'Ik zeg al een jaar op alles nee', legt Halina Reijn uit. Bij Toneelgroep Amsterdam, aan de zijde van Belgisch regisseur Ivo van Hove, groeide ze uit tot de grootste theateractrice van Nederland. Maar misschien kent u haar beter als tafeldame in de talkshow De wereld draait door. Of als de actrice die vorig jaar weigerde om in De afspraak over haar film te komen praten omdat de Aalsterse burgemeester Christoph D'Haese er dezelfde avond de jodenkarikaturen op Aalst carnaval kwam verdedigen.
...

'Ik zeg al een jaar op alles nee', legt Halina Reijn uit. Bij Toneelgroep Amsterdam, aan de zijde van Belgisch regisseur Ivo van Hove, groeide ze uit tot de grootste theateractrice van Nederland. Maar misschien kent u haar beter als tafeldame in de talkshow De wereld draait door. Of als de actrice die vorig jaar weigerde om in De afspraak over haar film te komen praten omdat de Aalsterse burgemeester Christoph D'Haese er dezelfde avond de jodenkarikaturen op Aalst carnaval kwam verdedigen. Vijf jaar geleden richtte ze samen met actrice en boezemvriendin Carice van Houten ( Zwartboek, Game of Thrones) het productiebedrijf Man Up op, dat vorig jaar zijn eerste film Instinct releasete. En nu zegt ze dus op alles nee. Behalve de rol van operazangeres Esther in Red Light. Daar kon ze niet onderuit. 'Ik had me samen met Carice nog als actrice aan de serie verbonden, om hem gefinancierd te krijgen. Omdat wij in Nederland - om eens een verschrikkelijk woord te gebruiken - bankable zijn. Dat was handig toen we met Man Up begonnen. Dat was nog voor MeToo, dus kregen we weleens de reactie: "O, moeten jullie nu ook nog televisie gaan maken?"' Toen al leefde bij Van Houten en Reijn het idee om verhalen voor en over vrouwen te vertellen, maar niet militant en niet in zwart-wit. Het door Reijn geregisseerde Instinct, vorig jaar de Nederlandse inzending voor de Oscars, gaat over een intelligente vrouw die zich willens en wetens overgeeft aan een man die slecht voor haar is. En Red Light toont nu Evi, Sylvia en Esther, respectievelijk een politieagente, een prostituee en een operazangeres, die worstelen, met mannen, met het moederschap, en vooral met zichzelf. Deze keer regisseerde Reijn niet, en het scenario is van schrijfster Esther Gerritsen, maar ze werkte er wel aan mee. Zeg dus niet meer actrice, maar producer, regisseur, scenarist, wereldverbeteraar ook. Halina Reijn: Indertijd hielp het niet dat we zeiden: 'We hebben een bedrijf, we gaan verhalen creëren voor en door vrouwen.' Nu is dat natuurlijk het grote goud, maar toen zei men: 'Hoezo dan? We zijn toch al geëmancipeerd.' MeToo is voor mij trouwens niet louter feministisch, het emancipeert ook op andere vlakken. Het gaat er bijvoorbeeld ook over dat een actrice of een acteur niet meer als een marionet wordt gezien. Wie heeft de naam Man Up bedacht? Reijn: Carice. Zij is altijd heel erg van de humor en de ironie. Al was het ook een kreet naar onszelf toe. We hadden als actrices allebei een mooie carrière opgebouwd, maar toch zaten we vaak tegen elkaar te klagen. We rookten toen nog heel veel. (doet rokende zeurkous na) 'Dit is niet goed, en dat moet niet, en dat is zonde...' Tot we dat zo beu waren dat we dachten: 'Jezus, hou op met zeuren en man up!' Ga het dan zelf doen, als je het zo goed weet. Roken jullie nog? Reijn: Nee, absoluut niet. We huren nu vaak een hotelkamer in Amsterdam. Zo'n kamer kost nu bijna niks omdat hotels allemaal leeg staan. En omdat iedereen