Toen Carl Jung het surrealistische manifest Un chien andalou zag, noemde hij het volgens regisseur Luis Buñuel 'een geval van dementia praecox', ofte vroegtijdige dementie. De Zwitserse psycholoog zou ongetwijfeld anders hebben gereageerd op On Body and Soul, een origineel Hongaars relatiedrama waarin transcendente liefde, een slachthuis en een droom over herten een centrale rol spelen.

Endre (Géza Morcsányi) is financieel directeur van een slachthuis in Boedapest. Wanneer de nieuwe kwaliteitscontroleur Mária (Alexandra Borbély) op de werkvloer verschijnt, wordt hij onmiddellijk smoorverliefd op haar. Hoewel de zestiger niet meteen een partij is voor de dertig jaar jongere vrouw, is er toch een zekere aantrekkingskracht, omdat ze allebei kampen met een handicap. De eenzame Endre heeft een verlamde arm en de schuchtere perfectioniste Mária heeft last van het syndroom van Asperger. Daardoor kan ze moeilijk contacten leggen - thuis speelt ze, met behulp van peper- en zoutvaatjes of Playmobilpoppetjes, zelfs gesprekken na.

De twee komen pas echt nader tot elkaar wanneer blijkt dat ze ook zielsverwanten zijn. Nadat er een flesje met afrodisiacum voor stieren is gestolen en er een politieonderzoek volgt, verplicht het management ook een psychologisch onderzoek. Uit de gesprekken met de psychologe blijkt dat Mária en Endre elke avond dezelfde droom hebben over een hert en een hinde die met elkaar flirten in een besneeuwd bos.

Een glorieuze comeback was het voor Ildikó Enyedi. De Hongaarse auteur, die al twintig jaar geen film meer had gedraaid, kaapte met On Body and Soul meteen de Gouden Beer weg op het filmfestival van Berlijn. Ze brak in 1989 door met My 20th Century, een in Cannes met de Caméra d'Or bekroonde fabel over het door Sigmund Freuds patriarchale visie gedomineerde fin de siècle. Dit keer grijpt ze terug naar wat Carl Jung het 'collectief-onbewuste' noemde. Het resultaat is een film over onze instinctieve diepere connecties, het verband tussen menselijk en dierlijk gedrag en sociaal ongemak.

In zorgvuldig gecomponeerde beelden laat Enyedi voortdurend de bloederige realiteit in het abattoir contrasteren met de poëtische droomscènes van de herten in het bos. Daarbij legt ze het accent op rituelen, maar hoe klinisch ze die ook filmt, er sijpelt ook humor, tactiele verbeelding en muziek in dit ongewone liefdesverhaal, dat door zijn thematiek (onverbiddelijke wreedheid, psychologische kwellingen, vervreemding, isolement en huidhonger) ook de perfecte coronafilm is.

On Body and Soul

Zaterdag 26/9, 22.10, Canvas

Toen Carl Jung het surrealistische manifest Un chien andalou zag, noemde hij het volgens regisseur Luis Buñuel 'een geval van dementia praecox', ofte vroegtijdige dementie. De Zwitserse psycholoog zou ongetwijfeld anders hebben gereageerd op On Body and Soul, een origineel Hongaars relatiedrama waarin transcendente liefde, een slachthuis en een droom over herten een centrale rol spelen. Endre (Géza Morcsányi) is financieel directeur van een slachthuis in Boedapest. Wanneer de nieuwe kwaliteitscontroleur Mária (Alexandra Borbély) op de werkvloer verschijnt, wordt hij onmiddellijk smoorverliefd op haar. Hoewel de zestiger niet meteen een partij is voor de dertig jaar jongere vrouw, is er toch een zekere aantrekkingskracht, omdat ze allebei kampen met een handicap. De eenzame Endre heeft een verlamde arm en de schuchtere perfectioniste Mária heeft last van het syndroom van Asperger. Daardoor kan ze moeilijk contacten leggen - thuis speelt ze, met behulp van peper- en zoutvaatjes of Playmobilpoppetjes, zelfs gesprekken na. De twee komen pas echt nader tot elkaar wanneer blijkt dat ze ook zielsverwanten zijn. Nadat er een flesje met afrodisiacum voor stieren is gestolen en er een politieonderzoek volgt, verplicht het management ook een psychologisch onderzoek. Uit de gesprekken met de psychologe blijkt dat Mária en Endre elke avond dezelfde droom hebben over een hert en een hinde die met elkaar flirten in een besneeuwd bos. Een glorieuze comeback was het voor Ildikó Enyedi. De Hongaarse auteur, die al twintig jaar geen film meer had gedraaid, kaapte met On Body and Soul meteen de Gouden Beer weg op het filmfestival van Berlijn. Ze brak in 1989 door met My 20th Century, een in Cannes met de Caméra d'Or bekroonde fabel over het door Sigmund Freuds patriarchale visie gedomineerde fin de siècle. Dit keer grijpt ze terug naar wat Carl Jung het 'collectief-onbewuste' noemde. Het resultaat is een film over onze instinctieve diepere connecties, het verband tussen menselijk en dierlijk gedrag en sociaal ongemak. In zorgvuldig gecomponeerde beelden laat Enyedi voortdurend de bloederige realiteit in het abattoir contrasteren met de poëtische droomscènes van de herten in het bos. Daarbij legt ze het accent op rituelen, maar hoe klinisch ze die ook filmt, er sijpelt ook humor, tactiele verbeelding en muziek in dit ongewone liefdesverhaal, dat door zijn thematiek (onverbiddelijke wreedheid, psychologische kwellingen, vervreemding, isolement en huidhonger) ook de perfecte coronafilm is.