Punk is niet dood, of toch minstens niet in Indonesië. Dat ontdekte Jimmy Hendrickx toen hij na de opnames van Semalu, zijn kortfilm over de invloed van verstedelijking op jongeren in Kuala Lumpur, naar inspiratie zocht in de straten van Jakarta. Op de bus botste hij daar op Eka, een zestienjarige jongen met een mohawk. 'Tijdens die rit speelde hij op een ukelele en erna wisselden we onze nummers uit', herinnert Hendrickx zich die eerste ontmoeting. 'Wat later contacteerde hij me en leerde ik dat punk voor straatkinderen zoals hem een overlevingsstrategie was. Dat wilde ik graag verder onderzoeken.'

Hoe beland je van punks in Jakarta bij de Dajaks, een verzameling traditionele volkeren op Borneo?

Jimmy Hendrickx: De échte punkers wonen in het oerwoud, vertelde iemand me. Voor mij was dat een goede reden om eens bij de Dajaks te gaan kijken. Het was interessant om die twee naast elkaar te leggen. Zo kon ik zowel kritiek uiten op de globalisering als het mooie ervan tonen. Straf, toch, dat iets uit Engeland zo'n impact kan hebben aan de andere kant van de wereld en daar een link heeft met een eeuwenoude cultuur.

En die link zijn tatoeages, een van de fascinaties van islamitische punks zoals Eka en zijn vrienden.

Hendrickx: Ja. In Indonesië waren tatoeages vroeger traditie, nu staan ze voor rebellie. In de jaren 1980 vond onder president Soeharto een klopjacht op getatoeëerde mensen plaats, denk maar aan de Petrus killings (waarbij snipers criminelen zonder enige vorm van proces doodschoten, nvdr.). Zo creëerde die dictator angst omtrent getatoeëerde mensen, waardoor de Dajaks, die een lange tatoeagetraditie kennen, als crimineel en primitief bestempeld werden. Soeharto kreeg zo vrij spel om die volkeren te controleren en te moderniseren. Intussen zijn ook veel stammen gestopt met tatoeëren.

En punkers laten zich net tatoeëren als statement, uit respect voor de Dajaks die buiten het systeem leven.

Hendrickx: Tatoeages werden een symbool van vrijheid. Rebelse jongeren laten ze daarom graag zetten, vaak met grote gevolgen. Wie een tatoeage heeft, kan in Indonesië best niets mispeuteren want dan loop je nog altijd een dubbel risico. Ook ouders willen hen daarna soms niet meer zien. Zoals bij Eka.

In je docu toon je een ontmoeting tussen Eka en zijn vader, maar dan gespeeld door een acteur. Waarom koos je niet voor een echte confrontatie?

Hendrickx: Ik heb zijn echte vader, een militair, opgezocht maar die route bleek al snel onhaalbaar. Daarom zochten we een andere, theatraler manier om Eka's emoties te capteren. Dat was een interessant experiment.

Wat vonden Eka en zijn vrienden, die in je film openlijk van Hollywood dromen, van het resultaat?

Hendrickx: Ze vragen me vaak wanneer de film in Indonesië te zien zal zijn maar we durven hem daar niet uit te brengen. Als hij daar uitkomt, zou de tatoeëerder die je erin ziet opgepakt worden voor een misdaad die hij niet heeft gepleegd.

A Punk Daydream

Zondag 29/11, 23.25, Canvas

Punk is niet dood, of toch minstens niet in Indonesië. Dat ontdekte Jimmy Hendrickx toen hij na de opnames van Semalu, zijn kortfilm over de invloed van verstedelijking op jongeren in Kuala Lumpur, naar inspiratie zocht in de straten van Jakarta. Op de bus botste hij daar op Eka, een zestienjarige jongen met een mohawk. 'Tijdens die rit speelde hij op een ukelele en erna wisselden we onze nummers uit', herinnert Hendrickx zich die eerste ontmoeting. 'Wat later contacteerde hij me en leerde ik dat punk voor straatkinderen zoals hem een overlevingsstrategie was. Dat wilde ik graag verder onderzoeken.' Hoe beland je van punks in Jakarta bij de Dajaks, een verzameling traditionele volkeren op Borneo? Jimmy Hendrickx: De échte punkers wonen in het oerwoud, vertelde iemand me. Voor mij was dat een goede reden om eens bij de Dajaks te gaan kijken. Het was interessant om die twee naast elkaar te leggen. Zo kon ik zowel kritiek uiten op de globalisering als het mooie ervan tonen. Straf, toch, dat iets uit Engeland zo'n impact kan hebben aan de andere kant van de wereld en daar een link heeft met een eeuwenoude cultuur. En die link zijn tatoeages, een van de fascinaties van islamitische punks zoals Eka en zijn vrienden. Hendrickx: Ja. In Indonesië waren tatoeages vroeger traditie, nu staan ze voor rebellie. In de jaren 1980 vond onder president Soeharto een klopjacht op getatoeëerde mensen plaats, denk maar aan de Petrus killings (waarbij snipers criminelen zonder enige vorm van proces doodschoten, nvdr.). Zo creëerde die dictator angst omtrent getatoeëerde mensen, waardoor de Dajaks, die een lange tatoeagetraditie kennen, als crimineel en primitief bestempeld werden. Soeharto kreeg zo vrij spel om die volkeren te controleren en te moderniseren. Intussen zijn ook veel stammen gestopt met tatoeëren. En punkers laten zich net tatoeëren als statement, uit respect voor de Dajaks die buiten het systeem leven. Hendrickx: Tatoeages werden een symbool van vrijheid. Rebelse jongeren laten ze daarom graag zetten, vaak met grote gevolgen. Wie een tatoeage heeft, kan in Indonesië best niets mispeuteren want dan loop je nog altijd een dubbel risico. Ook ouders willen hen daarna soms niet meer zien. Zoals bij Eka. In je docu toon je een ontmoeting tussen Eka en zijn vader, maar dan gespeeld door een acteur. Waarom koos je niet voor een echte confrontatie? Hendrickx: Ik heb zijn echte vader, een militair, opgezocht maar die route bleek al snel onhaalbaar. Daarom zochten we een andere, theatraler manier om Eka's emoties te capteren. Dat was een interessant experiment. Wat vonden Eka en zijn vrienden, die in je film openlijk van Hollywood dromen, van het resultaat? Hendrickx: Ze vragen me vaak wanneer de film in Indonesië te zien zal zijn maar we durven hem daar niet uit te brengen. Als hij daar uitkomt, zou de tatoeëerder die je erin ziet opgepakt worden voor een misdaad die hij niet heeft gepleegd.