Waarschuwing: dit stuk bevat spoilers voor de laatste aflevering van Maid.
...

Het werd ietwat overschaduwd door het gigantische succes van Squid Game, nu ook officieel de meest succesvolle Netflixreeks tot op heden, maar de streamingdienst had de voorbije maand nog een hit te pakken. Vorige week maakte Netflix bekend dat Maid bijna geruisloos op weg was om in haar eerste maand door 67 miljoen mensen bekeken te worden, waarmee het The Queen's Gambit van de troon stoot als Netflix' meest bekeken miniserie tot nu toe. Zoals altijd zijn er vraagtekens te plaatsen bij dat soort records. Zolang het aantal abonnees van Netflix blijft groeien, zullen er elk half jaar nieuwe kijkrecords sneuvelen, simpelweg omdat er meer kijkers zijn. Maar toch: het is opvallend dat net Maid zo goed scoort. De tiendelige fictiereeks behandelt namelijk zowat het enige onderwerp dat in de mainstream tv-wereld nog schaarser is dan schaken: armoede. Maid begint met Alex, een 25-jarige moeder gespeeld door Margaret Qualley ( The Leftovers, Once Upon a Time... in Hollywood) die 's nachts wacht tot haar vriend slaapt, haar tweejarige dochter uit bed haalt en met de auto vlucht. Ze werd emotioneel mishandeld, zo blijkt uit de flashbacks. Zijn dronken uitbarsting van de avond ervoor was de dronken uitbarsting te veel. Alleen: met zestien dollar op zak en geen bankkaart - ze werd ook financieel onderdrukt, zo blijkt later - zijn haar opties beperkt. Bij vrienden kan ze niet terecht. Haar moeder (Andie MacDowell, ook Qualleys moeder in het echte leven) kampt met een 'niet-gediagnosticeerde bipolaire aandoening' en heeft het te druk met zichzelf. En dus belandt ze, een auto-ongeluk en een dagvaarding later, in het Amerikaanse socialebijstandssysteem. Het is het begin van tien afleveringen waarin Alex met haar dochter probeert te ontsnappen. Aan een partner die haar mishandelt, aan dakloosheid en vooral: aan armoede. Al bij haar eerste afspraak met een sociaal werker, nauwelijks tien minuten ver in de reeks, wordt duidelijk hoe frustrerend die strijd wordt. Om in aanmerking te komen voor een sociale woning, moet ze werk hebben, krijgt Alex te horen. Om te kunnen werken, moet ze opvang voor haar dochter vinden. En om opvang voor haar dochter te vinden, moet ze een woning hebben. 'Je kan altijd terecht bij de daklozenopvang', is het enige bruikbare advies dat ze krijgt. 'Zorg dat je DEET op hebt voor je daar gaat slapen.' DEET, voor alle duidelijkheid, is een insectenwerend middel. Dat klinkt als de premisse van een grauwe film van de gebroeders Dardenne, de koningen van de sociaal bewogen arthouse. Of van een sentimenteel melodrama, gebukt onder de goede bedoelingen. Maid is geen van beide. Het is merkwaardig hoe Molly Smith Metzler, de showrunner die eerder ook een hand had in Orange Is the New Black, erin slaagt om uit de loodzware thematiek van Maid meeslepende televisie te halen, op maat van een mainstreampubliek. Het klinkt bijna denigrerend, maar voor een moeilijke reeks kijkt Maid verbazend makkelijk. Dat is in de eerste plaats te danken aan Margaret Qualley, de revelatie van de reeks, die negentig procent van de scènes draagt. Ze speelt Alex met een indrukwekkende naturel en precies de juiste balans tussen onmacht en koppigheid. Alleen al de vertrouwdheid waarmee ze haar dochter op de arm draagt doet je googelen of het echt haar dochter is. (Dat is ze niet.) Maar ook de nevenpersonages krijgen de juiste nuances. Andie MacDowell speelt haar moeder zonder de 'kijk mij iemand in armoede spelen'-bijklank die dat soort rollen vaak hebben. (Zie