Beginnen doen we, geheel in lijn met het bronmateriaal, met een top 5.
...

Beginnen doen we, geheel in lijn met het bronmateriaal, met een top 5.1. Hij is een pak minder grappig dan twintig jaar terug. 2. Sommige van de beste scènes blijken niet uit de film te komen, maar uit het boek van Nick Hornby waarop hij gebaseerd is. 3. Hij zit vol verwijzingen die we in 2000 onmogelijk al konden begrijpen. En nu we ze wel snappen, kan het ons niet meer schelen.4. High Fidelity is op-en-top een product van de nineties.5. Het hoofdpersonage Rob Gordon is een onvolwassen vent met een merkwaardige kijk op vrouwen. Aan het begin van de film is Rob net verlaten door zijn vriendin. Hij is de eigenaar van de platenwinkel Championship Vinyl, waar hij en zijn medewerkers Barry en Dick met elkaar communiceren door middel van verwijten, snerende opmerkingen en een eindeloze rij top-5-lijstjes. Rob maakt een lijst met de vijf meest memorabele break-ups uit zijn leven en zoekt de vrouwen die zijn hart gebroken hebben op in een poging zijn leven weer op de rails te krijgen. Tussendoor breekt hij constant (maar dan ook constánt) de vierde wand om zijn inzichten met de kijker te delen. Het gaat dan voornamelijk over nog meer top-5-lijstjes, het samenstellen van de perfecte mixtape en zijn merkwaardige kijk op vrouwen. In de brave wereld van de romcom anno 2000 werd High Fidelity als cool, kritisch en gedurfd onthaald. Twintig jaar later is de film niet alleen verouderd, maar ook inhoudelijk dubieus. De podcast Twenty-Twenty, waarin op de popcultuur van het begin van dit millennium wordt teruggeblikt, wijdde er een hele episode aan. De conclusie: 'Op zijn best is Rob een innemende, zij het ook ietwat zelfingenomen snob. Op zijn slechtst is hij een egoïstische vrouwenhater.' Dat was ook de teneur van zowat elk stuk dat verscheen naar aanleiding van de tv-versie van High Fidelity, die vorig jaar in Amerika in première ging met Zoë Kravitz als een vrouwelijke versie van het hoofdpersonage. De oude Rob was dus een eikel. Waarom heeft niemand dat twintig jaar geleden gezien? *** Rob komt uit de koker van de Britse schrijver Nick Hornby, die in 1995 doorbrak met het boek High Fidelity. Hij grossiert al zijn hele carrière in onvolwassen mannen met ongezonde obsessies voor popmuziek, sport of zichzelf. Denk aan About the Boy, dat verfilmd werd met Hugh Grant in de hoofdrol. Of aan de recente tv-serie State of the Union (2019), waarin een getrouwde veertiger nog altijd niet kan begrijpen waarom zijn vrouw liever naar soaps kijkt dan naar zwart-witte filmklassiekers. Uit interviews blijkt dat Hornby zich zeer goed bewust is van de tekortkomingen van zijn hoofdpersonages. Over Rob zei hij al in 1995: 'Hij probeert de andere persoon te veranderen in een vrouwelijke versie van zichzelf. Als je erover nadenkt, druist dat regelrecht in tegen het idee van een relatie.' Als lievelingslied gaf hij hem Behind Closed Doors mee, een countrysong waarin Charlie Rich trots is dat zijn lief zich terughoudend gedraagt in het openbaar en gewillig is in bed. Hij liet hem dingen zeggen als: 'Soms ben ik jaloers op de generatie van mijn vader. In hun tijd was het nog niet de bedoeling dat de vrouw ook klaarkwam.' Het punt is: Nick Hornby wilde van Rob geen held maken. Hij was op zijn best een aimabele loser, die zich tussen zijn platen voor de grotemensenwereld verstopte. Geen boyfriend material, maar te slap om echt toxisch te zijn. Bijna alles wat Rob in de film High Fidelity doet of zegt komt uit het boek. Alleen lijkt het alsof de scenaristen precies die scènes uit het boek hebben gelicht die het best zijn innerlijke klootzak uit de verf lieten komen. Als het mannelijke hoofdpersonage uit een romantische komedie werd hij bovendien wél een held. Hij kreeg het gezicht van acteur John Cusack mee, een jongen op wie je onmogelijk kwaad kon zijn, en werd omringd door twee zielige nevenpersonages die hem er nog beter deden uitzien. Maar er was meer aan de hand. High Fidelity, dat