Twee mannen steken de benen onder tafel voor een wel heel speciaal avondmaal. Een verjaardagsfeest wordt ruw verstoord door een ongenode gast die nogal ontstemd is over de gang van zaken. Een koppel filmt met een smartphone de verwekking van hun eerste kind. Een man met een trompet en een curieuze passie voor Ode an die Freude van Beethoven nodigt zijn stokoude muziekleraar van weleer uit en heeft nog een appeltje met hem te schillen.
...

Twee mannen steken de benen onder tafel voor een wel heel speciaal avondmaal. Een verjaardagsfeest wordt ruw verstoord door een ongenode gast die nogal ontstemd is over de gang van zaken. Een koppel filmt met een smartphone de verwekking van hun eerste kind. Een man met een trompet en een curieuze passie voor Ode an die Freude van Beethoven nodigt zijn stokoude muziekleraar van weleer uit en heeft nog een appeltje met hem te schillen. Het zijn maar enkele van de twaalf intrigerende synopsissen waarmee de broers Mark en Jay Duplass aan de slag zijn gegaan voor het tweede seizoen van hun anthologieserie Room 104. Heel bijzonder: net zoals in seizoen één speelt alle actie zich af binnen de vier muren van die bewuste motelkamer. En hoewel die ruimte heel beperkt is, biedt ze genoeg onvermoede hoekjes en mogelijkheden om tal van menselijke emoties en genres af te tasten. De reeks hink-stap-springt vlotjes tussen huis clos-drama, scifi, misdaad, horror en lynchiaanse extravaganza. Personages, acteurs en knotsgekke situaties komen en gaan, alleen de boodschap is telkens een variatie op hetzelfde thema: een gekwetst mens is een raar, onvoorspelbaar beest. Meer dan een halfuur per aflevering is niet nodig om dat duidelijk te maken. Het is geen toeval dat net de broers Duplass in staat zijn om de meeste van die korte bespiegelingen over de condition humaine tot een goed einde te brengen. De makers van true-crimeseries als Wild Wild Country (over de Amerikaanse invasie van de Indiase goeroe Bhagwan en zijn ontspoorde volgelingen) en Evil Genius (over het dolste moordcomplot in de geschiedenis van de misdaad) hebben van de exploratie van de schaduwzijden van de mens een missie gemaakt, en gieten die in Room 104 in desoriënterende, fascinerende en bij vlagen ondraaglijk spannende fictie. Een indrukwekkend gezelschap - van Mahershala Ali (goed voor een Oscar voor Moonlight) via de altijd sterke Michael Shannon (The Shape of Water, Take Shelter) tot Brian Tyree Henry (Atlanta) - zet de personages aan de rand van een zenuwinzinking vlekkeloos neer. Zoals wel vaker het geval is bij anthologieseries is niet elke aflevering even sterk en onvergetelijk. Vooral de episodes waarin de broers zich David Lynch wanen, zijn bizar zonder meer. Room 104 is op z'n sterkst wanneer het dicht bij de realiteit blijft en zich in een eenvoudige beeldtaal focust op de personages en hun littekens. Zo blijft de episode waarin Rainn Wilson (de onuitstaanbare Dwight Schrute uit de Amerikaanse versie van The Office) een oude man gijzelt om hem tot bekentenissen over zijn verleden te dwingen nog dagen in je hoofd ronddwalen. Met Black Mirror en Philip K. Dick's Electric Dreams is de anthologieserie - telkens een ander verhaal, telkens andere acteurs - helemaal terug, nadat ze tussen de jaren vijftig en tachtig excelleerde met titels als The Twilight Zone, Tales of the Unexpected en Amazing Stories. Room 104 voegt aan die rijke traditie die ene, beklemmende locatie toe. Want het is voor de kijker al even moeilijk om heelhuids uit die krappe motelkamer uit te checken als voor de getroebleerde personages.