'I'm in?'
...

'I'm in?' 'Of "Ik ben binnen!" Ook goed.' 'Ik moest inderdaad vaak "Ik ben binnen" zeggen, ja.' Wanneer een oplichtersbende onder leiding van Gene Bervoets uit de gevangenis komt en merkt dat hun zuurverdiende spaarpot in beslag is genomen, rekruteren ze de solitaire en van zonlicht verstoken jonge hacker Jeremy (Tijmen Govaerts) om een Duitse bank 350 miljoen lichter te maken. De kraak is een Vlaamse mix van Mr. Robot, Ocean's Eleven en een snuifje She's All That. Te verstaan: een paar hackerclichés vallen niet uit te sluiten, net als - trouw aan het heist-genre - een switcheroo en een doublecross of twee, en je voelt de glow-up van nerdy Jeremy nu al in de lucht hangen. ' De kraak was een ambitieus project', vertelt Govaerts, momenteel in de bioscoop te zien in Kom hier dat ik u kus. 'Ik denk niet dat dit in België al gemaakt is. Het heeft iets zeer internationaals maar tegelijk ook zeer Vlaams. Zo is oplichter Koen De Graeve een leerkracht in een middelbare school en perste de bende vroeger geen casino-uitbaters af maar kleine zelfstandigen met zwart geld. Vlaamser wordt het niet. Ze is ook zéér binge-baar: ik wist wat er zat aan te komen, en zelfs ik vond het spannend.' De kraak bleef bijna even lang op het schap liggen als De bende van Jan de Lichte. Dat lijkt me vervelend voor een jonge acteur die nog tweemaal per jaar vervelt. Tijmen Govaerts: Drie jaar is inderdaad lang. Ik ben niet meer dezelfde persoon, laat staan dezelfde acteur. Ik sta verder, en dat maakt me behoorlijk onzeker. De laatste jaren is mijn zelfvertrouwen groter geworden, maar ik merk dat de gedachte 'nu gaan mensen doorhebben dat ik eigenlijk niet kan acteren' plots weer door mijn hoofd schiet. (lacht)Op welke manier ben je veranderd? Govaerts: 'Ik herinner me nog de eerste keer dat ik je zag, Tijmen', zei fotograaf Willy Vanderperre me onlangs. 'Het is te zeggen, dat ik je amper zag. Je bent op enkele jaren getransformeerd.' Ik twijfelde destijds gewoon aan alles. Mag ik hier zijn? Ben ik zelfs een acteur? Toen we elkaar voor het laatst spraken, viel de term imposter syndrome al eens. Govaerts: Het zou fout zijn als ik vandaag nog altijd met dat imposter syndrome zou koketteren, toch? Ik ben nog steeds geen tafelspringer, maar ik besef ondertussen wel dat ik iets kan en dat ik mag meepraten. Hoe heb je je voorbereid om Jeremy te spelen? Voor Muidhond ging je bijvoorbeeld een paar dagen vis fileren, om de bewegingen onder de knie te krijgen. Govaerts: De opnames van De kraak volgden vrij snel op die van Muidhond, waardoor ik niet genoeg tijd had om me echt goed in te lezen. Maar het had ook geen zin om me tot in de details in te werken in de hackerswereld. Ook na jaren studeren had ik nog maar half begrepen welke code er precies over het scherm rolde. Alles is wel goed doorgesproken met een ethische hacker, die me verzekerde dat wat we deden ook echt mogelijk was. Achteraf bekeken ben ik daar misschien nog het meest van onder de indruk: met de computer waar ik mailtjes mee verstuur, kan iemand anders een bank overvallen. Goed, dat betekent niet dat de reeks over een hacker gaat. Ik zie vooral een jonge kerel die zich in computers verliest wanneer zijn vader uit het leven stapt. Voor hetzelfde geld had hij zich op pistolets gegooid en was hij een fucking goede bakker geworden. (grinnikt) Voor mij gaat het over een jongen die alles doet voor zijn gezin en voor zijn moeder en zus probeert te zorgen. Net zoals Muidhond voor mij nooit over pedofilie ging, maar over liefde. Stop je er nu niet meer in dan nodig? Ik neem aan dat De kraak jou destijds toch eerder gepitcht werd als een Vlaams huwelijk tussen Mr. Robot en Ocean's Eleven, niet als een psychologisch familiedrama. Govaerts:(lacht) Zou kunnen. Misschien valt dat minder op in de reeks, maar dat geeft niet. Ik leg die extra laag er vooral voor mezelf bovenop. Puur 'entertainment' vind ik nogal moeilijk om te spelen. Blijkbaar is dat niet genoeg voor mij. Dat klinkt misschien hoogdravend, maar het is vooral