Michael Mann is een regisseur die met veel gevoel voor stijl zijn stempel op de moderne thriller en misdaadfilm heeft gedrukt. Hoewel hij nooit in de studio draait maar altijd op locatie, spelen de films van de Amerikaan zich meestal af in de grootstedelijke jungle of tegen architecturale decors. Op één uitzondering na: The Last of the Mohicans, een revisionistische uitstap in de Amerikaanse wildernis.

In dit verbluffende epos uit 1992 neemt Mann je mee naar de tijd toen tomahawks en vuursteenslotgeweren over leven of dood beslisten in de ongerepte oerbossen van Noord-Amerika. Daniel Day-Lewis speelt Nathaniel 'Hawkeye' Poe, een blanke die in het Amerika van de achttiende eeuw geadopteerd is door de Mohicanen. Tijdens de koloniale oorlogen tussen de Fransen en de Britten redt hij Cora (Madeleine Stowe) en Alice (Jodhi May), de dochters van een Britse officier. Maar Hawkeye en zijn stam, bondgenoten van de Fransen, raken nog meer in het conflict verstrikt wanneer hij verliefd wordt op Cora en de verbitterde Huron-oorlogsleider Magua (Wes Studi) vastbesloten is om wraak te nemen op Cora's vader door haar te doden.

Mann krijgt weleens de kritiek dat hij louter mannenfilms maakt. Als deze kloeke saga iets laat zien, is het dat hij van Day-Lewis niet alleen een elegante, heroïsche actieheld maakt, maar ook een soort 'nieuwe man uit de Nieuwe Wereld'. Dat is misschien de reden waarom zijn update van de gelijknamige klassieker van James Fenimore Cooper populairder is gebleken bij vrouwen dan bij mannen, al mag niet vergeten worden dat de ' Indian romance' - en de psychoseksuele context die erbij komt kijken - altijd al een geliefd item is geweest binnen de populaire Amerikaanse literatuur. Plus: Mann hoedt er zich voor om de native Americans als edele wilden voor te stellen. Hij ziet Coopers roman trouwens 'als een vergoelijking van landroof en cultureel imperialisme'.

Toch krijg je niet louter een nieuwe geschiedschrijving. Mann en zijn cameraman Dante Spinotti verliezen de actie nooit uit het oog, en de wraakqueeste en de romantische ridderlijkheid staan centraal. Mann toont daarbij mannen volgens de actie die ze ondernemen bij het invullen van hun taken. In dit geval: het overleven in de natuur, het belegeren van een fort, een kanotocht op een wilde rivier of lijf-aan-lijfgevechten op een klif of in groene weilanden. Mann, trouw aan zijn reputatie als meesterlijke stilist, weet die actie altijd meeslepend te vangen in imposante tableaus. En Daniel Day-Lewis? Die bereidde zich naar goede gewoonte maniakaal op zijn rol voor, dit keer door te leren jagen, dieren opsporen en villen.

The Last of the Mohicans

Zondag 21/6, 20.40, CAZ

Michael Mann is een regisseur die met veel gevoel voor stijl zijn stempel op de moderne thriller en misdaadfilm heeft gedrukt. Hoewel hij nooit in de studio draait maar altijd op locatie, spelen de films van de Amerikaan zich meestal af in de grootstedelijke jungle of tegen architecturale decors. Op één uitzondering na: The Last of the Mohicans, een revisionistische uitstap in de Amerikaanse wildernis. In dit verbluffende epos uit 1992 neemt Mann je mee naar de tijd toen tomahawks en vuursteenslotgeweren over leven of dood beslisten in de ongerepte oerbossen van Noord-Amerika. Daniel Day-Lewis speelt Nathaniel 'Hawkeye' Poe, een blanke die in het Amerika van de achttiende eeuw geadopteerd is door de Mohicanen. Tijdens de koloniale oorlogen tussen de Fransen en de Britten redt hij Cora (Madeleine Stowe) en Alice (Jodhi May), de dochters van een Britse officier. Maar Hawkeye en zijn stam, bondgenoten van de Fransen, raken nog meer in het conflict verstrikt wanneer hij verliefd wordt op Cora en de verbitterde Huron-oorlogsleider Magua (Wes Studi) vastbesloten is om wraak te nemen op Cora's vader door haar te doden. Mann krijgt weleens de kritiek dat hij louter mannenfilms maakt. Als deze kloeke saga iets laat zien, is het dat hij van Day-Lewis niet alleen een elegante, heroïsche actieheld maakt, maar ook een soort 'nieuwe man uit de Nieuwe Wereld'. Dat is misschien de reden waarom zijn update van de gelijknamige klassieker van James Fenimore Cooper populairder is gebleken bij vrouwen dan bij mannen, al mag niet vergeten worden dat de ' Indian romance' - en de psychoseksuele context die erbij komt kijken - altijd al een geliefd item is geweest binnen de populaire Amerikaanse literatuur. Plus: Mann hoedt er zich voor om de native Americans als edele wilden voor te stellen. Hij ziet Coopers roman trouwens 'als een vergoelijking van landroof en cultureel imperialisme'. Toch krijg je niet louter een nieuwe geschiedschrijving. Mann en zijn cameraman Dante Spinotti verliezen de actie nooit uit het oog, en de wraakqueeste en de romantische ridderlijkheid staan centraal. Mann toont daarbij mannen volgens de actie die ze ondernemen bij het invullen van hun taken. In dit geval: het overleven in de natuur, het belegeren van een fort, een kanotocht op een wilde rivier of lijf-aan-lijfgevechten op een klif of in groene weilanden. Mann, trouw aan zijn reputatie als meesterlijke stilist, weet die actie altijd meeslepend te vangen in imposante tableaus. En Daniel Day-Lewis? Die bereidde zich naar goede gewoonte maniakaal op zijn rol voor, dit keer door te leren jagen, dieren opsporen en villen.