In de eerste aflevering van het eerste seizoen van Succession zit een scène die qua wreedheid niet moet onderdoen voor de ergste passages van Game of Thrones. De Roys, een geslacht van miljardairs, spelen naar jaarlijkse gewoonte een wedstrijdje baseball op het domein van hun landhuis. Ze komen een man te kort, dus vraagt Roman Roy, de jongste telg, of het zoontje van de tuinman niet mee wil doen. Om de boel wat op te leuken, belooft hij de jongen een cheque van één miljoen dollar als hij een homerun slaat. Wisselgeld in zijn wereld; een ticket naar een beter leven voor de jongen en zijn ouders, die hoopvol staan toe te kijken.
...

In de eerste aflevering van het eerste seizoen van Succession zit een scène die qua wreedheid niet moet onderdoen voor de ergste passages van Game of Thrones. De Roys, een geslacht van miljardairs, spelen naar jaarlijkse gewoonte een wedstrijdje baseball op het domein van hun landhuis. Ze komen een man te kort, dus vraagt Roman Roy, de jongste telg, of het zoontje van de tuinman niet mee wil doen. Om de boel wat op te leuken, belooft hij de jongen een cheque van één miljoen dollar als hij een homerun slaat. Wisselgeld in zijn wereld; een ticket naar een beter leven voor de jongen en zijn ouders, die hoopvol staan toe te kijken. In elke andere reeks zou de jongen het halen - of toch op zijn minst het geld krijgen. Niet in Succession. De jongen raakt niet verder dan de derde honk. 'Dit is zo triest', zegt Roman, terwijl hij met een sardonische grijns de cheque in vier scheurt en wegwandelt. Achter zijn rug stopt zijn entourage de jongen een Patek Philippe-horloge toe. Samen met een non-disclosure agreement. Het ding is: Roman is niet eens de mínst sympathieke Roy. De concurrentie is zelfs aanzienlijk. Er is Logan Roy, de pater familias die zijn eigen kinderen manipuleert en occasioneel chanteert. Er is Connor Roy, de oudste zoon die een escorte 24/7 betaalt om zijn vriendin te zijn en een half miljoen dollar neerlegde voor een valse penis van Napoleon. Er is Kendall Roy, die het voltallige personeel van een bedrijf ontslaat omdat het een vakbond wil oprichten. Één seizoen lang leek Shiv Roy, de dochter, over enige menselijkheid te beschikken, maar dan overtuigt ze een slachtoffer van misbruik om níét tegen het bedrijf te getuigen. Niemand in Succession is ook maar een beetje sympathiek. Het zijn gewoon rijke eikels die rijke eikelige machtsspelletjes spelen. In 2018, toen Succession zijn debuut maakte, was dat nog een pitch die opviel. Drie jaar later, met seizoen drie in aantocht, voelt het bijna vertrouwd. De voorbije zomer alleen al kon u achtereenvolgens kijken naar de intriges van de verwende rijkeluiskinderen in de reboot van Gossip Girl, de banale besognes van een groep miljonairs op vakantie in The White Lotus en het gekonkel van hedgefundmiljardairs in het vijfde seizoen van Billions. Spoel nog wat verder terug en je kan de one-percenters van Big Little Lies en The Undoing, de steenrijke leerlingen van Elite en de voormalige filthy rich van Schitt's Creek aan het lijstje toevoegen. De gouden tijd van de streamingtelevisie lijkt een verrassend nieuw genre te hebben voortgebracht: fictie over rijke eikels die rijke eikelige dingen doen. Tv-fictie over rijke mensen heeft uiteraard al een grote traditie, van Dallas, Dynasty en Beverly Hills 90210 tot The O.C. en het oorspronkelijke Gossip Girl. Opvallend vaak waren dat soaps die de kijker een blik achter de schermen van het grote geld gunden en lieten zien dat rijke mensen ook problemen hebben. Opvallend vaak dook er ook een niet-rijke buitenstaander in op, die eerst gehaat en later omarmd werd omdat rijke mensen niet per definitie slecht zijn. En opvallend vaak waren de reeksen wat Amerikanen 'aspirational' noemen. De jurken van Joan Collins, het kapsel van Jason Priestley of de vlekkeloze muzieksmaak van Adam Brody: hun levensstijl werd een fetisj. Alleen: dat is niet de blik waarmee er vandaag naar de superrijken gekeken wordt. Het is moeilijk te benoemen, maar reeksen als Billions en The White Lotus zijn minder vergevingsgezind voor hun gefortuneerde personages. U mag door hen gefascineerd zijn. Maar u mag hen niet bewonderen. Geen reeks die daar verder in gaat dan Succession, het relaas van een