vervelend. Ik voel me zelfs schuldig als ik ongegeneerd naar een onderhoudende film kijk. Terwijl alle fictie toch gewoon entertainment is? Of je nu een actiereeks maakt over een bankoverval of een film over een relatie die naar de kloten gaat, in wezen probeert iedereen hetzelfde: de kijker even uit zijn wereld halen. Heb je dat enkel op vlak van film en tv, of moet je echt altijd nuttig bezig zijn? Govaerts: Enkel als ik aan het werk ben. En ik ben niet in staat om over koetjes en kalfjes te praten, dat ook. Als het nergens over gaat, kan ik er nogal moeilijk mijn aandacht bijhouden. Ella-June Henrard, een van de bankovervallers, vertelde me eerder dit jaar hoe ze acteren toch vooral als een ambacht ziet. Ze wou gewoon spelen en zich amuseren. Govaerts: Ik kan daar soms heel jaloers op zijn. Ik vraag me ook regelmatig af aan wie ik me eigenlijk wil verantwoorden. Aan mezelf? Aan de kijkers? Aan die tien mensen wier mening ik écht belangrijk vind? Ik ben waarschijnlijk te veel bezig met wat die laatste tien denken. Bovendien kijk ik ook zeer hard op naar acteurs zoals Willem Dafoe, die probleemloos schippert tussen een blockbuster als Spider-Man en bevreemdende arthousefilms als The Lighthouse. Het lijkt me net iets te gemakkelijk om de rest van mijn carrière gevoelige jongens met diepe gronden te spelen. Sprak de zelfverklaarde James Blake van de acteursgilde. Govaerts:(grinnikt) Daarom is het ook zo bevrijdend dat de broers Dardenne me in hun nieuwste film (Tori et Lokita, nvdr.) een eerder bruut personage hebben aangemeten, terwijl ik in Vlaanderen toch eerder bekend sta als, wel ja, James Blake. Fijn dat iemand ook die andere kant in mij zag. Tegelijk ben ik op een soort van missie: ik wil mannelijke personages met een uitgebreide gevoelswereld neerzetten. Met het filmcliché van de stoere man die zich sterk houdt tot hij toch eens breekt, zijn we stilaan klaar, nee? Er zijn al stappen in de juiste richting gezet, maar we zijn er nog lang niet. Niet in de maatschappij en niet op vlak van beeldvorming. (denkt na) Misschien is het ook wel gewoon gemakkelijk om uitgerekend daar mijn strijd van te maken, aangezien er sowieso weinig machismo in mij zit. Hoe verliep de samenwerking met de broers Dardenne? Govaerts: Ik heb me nog nooit beter op mijn plaats gevoeld dan op hun set. Ze nemen voor alles hun tijd. Ze denken over elk onooglijk detail na, over elk object in de ruimte, terwijl hun films toch altijd zeer documentair aanvoelen. En de manier waarop zij spanning weten te stoppen in hun in wezen zeer kleine verhalen, is indrukwekkend. (denkt na) Ze psychologiseren hun personages niet kapot. Alles is op voorhand goed uitgedacht, maar uiteindelijk moeten hun acteurs gewoon de kleren aantrekken en hun personage spelen. Ik heb van hen geleerd dat ik er niet per se een achtergrondverhaal, motieven en onderliggende trauma's bij moet halen. Heerlijk. Je speelde dit jaar in het Engels in Before We Die, in het Duits in Tatort en in het Frans in T ori et Lokita. Droom je nog steeds van die Europese carrière? Govaerts:(lacht) Ik vind mezelf best ambitieus en ik droom ervan om ook regelmatig in het Frans te spelen. Maar als ik echt ambitieus zou zijn, zou ik mijn talen de hele tijd bijspijkeren. Wat ik dus niet doe. Het is blijkbaar zeer comfortabel om nooit echt honderd procent voor die internationale carrière te gaan, dan kan je nooit helemaal falen. Ook in 1985, de Bende van Nijvel-coproductie van VRT en RTBF van Wouter Bouvijn die we vermoedelijk pas in 2023 te zien krijgen, speel je niet bepaald de gevoelige jongen. Govaerts: Het is heel cool om dat stuk van de Belgische geschiedenis te mogen vertellen. Een stuk dat ik nooit meegemaakt heb. Maar ik speel inderdaad een rijkswachter in opleiding die beetje bij beetje van zijn onschuld beroofd wordt. De reeks probeert niet alleen te onderzoeken wat er in die tijd politiek allemaal speelde op het niveau van de rijkswacht, maar ook hoe ongezond die omgeving eigenlijk was. Zeer mannelijk ook. Dergelijke jobs doen iets met je hoofd, vrees ik. *** 'Ik had verwacht dat we er organisch toe zouden komen, maar ik moet het nu toch even vragen...' 