Toen de visionaire cineast Stanley Kubrick in 1999 op zeventigjarige leeftijd overleed, kort nadat hij Eyes Wide Shut had afgerond, viel in zowat elk in memoriam te lezen dat hij een kluizenaar, een controlefreak, zelfs een mad genius was geweest. Tijdens zijn leven had de naar Londen verkaste New Yorker er alles aan gedaan om dat beeld te creëren. Hij gruwde namelijk van de gedachte om tegenover weinig onderlegde perslui uit te weiden over zijn films en hoe die tot stand waren gekomen. Interviews gaf hij dus uiterst zelden, en als hij het deed, ...

Toen de visionaire cineast Stanley Kubrick in 1999 op zeventigjarige leeftijd overleed, kort nadat hij Eyes Wide Shut had afgerond, viel in zowat elk in memoriam te lezen dat hij een kluizenaar, een controlefreak, zelfs een mad genius was geweest. Tijdens zijn leven had de naar Londen verkaste New Yorker er alles aan gedaan om dat beeld te creëren. Hij gruwde namelijk van de gedachte om tegenover weinig onderlegde perslui uit te weiden over zijn films en hoe die tot stand waren gekomen. Interviews gaf hij dus uiterst zelden, en als hij het deed, dan kwamen meestal dezelfden over de vloer, mensen die hij waardeerde en vertrouwde. Michel Ciment is een van hen. De medewerker van het Franse filmblad Positif - intussen 82 - werd dertig jaar lang geregeld uitgenodigd in Londen en verwerkte zijn uitwisselingen met Kubrick in een biografie. De audiotapes van die gesprekken vormen nu de ruggengraat van de documentaire Kubrick by Kubrick. Die heeft alvast één grote troef: je hoort de grootmeester zowaar zelf aan het woord. De Fransman Grégory Monro, die eerder documentaires over figuren als Calamity Jane en Toulouse-Lautrec maakte, zet Kubrick efficiënt in als bindmiddel tussen de vele archiefbeelden en als verteller. Ernstig maar zonder een vleugje pretentie weidt de cineast uit over zijn zoektocht naar het evenwicht tussen beeld en inhoud, zijn maniakale research en zijn lievelingsthema's. Hij verklaart ook waarom hij zo gruwt van hersenloos entertainment en steekt een betoog af over hoe het dwangmatige streven naar originaliteit verantwoordelijk is voor vele mislukkingen in de twintigste-eeuwse kunst. Hij citeert James Joyce, die in Ulysses schreef: 'A man of genius makes no mistakes. His errors are volitional and are the portals of discovery.' Nieuwe interviews werden er voor Kubrick by Kubrick niet afgenomen, al diepten Ciment en Monro wel enkele gesprekken op met acteurs die het beeld van Kubrick als controlefreak afzwakken. Malcolm McDowell, die het moreel verwerpelijke hoofdpersonage speelde in A Clockwork Orange (1971), vertelt dat hij van Kubrick weleens mocht improviseren. Peter Sellers verklaart dat zijn opspelende naziarm uit Dr. Strangelove or: How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb (1964) zijn idee was. Kubrick komt zelfs grappig uit de hoek wanneer hij impliceert dat Ryan O'Neal de enige juiste hoofdrolspeler voor zijn kostuumdrama Barry Lyndon (1975) was omdat Al Pacino en Jack Nicholson niet aantrekkelijk genoeg waren. Veel echt nieuwe inzichten reikt Monro niet aan, maar dat maakt hij goed met een clevere montage, de toevoeging van homevideo's waarin Kubrick te zien is en natuurlijk the master's voice zelf.