zijn partner inmiddels wel wil vermoorden, komen er veel mensen werken. Laatst zaten we daar en zeiden we tegen elkaar: 'Jeetje, wat zijn wij toch saai. We drinken alleen nog maar kruidenthee.' Er valt echt geen lolletje meer aan te beleven. In de eerste aflevering van Red Light blijkt dat het jouw personage Esther en haar man niet lukt om een kind te krijgen. Sinds de documentaire De OK-vrouw (2016) weet iedereen in Nederland dat jij ongewenst kinderloos bent. Is dat een stukje autobiografie dat in de reeks is geslopen? Reijn: Red Light is geen privédocument maar wel een heel persoonlijk verhaal, in die zin dat in alle drie de vrouwen iets van mezelf zit. En ze vertegenwoordigen elk een ander aspect van het moederschap. Evi (een rol van Maaike Neuville, nvdr.) heeft in zekere zin spijt dat ze kinderen heeft. Ze wil het liefst een pakje sigaretten gaan kopen en nooit meer terugkomen. Sylvia, het personage van Carice, wordt dan weer zwanger, en zij wil niks liever dan met Geert Van Rampelberg een gezinnetje vormen. Ik ben heel erg geobsedeerd door de vraag waarom vrouwen, ook door zichzelf, altijd worden gedefinieerd aan de hand van het moederschap. Heb je kinderen of niet? En als je ze hebt, blijf je dan werken of ben je fulltimemoeder? Alles draait voortdurend om datzelfde thema. De drie vrouwen worstelen ook met de mannen om zich heen. Bij Esther en Sylvia is dat heel duidelijk, maar bij Evi is die strijd veel subtieler. Reijn: Een vrouw die geen moeder wíl zijn, is nog steeds een huizenhoog taboe. Zo zijn we nu eenmaal geconditioneerd. Ik herinner me nog hoe gechoqueerd ik was toen ik voor het eerst de film Kramer vs. Kramer (1979) zag, waarin Meryl Streep haar gezin verlaat. Terwijl we het zo vaak andersom zien. Red Light kan intussen ook een aloude discussie doen oplaaien: bestaat er zoiets als vrijwillige prostitutie? Reijn: Dat is voor mij dé vraag van de serie. Mijn oom houdt zich als officier van justitie (min of meer hetzelfde als onze procureur des Konings, nvdr.) bezig met mensenhandel. Van hem kreeg ik die kant van het verhaal mee, maar ik ben opgevoed door hippies die heel erg het idee aanhingen van de happy hooker, voor wie de Wallen in Amsterdam een symbool van emancipatie waren. Toen uitlekte waar onze reeks over zou gaan, heb ik massa's e-mails gekregen van sekswerkers die mij daarover aanspraken: 'Jij was toch die linkse vrouw? Waarom ga jij nu juist een serie maken alsof we gedwongen worden?' Ik vond die reacties ongelofelijk interessant. Natuurlijk is er dwang, natuurlijk is er uitbuiting, maar er zijn ook heel veel vrouwen die als we ze nu zouden interviewen zouden zeggen: 'Waar heb jij het over? Wie ben jij om te zeggen dat ik hier gevangen zit? Ik wil dit zelf doen.' En in hoeverre zijn die dan weer niet het slachtoffer van het patriarchale denken? Wéten ze überhaupt wel wat ze willen? Ook op staatsniveau bestaat er geen eensgezindheid over. Reijn: Precies. Er zijn landen die prostitutie proberen te verbieden, andere straffen de hoerenlopers en nog elders is het legaal. Maar er is geen oplossing, daarvoor is het probleem te complex. We zijn er niet op uit om pamflettistische, feministische verhalen te vertellen. Het zijn de grijstinten die ons interesseren. Red Light is in alle opzichten een Belgisch-Nederlandse productie. Niet alleen de helft van de cast is Vlaams, maar ook de regisseurs. Hoe zijn jullie bij Wouter Bouvijn en Anke Blondé terechtgekomen? Reijn: De naam