De ene is 65 en gitarist bij De Kreuners. De andere is 58, klankman bij onder meer Tom Waes en allround tv-figuur. Door de coronacrisis zagen Jan Van Eyken en Pascal Braeckman plots hun werk wegvallen. Ze waren nochtans voorbereid.

Pascal Braeckman: Oorspronkelijk was de insteek voor ons programma dat we steden zouden testen op hun zondigheid: waar zijn de goede cafés, de mooie vrouwen, de drugs? We zijn dat gaan uittesten in Amsterdam, maar we hadden het gevoel dat we snel uitgezongen zouden zijn. Dan zijn we gaan brainstormen. Wat als onze job als muzikant en tv-maker plots zou ophouden te bestaan en we met pensioen zouden zijn? Hoe zouden we dat aanpakken? Dat wilden we van nabij onderzoeken.

Wat hebben jullie eruit geleerd?

Jan Van Eyken: Dat er nog een leven is naast muziek, televisie, vliegtuigen en hotels. (lacht)

Braeckman: Het moet vreselijk zijn als je baas zegt: 'Je bent 65, bedankt voor bewezen diensten.' Wij zullen dat nooit meemaken, maar we hebben ons willen voorbereiden. We hebben bewust gekozen om de clichés uit te proberen. Benidorm, op bedevaart in Lourdes, wandelen in de bossen... Liever doodvallen dan dat te moeten doen, dachten we. Tot onze grote verbazing is het allemaal wel meegevallen.

Van Eyken: Het zijn clichés, maar daarom zijn ze niet minder waardevol. In Lourdes hebben we mensen ontmoet die vanwege medische problemen geïsoleerd raken. Die vinden kracht en troost in groepsactiviteiten. Dat gaat in tegen mijn individualistische aard, maar je moet geen gelovige zijn om die waarden te appreciëren. We hebben ook een vrouw ontmoet die in haar jeugd misbruikt werd en het klooster is ingegaan. Op een dag vond ze rust en geluk in een yogagroep. Dat mag een cliché zijn van hier tot in Wakkerzeel, maar wie ben ik om dat onnozel te vinden?

Braeckman: We veroordelen niet meer. Of zijn daar toch voorzichtiger in geworden.

Zijn jullie bang van de grote leegte die met ouderdom geassocieerd wordt?

Van Eyken: Toch wel. Ik heb het geluk dat ik in de beste band van België zit en we nog optreden. Maar ik ben wel bang voor fysieke aftakeling, en niet meer kunnen doen wat ik wil. Daarom ben ik de laatste jaren veel gaan fietsen en wandelen. Ik heb dankzij dit programma met eigen ogen gezien dat het belangrijk is om in beweging te blijven.

Hoe ziet het ideale pensioen er volgens jullie uit?

Braeckman: Ik hoop dat ons programma succesvol wordt en we nog zeventien seizoenen mogen maken. Dan ga ik een goed pensioen tegemoet.

Van Eyken: Dan ben ik al oud hoor.

Braeckman: 82. Dat gaat toch nog? Dan zul je wel een jongere klankman moeten nemen.

Van Eyken: Dan gaan we niet meer naar Lourdes, maar beklimmen we de Himalaya. (lacht)

Twee tinten grijs

Dinsdag 28/4, 20.10, Eén

De ene is 65 en gitarist bij De Kreuners. De andere is 58, klankman bij onder meer Tom Waes en allround tv-figuur. Door de coronacrisis zagen Jan Van Eyken en Pascal Braeckman plots hun werk wegvallen. Ze waren nochtans voorbereid.Pascal Braeckman: Oorspronkelijk was de insteek voor ons programma dat we steden zouden testen op hun zondigheid: waar zijn de goede cafés, de mooie vrouwen, de drugs? We zijn dat gaan uittesten in Amsterdam, maar we hadden het gevoel dat we snel uitgezongen zouden zijn. Dan zijn we gaan brainstormen. Wat als onze job als muzikant en tv-maker plots zou ophouden te bestaan en we met pensioen zouden zijn? Hoe zouden we dat aanpakken? Dat wilden we van nabij onderzoeken. Wat hebben jullie eruit geleerd? Jan Van Eyken: Dat er nog een leven is naast muziek, televisie, vliegtuigen en hotels. (lacht)Braeckman: Het moet vreselijk zijn als je baas zegt: 'Je bent 65, bedankt voor bewezen diensten.' Wij zullen dat nooit meemaken, maar we hebben ons willen voorbereiden. We hebben bewust gekozen om de clichés uit te proberen. Benidorm, op bedevaart in Lourdes, wandelen in de bossen... Liever doodvallen dan dat te moeten doen, dachten we. Tot onze grote verbazing is het allemaal wel meegevallen. Van Eyken: Het zijn clichés, maar daarom zijn ze niet minder waardevol. In Lourdes hebben we mensen ontmoet die vanwege medische problemen geïsoleerd raken. Die vinden kracht en troost in groepsactiviteiten. Dat gaat in tegen mijn individualistische aard, maar je moet geen gelovige zijn om die waarden te appreciëren. We hebben ook een vrouw ontmoet die in haar jeugd misbruikt werd en het klooster is ingegaan. Op een dag vond ze rust en geluk in een yogagroep. Dat mag een cliché zijn van hier tot in Wakkerzeel, maar wie ben ik om dat onnozel te vinden? Braeckman: We veroordelen niet meer. Of zijn daar toch voorzichtiger in geworden. Zijn jullie bang van de grote leegte die met ouderdom geassocieerd wordt? Van Eyken: Toch wel. Ik heb het geluk dat ik in de beste band van België zit en we nog optreden. Maar ik ben wel bang voor fysieke aftakeling, en niet meer kunnen doen wat ik wil. Daarom ben ik de laatste jaren veel gaan fietsen en wandelen. Ik heb dankzij dit programma met eigen ogen gezien dat het belangrijk is om in beweging te blijven. Hoe ziet het ideale pensioen er volgens jullie uit?Braeckman: Ik hoop dat ons programma succesvol wordt en we nog zeventien seizoenen mogen maken. Dan ga ik een goed pensioen tegemoet. Van Eyken: Dan ben ik al oud hoor. Braeckman: 82. Dat gaat toch nog? Dan zul je wel een jongere klankman moeten nemen. Van Eyken: Dan gaan we niet meer naar Lourdes, maar beklimmen we de Himalaya. (lacht)