'In plaats van zes nieuwe deelnemers te leren kennen, wilden we weten hoe het is om op pad te gaan met een groep mensen die al drie jaar dagelijks contact met elkaar hebben, samen op reis gaan en van elkaar weten wat ze 's avonds gaan eten.

Een goede beslissing?

Dieter Coppens: Dat denk ik wel. Het is een hele rijpe vriendengroep geworden. Een paar van hen zijn plannen aan het maken om begeleid zelfstandig te wonen, en sommigen hebben daarin al serieuze stappen gezet. Het is mooi om te zien hoe ze nu omgaan met elkaars gevoeligheden. Zo zaten we voor het eerst in een ijshotel, allemaal met dikke jassen rond een ijstafel. De gesprekken gingen veel dieper dan in het eerste seizoen, zonder dat ik daar de motor van was. Ze kunnen elkaar steunen, helpen en op hun plaats zetten. Zalig!

Merk je dat ook de beeldvorming rond het syndroom van Down de voorbije drie jaar veranderd is?

Coppens: Absoluut, en daardoor zijn ze volledig opengebloeid. Kevin had vroeger het gevoel dat mensen in een bocht om hem heen liepen, en vermeed elk contact. Nu is hij de man die iedereen goeiedag zegt op straat. Hetzelfde voel ik bij Hélène. Zij stond vroeger als mopperkont in de keuken van een taverne, nu fladdert ze rond de tafels, met een grote glimlach om de lippen. Ik word ook regelmatig aangeklampt door ouders: 'Dit programma doet mensen anders naar onze kinderen kijken.'

Een vijfde seizoen zit er dus dik in?

Coppens: Wat mij betreft kan het elk jaar, zolang we het maar fris kunnen houden, het ons blijft verwonderen. Als ik in de eerste reeks het woord 'Down' liet vallen, verdween de helft van mijn reisgezellen verdrietig naar hun kamer. Nu konden ze er onomwonden over praten. De veranderde beeldvorming heeft ook hen voor een stuk bevrijd.

In de eerste aflevering zien we je reisgenoten zelfstandig het vliegtuig nemen. Zou dit programma verder kunnen zonder presentator?

Coppens: (lacht) Dat zou fantastisch zijn. Maar er moet íémand met de auto rijden. Als mensen mij zeggen dat ze me van ergens kennen, dan is mijn antwoord: 'Ik ben de chauffeur van Down the Road.' (lacht)

In Nederland, waar het programma ook wordt uitgezonden, zagen enkele vrouwelijke kijkers jouw schattigheidsfactor als een reden om te emigreren.

Coppens: Ik krijg heel veel complimenten, soms tot vervelens toe. Het is plezant als kijkers je een chou vinden, maar ik ben ook maar een gewone mens, met goede en slechte kantjes. Ik ben drie weken op pad met die gasten. Alle pluimen die ik op mijn hoed krijg, moeten vooral op de hoeden van de ouders en de verzorgers die dag en nacht voor hen klaarstaan. Voor hen heb ik oneindig veel respect.

Down the Road: seizoen vier

Zondag 22/11, 20.00, Eén

'In plaats van zes nieuwe deelnemers te leren kennen, wilden we weten hoe het is om op pad te gaan met een groep mensen die al drie jaar dagelijks contact met elkaar hebben, samen op reis gaan en van elkaar weten wat ze 's avonds gaan eten. Een goede beslissing? Dieter Coppens: Dat denk ik wel. Het is een hele rijpe vriendengroep geworden. Een paar van hen zijn plannen aan het maken om begeleid zelfstandig te wonen, en sommigen hebben daarin al serieuze stappen gezet. Het is mooi om te zien hoe ze nu omgaan met elkaars gevoeligheden. Zo zaten we voor het eerst in een ijshotel, allemaal met dikke jassen rond een ijstafel. De gesprekken gingen veel dieper dan in het eerste seizoen, zonder dat ik daar de motor van was. Ze kunnen elkaar steunen, helpen en op hun plaats zetten. Zalig! Merk je dat ook de beeldvorming rond het syndroom van Down de voorbije drie jaar veranderd is? Coppens: Absoluut, en daardoor zijn ze volledig opengebloeid. Kevin had vroeger het gevoel dat mensen in een bocht om hem heen liepen, en vermeed elk contact. Nu is hij de man die iedereen goeiedag zegt op straat. Hetzelfde voel ik bij Hélène. Zij stond vroeger als mopperkont in de keuken van een taverne, nu fladdert ze rond de tafels, met een grote glimlach om de lippen. Ik word ook regelmatig aangeklampt door ouders: 'Dit programma doet mensen anders naar onze kinderen kijken.' Een vijfde seizoen zit er dus dik in? Coppens: Wat mij betreft kan het elk jaar, zolang we het maar fris kunnen houden, het ons blijft verwonderen. Als ik in de eerste reeks het woord 'Down' liet vallen, verdween de helft van mijn reisgezellen verdrietig naar hun kamer. Nu konden ze er onomwonden over praten. De veranderde beeldvorming heeft ook hen voor een stuk bevrijd. In de eerste aflevering zien we je reisgenoten zelfstandig het vliegtuig nemen. Zou dit programma verder kunnen zonder presentator? Coppens: (lacht) Dat zou fantastisch zijn. Maar er moet íémand met de auto rijden. Als mensen mij zeggen dat ze me van ergens kennen, dan is mijn antwoord: 'Ik ben de chauffeur van Down the Road.' (lacht)In Nederland, waar het programma ook wordt uitgezonden, zagen enkele vrouwelijke kijkers jouw schattigheidsfactor als een reden om te emigreren. Coppens: Ik krijg heel veel complimenten, soms tot vervelens toe. Het is plezant als kijkers je een chou vinden, maar ik ben ook maar een gewone mens, met goede en slechte kantjes. Ik ben drie weken op pad met die gasten. Alle pluimen die ik op mijn hoed krijg, moeten vooral op de hoeden van de ouders en de verzorgers die dag en nacht voor hen klaarstaan. Voor hen heb ik oneindig veel respect.