van Wouter hoorde ik al een beetje zoemen, vooral sinds De twaalf. Ik herinner me dat ik in 2019 in Parijs aan het spelen was toen daar op een avond een paar heel verhitte acteurs arriveerden. Ze kwamen van het televisiefestival in Cannes (waar Red Light dit jaar ook in de prijzen viel, nvdr.) en vertelden mij dat De twaalf daar allerlei dingen had gewonnen. Het was nog niet op televisie te zien, maar ik dacht toen al: 'Dit moet ik in de gaten houden.' Anke leerden we dan weer kennen nadat onze manager Janey van Ierland, met wie we Man Up hadden opgezet, haar film The Best of Dorien B. had gezien op het filmfestival in Rotterdam. Wij zochten ook echt naar regisseurs die meer op cinema gericht waren. Wij wilden echt die HBO-vibe, weet je wel. Net als iedereen, eigenlijk. (lacht)Je hebt als actrice met heel veel regisseurs gewerkt. Van wie heb je het meest opgestoken? Reijn: Ivo van Hove, honderdduizend procent. Op de set van Instinct heb ik geen stap gezet zonder aan hem te denken. Als er iets is, dan bel ik hem. Een geweldige kunstenaar én een echte vaderfiguur, die me ook geleerd heeft dat je niet alleen maar met geitenwollen sokken aan en shag rokend kunt brainstormen. Je kunt ook heel efficiënt en gericht werken. Ook Paul Verhoeven zou je ooit, op de set van Zwartboek (2006), een waardevol advies hebben gegeven. Koesterde je toen al die droom om regisseur te worden? Reijn: Op mijn 25e ben ik een jaar naar Los Angeles gegaan. Ik was hier helemaal klaar met alles, en ik had zelf een script geschreven - het sloeg helemaal nergens op. Als ik met grote regisseurs mocht werken, wilde ik weten hoe ze het deden. En toen zei Paul dus: 'Je moet een vraag hebben. Als je een goeie vraag hebt, dan kun je ook iets maken.' Dat was zo met Red Light en die prostitutie. En bij Instinct was het: 'Waarom doen we dingen waarvan we honderdduizend procent zeker weten dat ze destructief zijn?' En vind je doorgaans ook een antwoord? Reijn: Helemaal niet. (lacht) Hoe dieper je op die dingen ingaat, hoe ingewikkelder het wordt. Maar dat vind ik net mooi. We zijn rare, tegenstrijdige wezens, en dat maakt ons net fascinerend. Er zit geen lijn in het menselijke gedrag. Jij en Carice hebben allebei in Valkyrie (2008) gespeeld, een film van Bryan Singer. Was je verrast door de schandalen rond zijn persoon, de aantijgingen van verkrachting van minderjarige jongens? Reijn: Ik had die verhalen toen wel gehoord. Dat hangt wel om zo iemand heen, maar in die tijd waren we allemaal nog in slaap. Over alles. Het is sindsdien allemaal zo verschoven. Er is zelfs het gevaar dat we te veel naar de andere kant gaan opschuiven. Hoe bedoel je? Reijn: Er is in Nederland onlangs een gigantisch artikel verschenen over een kunstenaar (Julian Andeweg, nvdr.) die verschillende vrouwen zou hebben misbruikt. Ik vind het op zich super dat dat aan het licht komt. Alleen denk ik dan: waar zit het gerecht? De vrouwen die aan bod kwamen, hadden stuk voor stuk een klacht ingediend. Hoe kan het dan dat het openbaar ministerie niet eerder in actie is gekomen? Eigenlijk is dat een taak van de rechtstaat, en niet van de media. Stel: jij steelt iets. Dan krijg je een straf en daarna kom je vrij en heb je weer de kans op een leven. Maar als je kop rolt in de media, is er een hele grote kans dat je nooit meer aan werk komt. Je kunt beter drie jaar zitten, therapie volgen, berouw tonen en beseffen dat je het nooit meer mag doen. Daar kun je de stelling tegenover