in het eerste jaar van het nieuwe millennium verscheen, was gedrenkt in de popcultuur van het decennium dat eraan voorafging. Dat blijkt zowel uit de benadering van muziek - elitair, mannelijk, met de nadruk op rock - als uit de manier waarop de personages met elkaar omgaan. Het constante antagonisme tussen Rob en zijn medewerkers Barry en Dick onderling, of van die drie tegen de rest van de wereld, is voor wie toen jong was niet alleen herkenbaar, maar ook beschamend. En voor kijkers van nu regelrecht onbegrijpelijk. Dat waren de nineties: cynisch, onverschillig, slechtgezind en ongemanierd. Je vrienden noemde je 'lul' of 'eikel'. Appreciatie voor iets of iemand uitdrukken, dat deed je gewoon niet - of het moest voor een obscure rockgroep zijn. Nine Inch Nails ging een plaat opnemen in het huis waar Charles Manson een massamoord had laten plegen, en dat was cool. Noel Gallagher wenste de leden van Blur aids toe: cool. Smack My Bitch Up van The Prodigy: cool. De manier waarop Rob met mensen in het algemeen en vrouwen in het bijzonder omging, paste daar perfect bij. Hollywood is niet geïnteresseerd in het veranderen van onze wereld, wel in het weergeven ervan op een manier waarmee we ons kunnen identificeren, zodat we ons geld uitgeven. Daarom was Rob in het jaar 2000 een witte, heteroseksuele man met achtergestelde ideeën en een elitaire muzieksmaak. En daarom is ze in 2020 een biseksuele gekleurde vrouw die net zo goed van Gucci Mane als Frank Zappa houdt. Rob wordt in de reeks gespeeld door Zoë Kravitz, dochter van Lenny en Lisa Bonet. Liefhebbers van poptrivia weten dat haar moeder in de film een kleine rol had als de zangeres met wie John Cusack een onenightstand beleeft - de natte droom van elke muzieknerd. Dezelfde verhaallijn komt ook voor in de reeks, maar de afwikkeling toont aan dat High Fidelity veranderd is. Rob gaat na een optreden mee naar het appartement van de Schotse zanger Liam Shawcross, ontdekt dat die nog maar negentien is en maakt zich zo snel mogelijk uit de voeten. Weg droom, welkom realiteit. *** Hollywood weet ook wat we in 2020 willen zien. Wie de film en de reeks (en het boek) naast elkaar legt, zal zien dat naast de verhaallijnen ook veel dialogen letterlijk terugkeren. Zelfs de inzichten die Rob tot de camera richt zijn vaak dezelfde, en toch lijkt High Fidelity van een andere planeet te komen. We kunnen daarvoor in de richting van de soundtrack wijzen, en een conversatie over Fleetwood Mac in de eerste aflevering als symbool voor de veranderde muzieksmaak. Die dialoog is overigens geschreven door Nick Hornby. Een ruzie tussen Rob en haar medewerkster Cherise over het al dan niet verkopen van Michael Jacksons Off the Wall is een andere nieuwigheid: een discussie die niet over smaak maar over ethiek gaat. De voornaamste revolutie van de reeks ligt evenwel bij de personages: de switch van gender en kleur bij Rob, en het hercasten van een van haar medewerkers als homo. In een interview met Variety zei Zoë Kravitz: 'De commentaren en artikels die ik daarover gelezen heb! En de persoonlijke berichtjes die ik van zwarte vrouwen heb gekregen. Er zijn er zoveel die nooit met hun obsessie met popmuziek naar buiten durfden te komen, omdat het ongepast leek. Ze hadden immers nog nooit iemand als zichzelf op tv gezien. Een vriend van een vriend van mij is homo en gek op punkmuziek, en die ging uit zijn dak omdat er een homo op tv kwam met een T-shirt van Minor Threat aan. Dat had hij nog nooit gezien! Komaf maken met al die stereotypen voelt voor heel veel mensen als een bevrijding, en ik ben blij dat ik daarvoor heb kunnen zorgen.' Kravitz haalde ook Nick Hornby aan boord. Ze wisselen playlists uit. Hij zegt: 'Het boek was over en voor witte venten als ik, deze reeks niet. Aan mensen die vinden dat we een knieval maken voor de tijdgeest, wil ik zeggen: er zijn genoeg vrouwen en zwarte mensen die obsessief van muziek houden. Dat is niet woke, het is gewoon wie ze zijn.' Dat heet: voortschrijdend inzicht.