Na Congo over de geschiedenis van de gelijknamige kolonie schreef David Van Reybrouck met Revolusi een dik boek over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd en dekolonisatie. Ook in dit geval zat de historicus de dood op de hielen: hij moest zich haasten om de levensverhalen van de laatste getuigen op te nemen. Van Reybrouck leerde een paar woorden Indonesisch omdat dat getuigt van een minimum aan respect en reisde af naar een land dat zich met elfduizend bewoonde eilanden uitstrekt over een afstand gelijk aan die tussen Londen tot Teheran.
...

Na Congo over de geschiedenis van de gelijknamige kolonie schreef David Van Reybrouck met Revolusi een dik boek over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd en dekolonisatie. Ook in dit geval zat de historicus de dood op de hielen: hij moest zich haasten om de levensverhalen van de laatste getuigen op te nemen. Van Reybrouck leerde een paar woorden Indonesisch omdat dat getuigt van een minimum aan respect en reisde af naar een land dat zich met elfduizend bewoonde eilanden uitstrekt over een afstand gelijk aan die tussen Londen tot Teheran. Een man zonder eigenschappen zou de moed in de schoenen voelen zakken. Maar niet Van Reybrouck. Hij was vastbesloten iedere steen in Indonesië om te draaien. Niet alleen zou hij een boek schrijven met de laatste getuigen als bron en leidraad, hij zou meelopen in een reportagereeks over zijn zoektocht. Je zou hem met Kuifje kunnen vergelijken. Die bedenking moet het regisseursduo Marlou Van den Berge en Djoeke Veeninga ook gemaakt hebben, want ze kneedden in papier-maché een poppetje van Van Reybrouck dat nu en dan in overgangsbeelden opduikt. Ik begreep eerst niet waarom, tot Van Reybrouck vanuit Jakarta verklaarde dat men in Indonesië aan de hand van met poppetjes bevolkte diorama's het drama toont dat het volk is overkomen. 'De geschiedenis speelt zich niet alleen in grote steden of bij grote leiders af. Je moet de geschiedenis ook voelen. Daarom zoek ik mijn ooggetuigen in verre uithoeken', doceerde Van Reybrouck terwijl hij omstandig de boeken in zijn werkkamer ordende en schriftjes vol nota's op elkaar stapelde. Aan Van Reybrouck is absoluut een begenadigd leraar verloren gegaan. Want plots staat hij in een niet nader bepaalde ruimte omgeven door drie schijven van licht. Met het maximum aan theatraliteit dat zijn enigszins stroeve lichaam aankan - een danser is dan weer niet aan hem verloren gegaan - rolt hij een kamerbrede kaart van Indonesië uit en plant boven, onder, links, rechts houten poppetjes. Ik kijk verbaasd naar de scène. Waar gaat dit over? Van Reybrouck beweegt woest over de landkaart, duwt poppetjes om, zet andere in de plaats. In een klas zou je er succes mee oogsten, met dit onverwachte didactische middel om de oorlogsgeschiedenis van Indonesië in de hoofden te prenten. Maar in een docureeks? Is het bij gebrek aan archiefbeelden? Of zit er een diepere, voor mij onzichtbare en ongrijpbare betekenis achter deze enscenering? Is dit een artistiek laagje dat men over het geheel wil smeren? Daar is natuurlijk allemaal niets mis mee, alleen weet ik simpelweg te weinig over Indonesië om mijn hoofd erbij te houden. Het geschuif met houten soldaatjes brengt meer verwarring dan verheldering. Ook de vermenging van reportagewerk en getuigenissen - hoe boeiend ook - en het vooruit- en achteruitspringen in de tijd helpen niet om het beeld scherp te stellen. Ik probeer de draad te volgen, maar blijf achter met een ordeloos kluwen wol. Het is me ook niet duidelijk waarover de reeks precies gaat. Over Indonesië en zijn onverwerkte verleden? Over David Van Reybrouck in Indonesië? Over David Van Reybrouck die een boek schrijft over Indonesië en terwijl hij een potlood scherpt enigszins pedant vertelt dat schrijven voor hem een ambachtelijke bezigheid is? Of gaat het over dat allemaal tegelijkertijd? 'Ik zit in de boulimische fase', zegt Van Reybrouck helemaal in het begin. Dat is precies waar deze docureeks in wegzinkt.