn (Boyd Holbrook uit de tv-serie Narcos) bemachtigt tijdens een missie een stuk Predator-uitrusting en stuurt het, voor hij wordt opgepakt door een schimmige overheidsdienst, via de post op naar zijn gezin. Het spel zit helemaal op de wagen wanneer Quinns zoontje erin slaagt het geavanceerde wapentuig aan de praat te krijgen en een Predator achter zich aan krijgt. Met de hulp van een bont gezelschap van veroordeelde legerveteranen - de Loonies - en een ratelende biologe (Olivia Munn) probeert Quinn zijn gezin te beschermen tegen de buitenaardse jager en de geheime dienst.

De eerste Predatorfilm moest het vooral hebben van de woeste actie en het feit dat het monster - een creatie van Stan Winston en James Cameron - lange tijd zo goed als onzichtbaar bleef. Op dat verrassingseffect kon Shane Black voor deze opgefokte remake natuurlijk niet meer teren. De scenarist van de Lethal Weapon-films en regisseur van Kiss Kiss Bang Bang en Iron Man 3 mixt machismo en gore slachtpartijen met veel kwinkslagen en dwaze oneliners. Dat maakt van The Predator een onderhoudende, viscerale maar verre van vlekkeloze B-actiefilm, die bol staat van de jarentachtignostalgie - zo is de Halloweenscène een vette knipoog naar E.T.

The Predator

Zaterdag 17/10, 20.30, VTM

In 1987 kwam Shane Black heel gruwelijk aan zijn einde in de gespierde scifi-actiethriller Predator. In 2018, meer dan dertig jaar later, keerde hij als scenarist en regisseur terug naar de populaire monsterfranchise. In het door John McTiernan geregisseerde origineel worden militair Arnold Schwarzenegger en zijn oneliners spuiende machocollega's tijdens een geheime missie in de Latijns-Amerikaanse rimboe door een vrijwel onzichtbare buitenaardse humanoïde gestalkt en in de pan gehakt. In deze vierde en voorlopig laatste film uit de reeks (de twee Alien vs. Predator-spin-offs niet meegeteld) verplaatst Black de actie deels naar een Amerikaanse buitenwijk. Army Ranger Quinn (Boyd Holbrook uit de tv-serie Narcos) bemachtigt tijdens een missie een stuk Predator-uitrusting en stuurt het, voor hij wordt opgepakt door een schimmige overheidsdienst, via de post op naar zijn gezin. Het spel zit helemaal op de wagen wanneer Quinns zoontje erin slaagt het geavanceerde wapentuig aan de praat te krijgen en een Predator achter zich aan krijgt. Met de hulp van een bont gezelschap van veroordeelde legerveteranen - de Loonies - en een ratelende biologe (Olivia Munn) probeert Quinn zijn gezin te beschermen tegen de buitenaardse jager en de geheime dienst. De eerste Predatorfilm moest het vooral hebben van de woeste actie en het feit dat het monster - een creatie van Stan Winston en James Cameron - lange tijd zo goed als onzichtbaar bleef. Op dat verrassingseffect kon Shane Black voor deze opgefokte remake natuurlijk niet meer teren. De scenarist van de Lethal Weapon-films en regisseur van Kiss Kiss Bang Bang en Iron Man 3 mixt machismo en gore slachtpartijen met veel kwinkslagen en dwaze oneliners. Dat maakt van The Predator een onderhoudende, viscerale maar verre van vlekkeloze B-actiefilm, die bol staat van de jarentachtignostalgie - zo is de Halloweenscène een vette knipoog naar E.T.