'Het haar?' 'Het haar. Welke rol vroeg precies om die geblondeerde lokken?' 'Geen. Dat was net het punt. Met die coupe wilde ik vieren dat er voor het eerst sinds lang niks concreets op de agenda staat. Het is zeer banaal, maar de laatste jaren was er altijd wel een regisseur die besliste hoe mijn haar eruit zag - voor Twee zomers moest ik me zelfs kaalscheren. Zeer confronterend. Dus wou ik nu toch even zelf over mijn uiterlijk beslissen. (lacht) Je leeft op de set ook gewoon volgens een blad papier dat zelfs zegt wanneer je moet ontbijten. Nu alles even rustig is, mag ik alles zelf bepalen. Fijn, maar ik merk ook dat ik het niet meer gewend ben. Het is verdomd handig als iemand je zegt wanneer en wat je moet eten.' Volgend jaar zien we jou in Twee zomers van Tom Lenaerts en Paul Baeten als de jongere versie van Kevin Janssens. Govaerts: Ik vond dat heel grappig. Waarom? Govaerts: Ik denk niet dat iemand mij ooit met Kevin Janssens zal vergelijken, toch? Als mens noch als acteur. We zijn vooral gematcht vanwege de putjes in onze kin. Ik had eigenlijk gehoopt om de jongere versie van Tom Vermeir te mogen spelen, mijn goeie vriend, mentor en vader in Kom hier dat ik u kus. Goed, zoveel maakt dat niet uit: Kevin is een ongelooflijk sterke acteur, en we spelen allebei een versie van één personage. De Morgen merkte onlangs op dat de kijkcijfers voor Vlaamse fictie in vrije val waren. Al ging dat voornamelijk over lineaire kijkers en zegt dat waarschijnlijk meer over de populariteit van de digitale platformen van de zenders. Of baart jou dat toch enige zorgen? Govaerts: Ik herinner me dat ik de dramatische cijfers van een reeks als Red Light zeer onverdiend vond. Maar goed, je weet dat je vandaag moet concurreren met de catalogus van HBO en Netflix. Dat kan door heel veel geld tegen een productie aan te gooien en te hopen dat je er uiteindelijk bovenuit steekt. Maar het lukt ons blijkbaar ook met goedkopere webreeksen. Denk maar aan wtFOCK: dat is snel en low budget gemaakt, maar de diversiteit die ze bieden en de thema's die ze aanraken zijn vaak boeiender en belangrijker dan wat we in veel klassieke fictie te zien krijgen. Waarom zouden we die niet promoveren naar zondagavond? Heb je nu niet te veel vertrouwen in hoe vastgeroest de Eén-kijker precies is? Govaerts: Die zondagavond op Eén is een mooie en onverwoestbare familietraditie. Zo onverwoestbaar dat een livestream van een koe in de wei waarschijnlijk nog steeds 500.000 kijkers haalt. Als je toch zeker bent van zoveel aandacht, waarom zou je niet eens goed nadenken over wat je precies wil meegeven? Wat diversiteit betreft: de projecten waarin jij speelt, zijn ook... Govaerts: Behoorlijk wit, ja. Wil ik meer representatie in de projecten waaraan ik meewerk? Uiteraard. Maar ik heb ook niet de illusie dat ik als acteur op tafel kan kloppen en men dan prompt meer kleur gaat casten. Ik kan alleen maar zeggen dat ik het bijvoorbeeld met de kortfilms die ik samen met Charlotte Lybaert schrijf toch anders probeer te doen. Ik neem aan dat sommige regisseurs schrik hebben dat ze hun artistieke autonomie opgeven door 'verplicht' na te denken over pakweg representatie. Maar dat klopt natuurlijk niet. Bovendien heeft het geen zin om te doen alsof de wereld niet aan het veranderen is. Tegelijk snap ik dat niet elk verhaal zich leent voor evenveel diversiteit. 1985 speelt zich bijvoorbeeld af bij de rijkswacht halverwege de jaren tachtig. Je kan daar niet zomaar een officier van kleur tussen gooien, want de reeks raakt net aan dat probleem van een zeer mannelijke en witte rijkswacht. (denkt na) Ik heb ook geen pasklare antwoorden. Ik vind Drunk van Thomas Vinterberg bijvoorbeeld een van de beste films van de laatste jaren, maar die draait ook gewoon rond een stel witte heteromannen van middelbare leeftijd. En aangezien dat verhaal staat als een huis, heb ik me daar geen seconde vragen bij gesteld.