Mijn laatste boek heette Wanderland en kreeg droomrecensies. Maar om de een of andere reden liep het in Nederland voor geen meter ver. Ook de verkoop in Vlaanderen was niet zoals verhoopt, en dat resulteerde in heel wat frustratie.
...

Mijn laatste boek heette Wanderland en kreeg droomrecensies. Maar om de een of andere reden liep het in Nederland voor geen meter ver. Ook de verkoop in Vlaanderen was niet zoals verhoopt, en dat resulteerde in heel wat frustratie. Ik riskeerde een ontgoocheld en cynisch schrijver te worden. Gelukkig kon ik op dat moment aan mijn eerste dramareeks voor de VRT beginnen te schrijven, samen met iemand die intussen een goede vriend is geworden. Dat heeft me gered van een halverwege-dertiger-vol-zuur te worden. Dankzij het milderende effect van de verstrijkende tijd kan ik nu weer zonder frustratie naar de literaire wereld kijken. Ook begint de zin om een roman te schrijven weer aan te zwellen. Tegelijk twijfel ik nog een beetje, uit angst om weer op dezelfde plek uit te komen. Toen het nieuws over de Hugo's, de literaire prijzen van de VRT, me bereikte, verviel ik dus niet automatisch in blinde liefde voor het schrijversvak of al even blinde kritiek op de VRT. Ik vond de naam nogal ongelukkig gekozen, een beetje respectloos ten opzichte van de beoogde Hugo, die ooit een prijs weigerde omdat er geen cheque bij zat. En daar ging het dus ook over: moet zo'n prijs ook uit geld bestaan? De VRT vindt blijkbaar van niet. Jeroen vond duidelijk van wel. Christophe en Erwin vonden dan weer dat Jeroen overdreef. Ik ga dan nu de eikel zijn die zegt dat de waarheid in het midden ligt. Komt-ie. De waarheid ligt namelijk min of meer in het midden. Dat de machtigste mediaspeler van het land zo veel aandacht schenkt aan het boek en het lezen daarvan is sowieso goed nieuws. Bij de mensen die binnen de VRT hun hoofd op de campagne plakken, zitten ook veel mensen van wie ik zeker weet dat ze oprecht van boeken houden. Artistiek gezien is het ook niet nodig dat een prijs over geld gaat. Het wringt pas op het moment dat iedereen eraan verdient, behalve de schrijver. De carrière van de literaire schrijver is vaak: een paar romans schrijven, vechten tegen armoede en dan bij roman drie, vier, vijf of achtentwintig doorbreken en misschien een prijs winnen. Dan komt de vraag van journalisten: wat ga je doen met het geld? Ik kan het voor één keer zeggen: schulden afbetalen, eten kopen, kinderen aankleden. Dat moet je toch goed beseffen als je als (al dan niet goed) betaalde VRT-medewerker in een snikheet kantoor zit te brainstormen. Betaald brainstormen, uiteraard. Geld is inderdaad niet zo belangrijk, als je het elke maand op je rekening krijgt. In die zin riskeert de schrijver de valse winnaar te zijn, die na het feesten en vieren naar zijn auto op die parking van de VRT stapt met een flesje wijn op de passagiersstoel. 'Maar de schrijver verkoopt dankzij de aandacht toch meer boeken!' Misschien wel, misschien ook niet. Moeten tv- en radiogezichten dan ook gratis werken vanaf nu? Zij kunnen toch makkelijk boeken of andere producten op de markt brengen die ze dankzij hun voortdurende aanwezigheid in media dan makkelijk kunnen verkopen? Natuurlijk niet. Dus vier het boek gerust, maar geef de maker ervan iets waar hij eten mee kan kopen.