Iedereen verliest al eens de weg op reis. Zo ook Rudi Vranckx op zijn roadtrip door Europa. Of het virus ons veranderd heeft? Of we er beter uit zullen komen? Kriskras door Europa trekkend probeert Vranckx het te weten te komen. Van Schengen naar de Champagnestreek, met een tussenstop op een kerkhof uit de Eerste Wereldoorlog, dan verder naar Freiburg en via Sinsheim dieper Duitsland in naar Kloster Vessra en Zwickau, met als eerste eindstation Dachau.
...

Iedereen verliest al eens de weg op reis. Zo ook Rudi Vranckx op zijn roadtrip door Europa. Of het virus ons veranderd heeft? Of we er beter uit zullen komen? Kriskras door Europa trekkend probeert Vranckx het te weten te komen. Van Schengen naar de Champagnestreek, met een tussenstop op een kerkhof uit de Eerste Wereldoorlog, dan verder naar Freiburg en via Sinsheim dieper Duitsland in naar Kloster Vessra en Zwickau, met als eerste eindstation Dachau. Een opsomming om je te doen duizelen, en dat is precies wat deze eerste aflevering bij een mens teweegbrengt. Er wordt zoveel verteld, zoveel getoond, zo veel onzin verkocht ook, dat de verwarring enkel groeit. 'Waar moet dit heen, Rudi?' ben je geneigd vertwijfeld uit te roepen. Alles lijkt Vranckx op zijn tocht te willen vertellen, alles lijkt hij met elkaar te verbinden. Heden, verleden, toekomst. Verhalen van gewone mensen met het inzicht van iets minder gewone mensen als Ilja Leonard Pfeijffer, politicoloog en - begot - toekomstdenker Ivan Krastev of oud-commissievoorzitter Romano Prodi. Het goede en het slechte. Het vooruitstrevende en het griezelig nostalgische. De kleine kanten en de grote verlangens. In een roman als pakweg Pfeijffers Hotel Europa is het al een hele klus om dat alles tot een coherent geheel samen te klutsen, laat staan vanuit een camper op de snelweg. Geen wonder dat Vranckx al eens uit de bocht vliegt. Aanvankelijk zijn de lijnen die hij trekt nog redelijk helder. De verhalen gaan over grenzen, over champagne die verpietert en over hoe groene steden mensen gelukkiger maken. 'Zijn jullie geen verloren generatie?' vraagt Vranckx in Freiburg aan twee ingenieursstudenten die zich in hernieuwbare energie verdiepen. 'Wat minder geld zal mijn idealen niet vernietigen', luidt het antwoord. Even gaat het zelfs over het verband tussen de snelheid waarmee het virus zich verspreidt en de snelheid waarmee wij bossen kappen of natuur verwoesten. Interessant, denk je. Maar het volgende moment staat Vranckx in Sinsheim alweer oog in oog met Bodo Schiffmann. De arts gespecialiseerd in duizeligheid is intussen in Duitsland vooral bekend als aanvoerder van de anticoronatroepen. Niet de ziekte bestrijdt hij, wel de maatregelen tegen de ziekte. Hoe interview je een man die al dan niet een loopje neemt met de feiten? Hoe doorprik je beweringen waarvan de waarheid niet bewezen is? Het is een aartsmoeilijke klus. Kennis van cijfers helpt daarbij. Maar door te vragen hoeveel leden zijn pas opgerichte partij nu heeft, leg je de wever van complottheorieën niet onmiddellijk het vuur aan de schenen. Ook in het winkeltje van een slijter van nazistische en extreemrechtse parafernalia houdt Vranckx vooral de sfeer erin. Als de jongeman uitgebreid vertelt waarom hij meent dat er een 'witte genocide' plaatsvindt, gaat Vranckx niet onmiddellijk moeilijk doen. Hij pruttelt wel wat tegen en vermeldt dat zijn grootvader tegen de Duitsers gevochten heeft, waarop de handelaar in extreemrechtse gadgets hevig knikt en zegt dat oorlog altijd slecht is. Het gaat er niet om dat je extreemrechtse winkeliers niet mag spreken, het gaat erom dat je weerwoord biedt en op z'n minst doorvraagt. Als tegenwicht tuft Vranckx tot slot naar Dachau. Vanuit een barak belt hij naar de laatste Vlaamse overlevende van het concentratiekamp. René Vanhuffel. 'Herken je het?' vraagt Vranckx, alsof hij in de jeugdherberg zit waar de man zijn eerste lief kuste. Vanhuffel knikt en vertelt over de onmenselijke gruwel die hij heeft meegemaakt, maar ook over het medische proefkonijn dat hij was. Zijn getuigenis is huiveringwekkend sterk. 'Niet vergeten', staat op het monument in het kamp. Ik vermoed dat Vranckx ons dat duidelijk wil maken. Met minder omwegen was het ook gelukt.