'Als je weet hoe belangrijk dat contactonderzoek is voor de bestrijding van de pandemie, kun je niet om dat onderwerp heen', zegt VRT-journalist Wim Van den Eynde. 'En als je dan ziet hoe het in de praktijk verloopt, kun je daar wel vragen bij stellen.'
...

'Als je weet hoe belangrijk dat contactonderzoek is voor de bestrijding van de pandemie, kun je niet om dat onderwerp heen', zegt VRT-journalist Wim Van den Eynde. 'En als je dan ziet hoe het in de praktijk verloopt, kun je daar wel vragen bij stellen.' Wim Van den Eynde: Eigenlijk wilden we eerst onderzoeken hoe de vreemde versoepelingen die de aftredende regering-Wilmès in september invoerde ervoor zorgden dat het virus in oktober kon exploderen. Omdat een expert als Wouter Arrazola de Oñate, de meest ervaren contacttracer van België, toen bijzonder kritisch was over het contactonderzoek en hoe het Agentschap Zorg en Gezondheid en Vlaams minister van Volksgezondheid Wouter Beke dat hebben aangepakt, zijn we op dat spoor verdergegaan. Wat liep er allemaal fout bij dat contactonderzoek? Van den Eynde: In de reportage belichten we drie niveaus waarop het fout liep. Het eerste is het ICT-platform. Volgens experts voldeed dat niet aan de vereisten van epidemiologisch contactonderzoek maar moesten onderzoekers de vereisten van het systeem volgen. Denk aan de tien risicocontacten die je in het begin kon doorgeven. En wat dan met je elfde risicovolle contact? Verder belichten we de slechte centrale aanpak van het onderzoek en hoe er lokale initiatieven ontstonden die dat overnamen. Had die samenwerking niet beter gekund? Ten slotte stellen we ons vragen bij het kostenplaatje. Betalen we niet te veel voor een systeem dat niet optimaal werkt? Zijn er lessen getrokken uit de fouten? Van den Eynde: Sommigen zullen zeggen dat we vandaag beter gewapend zijn omdat het systeem nu beter werkt. Anderen zullen beweren dat er nog altijd ernstige systeemfouten zijn. In de reportage zegt iemand dat het platform een echte koterij is, zo'n typisch Belgisch gedrocht waar constant dingen aan worden gebouwd en afgebroken om het te verbeteren. Omdat contacttracing nu nog niet zal verdwijnen en nieuwe virussen kunnen opduiken, willen zij van een wit blad beginnen voor een nieuw systeem. Je moest jezelf bij een horecabezoek telkens inchecken. Werd met die data iets gedaan? Van den Eynde: Niet voor zover wij hebben vernomen. Hebben we met die contacttracing onze privacy opgegeven? Van den Eynde: Het argument waarmee de eisen van epidemiologen niet werden opgenomen in het ICT-systeem was altijd: GDPR, de Europese regulering omtrent databescherming. In Nederland of Duitsland heeft dat de overheid niet tegengehouden om een performant systeem op poten te zetten. Daar is men van oordeel dat het perfect mogelijk is om binnen de bestaande privacywetgeving een goed werkend systeem te gebruiken dat de volksgezondheid dient.