plaatsen dat de slachtoffers ook levenslang hebben gekregen. Reijn: En dat is ook helemaal waar, natuurlijk. Maar ik denk dat sommige slachtoffers, zeker in dit geval, iets van genezing hadden gevonden als de staat hen serieus had genomen. Als je aangifte doet en de politie zegt: (sussend) 'Ja maar, mevrouwtje, dat soort dingen gebeurt zo vaak, weet je...' Het systeem functioneert gewoon niet goed. Ach, ik weet het ook niet. (roept) We kunnen het niet oplossen in dit interview, helaas! Een jaar geleden heb je op het allerlaatste moment geweigerd om in De afspraak naast de Aalsterse burgemeester Christoph D'Haese te gaan zitten. Een krachtig statement, maar zou het niet nog beter geweest zijn om met die man in discussie te gaan? Reijn: Dat was ook mijn eerste instinct. Maar ik wist niet op voorhand dat hij naar de uitzending zou komen, en ik had me dus niet kunnen voorbereiden op een gesprek over antisemitisme. Het is een heel precair onderwerp, zeker als je tegenover een populist gaat zitten van wie je weet dat hij boude uitspraken gaat doen. Dan moet je perfect weten waarover je praat en niet emotioneel worden. Dus leek het me beter weg te gaan. Ik was vooral heel hard geschrokken dat dit in een land als België, dat ik zo hoog heb zitten, mogelijk was. De Holocaust was de grootste systematische vernietiging van een bevolkingsgroep in de geschiedenis, en hij is bij wijze van spreken gisteren gebeurd. Daar kun je echt niet op die manier mee spotten. Nu we het over karikaturen hebben: er loopt in België en bij jullie op RTL een programma dat Geubels en de Hollanders heet. Reijn: (onderbreekt) Die cabaretier van jullie, die vind ik zó grappig! Ik heb er iets over opgevangen, maar nog niks gezien. Is het leuk of is het kwetsend? Het is niet kwetsend. Het gaat ook niet om minderheden, maar het verengt het ene volk in de ogen van het andere volk wel tot een hoop clichés. Moet je dat in 2020 nog doen? Reijn: Ik denk van niet, eerlijk gezegd. Het is geen ramp, we zijn allebei volwassen volkeren, maar we leven in een tijd waarin we 'jij en de ander' eindelijk dichter bij elkaar proberen te brengen. Dan denk ik dat een rondje België-Holland inderdaad geen goed plan is. Weg, Geubels! Hoe grappig je ook bent! (lacht)De verschillen tussen Vlamingen en Nederlanders komen anders wel goed uit de verf in Red Light. Reijn: Ik vind het een heel goed huwelijk tussen onze twee landen. Carice en ik zijn allebei enorme fans van de Belgische cinema en televisie. We vinden dat daar bij jullie interessanter, poëtischer, raarder dingen worden gemaakt dan in ons eigen land. De combinatie tussen jullie mysterie en onze neiging om altijd alles te benoemen levert een heel mooie kruisbestuiving op. Zou het vaker moeten gebeuren? Reijn: Waarom niet? We spreken dezelfde taal, en onze afzetmarkt en budgetten worden er alleen maar groter door. Kijk bovendien eens wat voor een acteergeweld er op je afkomt: Geert en Carice, dat is toch een gave combi? En Maaike is een van de allergrootste talenten die ik ooit heb gezien. Dat wij daar ook van mogen genieten, vind ik zo vet. Het is wel goed dat het in het verhaal effectief om Vlamingen en Nederlanders gaat. Ik herinner me uit mijn jeugd nog heimatfilms in gekuist Vlaams waar dan één Nederlandse actrice tussen liep. Reijn: Of Jan Decleir, die in Karakter opdraaft als Rotterdammer onder de Rotterdammers! Dat was wel even schrikken. (lacht) Maar die man is een godheid, die komt met alles weg.