miljardairsfamilie die een smerige opvolgingsstrijd uitvecht. Zoals gezegd: geen van de personages is ook maar een beetje sympathiek. Elke scène waarin Kendall, Roman of Shiv heel even van een zweem van moraliteit lijken te getuigen, wordt gevolgd door één waarin ze met hun gsm filmen hoe paps zijn ondergeschikten als knorrende varkens over de grond laat kruipen. Er zit geen moreel kompas in Succession - en dat is een absolute zeldzaamheid in de fictie - omdat er ook geen moreel kompas is in de miljardairswereld. Er is alleen geld. Dat subtiele commentaar zit ook in hoe de reeks in beeld gebracht wordt. Succession is namelijk niet de plek waar u interieurinspiratie moet zoeken. De lofts, landhuizen en privéjets zijn stijlvol ingericht, maar ook onmenselijk clean. De kleurtinten gaan van vaal blauw tot grijs. De materialen zijn duur maar doods. Niets straalt persoonlijkheid uit. Alles voelt als een dure hotelkamer waar u niet wil verblijven. (Een accurate weergave van de miljardairswereld, aldus de wealth consultants waar Succession mee samenwerkt. Het zijn namelijk miljardairs. Geen miljonairs.) Jesse Armstrong, de showrunner van Succession, staat erop dat de wereld niet met grandeur in beeld wordt gebracht. Terwijl de camera in pakweg The Crown vaak stilstaat om de grandioze paleizen in volle glorie te tonen, opteert Succession voor een lofi guerrillastijl, waarbij de lens rond de personages draait. 'Laat ons nooit proberen om iemand van deze levensstijl te overtuigen', zei Armstrong aan zijn crew. Ook macht, de andere fascinatie van de kijker met de superrijken, krijgt die onderkoelde behandeling. In een van de laatste scènes van het tweede seizoen verzamelen de Roys en hun adviseurs om iemand aan te duiden die moet opdraaien voor een schandaal met cruiseschepen. Het is een cruciale strategische beslissing voor het voortbestaan van het bedrijf, maar dat lijkt niemand te vatten. Voor Logan Roy is het een zuiver machtsspelletje. Het strategisch inzicht van zijn kinderen lijkt dan weer beperkt tot pappie pleasen en zoveel mogelijk anderen voor de bus gooien. Drie jaar geleden nog leek een reeks als House of Cards te suggereren dat er achter de schermen van de macht een meedogenloos, tot in de details gepland strategisch spel schuilde, gespeeld door een hypercompetente elite. In Succession lijkt dat spel net iets meer bepaald te worden door kinderlijke power trips, paranoia, zielig zelfbehoud en totale incompetentie. Op een bepaald moment koopt Roman de verkéérde voetbalploeg voor zijn vader. Dat soort totale incompetentie. Succession gunt zijn personages die macht dan ook niet. Eerder in de laatste aflevering van seizoen twee probeert Kendall, die van real talk zijn handelsmerk heeft gemaakt omdat Gordon Gekko dat deed en hij denkt dat dat dus zo hoort, zijn voormalige vriend Stewy te bedreigen. 'Je gaat ervoor zorgen dat dit lukt of ik kom je 's nachts opzoeken met een scheermes en ik snijd je - ' 'Lul af', onderbreekt Stewy hem geërgerd. 'En dan steek je die in mijn kut tot er kaka uit mijn neus komt. Bla bla. Het maakt niet uit wat je zegt. Het betekent toch niks.' De macht van de Roys reikt niet verder dan hun geld. Hun enige superkracht is rijk zijn. Al de rest is bullshit. Je kan het niet hard maken, maar het is verleidelijk om de parallel te trekken met de veranderde perceptie van de superrijken in de echte wereld. De Murdochs, de Trumps en de Maxwells, op wie Succession deels gebaseerd is, hadden al niet de beste reputatie. De Zuckerbergs, de Bezossen en de Musks, de nieuwe generatie superrijken, zagen hun aanzien de voorbije jaren imploderen. Ze zijn niet meer de visionairen die de wereld veranderen, zoals ze zichzelf graag willen zien. Hun bedrijven betalen geen belastingen, hun werknemers worden uitgebuit, ze hebben geen impulscontrole op Twitter, ondermijnen de democratie uit eigenbelang en gebruiken hun geld voor zowat alles behalve om echte problemen aan te pakken. De space race van afgelopen zomer onderstreepte dat nog eens. Jeff Bezos dacht de mensheid een geschenk te geven door de ruimte te exploreren. De mensheid zag vooral een wereldvreemde miljardair die een enorme fallus in de lucht schoot. Serieus. Dat raketontwerp had een subplot in Succession kunnen zijn. Maar er lijkt ook een andere maatschappelijke tendens mee te spelen in hoe er naar rijkdom gekeken wordt. Op Gert Verhulst na is de tv-wereld zich bewust geworden van wat privilege is. Zeker in de comedy heeft dat het perspectief veranderd. De sociale klasse waarin een reeks zich afspeelt, is meer dan een achtergrond. Satire op de arbeidersklasse, van Married... with Children tot Little Britain, is het voorbije decennium verdwenen. 'We hebben wredere comedy gemaakt dan ik vandaag zou doen', zei Matt Lucas van Little Britain al. Een reeks over de jonge, hippe middenklasse passeert nog wel, maar de makers van Friends of Girls zouden anno 2021 wel moeten uitleggen hoe hun personages appartementen van tachtig vierkante meter in New York kunnen betalen. Het lijkt dan ook een logisch gevolg: veel meer dan vroeger kijken scenaristen en showrunners voor het mikpunt van hun spot naar boven. En rijke, witte mensen blijken een heel dankbare bron van satire. Een groot deel van de golf rijkemensenfictie is dan ook terug te brengen tot privilegesatire. In de cinemawereld levert dat films op als de socialeklasseallegorie Parasite en het vlijmscherpe The Square, goed voor twee Gouden Palmen en één Oscar. Op het kleine scherm vertaalt zich dat naar reeksen als Schitt's Creek, waarin een familie voormalig superrijken probeert te integreren in een klein dorpje, of Search Party, een pastiche op hipsters en hun geprivilegieerde hang naar zelfrealisatie. Ook The White Lotus, een van de beste reeksen van het jaar, lijkt van dat besef doordrongen. In zes afleveringen volgen we een bootlading rijke, witte mensen op een exclusief resort in Hawaï. Het zijn miljonairs, geen miljardairs, die met het geld dat ze erfden een week komen uitrusten, aan zichzelf werken of een unieke ervaring willen kopen. Waarbij ze er volledig aan voorbijgaan dat minder gefortuneerden hen dat moeten bezorgen. Of dat het idyllische resort waarop ze dat hopen te doen geroofd is van de lokale bevolking. Ook hier is het moeilijk om sympathie te hebben voor de hotelgasten. Tanya is een zuchtende socialite die in haar zoektocht naar geluk Belinda, een van de zwarte personeelsleden, emotioneel leegzuigt. Ze doet Belinda hopen dat ze haar wellnesscentrum wil financieren, om het even later, wanneer ze met een businessplan verschijnt, weer te vergeten. Nicole, een selfmade woman, probeert aan haar dochter uit te leggen dat ze mild moet zijn voor haar broer. Want het zijn moeilijke tijden voor witte mannen, die nu nergens nog kansen krijgen. 'Misschien omdat witte mannen tot nu toe alleen maar kansen hebben gekregen', repliceert een vriendin van haar dochter. Rachel, een pasgetrouwde vrouw, stoort zich dan weer aan de verwendheid van haar rijke man en twijfelt om hem te verlaten, maar beseft niet hoe geprivilegieerd het is om nee te kunnen zeggen tegen een leven van financiële zekerheid. Precies die privilegedynamiek is de spil van The White Lotus. Of liever: die privilegestilstand. 'Niemand doet afstand van zijn privilege', zegt Mark, de man van Nicole, tegen zijn vrouw. 'Dat is absurd. Het gaat in tegen de menselijke natuur. We proberen gewoon allemaal om het spel van het leven te winnen.' In The White Lotus zijn mensen liever ongelukkig dan dat ze een stuk van hun rijkdom afstaan. In de laatste aflevering - seizoen twee is al bevestigd - neemt de reeks dan ook een donkere wending. Als de gasten het eiland na een week verlaten, is alles de oude gebleven. De superrijken hebben de ervaring, het inzicht en de rust gekregen waarvoor ze gekomen waren en zijn nog altijd blind voor hun eigen privilege. Het personeel blijft achter, slechter en gedesillusioneerder dan voorheen, en mag in de laatste shot de volgende gasten verwelkomen. Diezelfde cynische doem hangt ook boven Succession. Amerikaanse fictie heeft altijd een fascinatie gehad met sociale mobiliteit - het eeuwige rags to riches-verhaal, de basis van de American dream. De rijkemensenfictie van vandaag lijkt vast te stellen dat die sociale mobiliteit kapot is. De sporten van de sociale ladder zijn verrot: wie toch hogerop geraakt, wordt teruggeduwd. Misschien is dat het nieuwe aan de huidige golf rijkemensenfictie. Er valt wel te lachen met de superrijken van vandaag. Maar echt grappig is het niet.