Amy Adams in Hillbilly Elegy of Matt Damon in Stillwater hunkeren naar een Oscar en u begrijpt wat we bedoelen .) Alex' vriend Sean, gespeeld door Nick Robinson, is een boosdoener die tegelijk een slachtoffer is zonder dat dat zijn daden vergoelijkt. Nate (Raymond Ablack), de nice guy die haar helpt, heeft maar enkele scènes nodig om duidelijk te maken dat zijn bedoelingen misschien goed lijken, maar dat ook hij de machtsdynamiek met Alex misbruikt. Kortom: je gelooft de personages. Het is het glijmiddel dat Maid gebruikt om je ook met hun realiteit te doen meeleven. Arm zijn is stresserend, zo horen we keer op keer. Maid zegt het niet alleen, het maakt die druk ook tastbaar. Bij momenten heeft Maid iets van een horrorfilm, waarbij de dreigende armoede in elke scène om de hoek loert. Na een passage in een vluchthuis en een job als poetshulp begint Alex aan haar klim naar boven, maar haar situatie blijft precair. Elke kleine tegenslag - een ziek kind, een formulier dat ze vergeet in te vullen, een klant die afbelt - duwt haar genadeloos opnieuw naar beneden. En altijd is er die teller die opduikt in de rechterbovenhoek, bijna als in Grand Theft Auto, die de wankele status van haar financiën weergeeft. Maid snapt hoe armoede werkt. De reeks is losjes gebaseerd op het gelijknamige, waargebeurde boek van Stephanie Land uit 2019. Maid weet in detail uit te leggen hoe makkelijk een alleenstaande moeder in de armoede kan belanden. En hoe het Amerikaanse systeem er niet op gemaakt is om haar daar vervolgens weer uit te halen. Toon niet zomaar arme mensen, maar laat zien waaróm ze arm zijn, luidt de voornaamste kritiek op de beeldvorming over armoede. Maid heeft geluisterd. Dat wil niet zeggen dat er niets op te merken valt aan Maid. Je zou kunnen zeggen dat de reeks iets te instructief is in het begin en iets te sentimenteel op het einde. Je zou kunnen zeggen dat tien afleveringen van bijna een uur te lang is voor iets wat de gebroeders Dardenne in anderhalf uur kunnen vertellen. En ja, Alex is wit, slim, knap en gezond, wat haar weg uit de armoede een stuk makkelijker maakt. Maar je voelt aan Maid dat die keuzes gemaakt zijn met een helder doel voor ogen: armoede zichtbaar maken voor een mainstreampubliek. Dat is geen kleine verdienste. Fictie die armoede thematiseert is even schaars als heikel. Maak het te grauw en het wordt al snel poverty porn. Stel het te mooi voor en je krijgt kritiek dat je armoede esthetiseert. Blijven de personages vastzitten in de armoede, dan maak je er hulpeloze slachtoffers van. Komen ze eruit, dan bevestig je het cliché dat hard werk en doorzettingsvermogen volstaan voor een beter leven. Het volstaat om één aflevering van Steenrijk, Straatarm of Don't Worry Be Happy te hebben gezien om te snappen hoe moeilijk het is om armoede in beeld te brengen zonder dat het wrang of sentimenteel wordt. Het is geen toeval dat het de jongste jaren fictie over rijke mensen regent, van Big Little Lies tot Succession. In vergelijking met mensen in armoede zijn de filthy rich een safe space voor fictieschrijvers. Het resultaat is dat de meeste fictie over armoede zich in de arthouse situeert bij sociaal bewogen filmmakers als Ken Loach ( I, Daniel Blake), de gebroeders Dardenne ( L'enfant) of Sean Baker ( The Florida Project). Mainstreamfictie over armoede is er nauwelijks, zeker in de tv-wereld. En ook in de representatiegolf die de jongste jaren door de tv- en filmwereld trekt, hinkt armoede achterop. Terwijl pakweg queer fictie de trieste films waarin het hoofdpersonage op het einde sterft al even achter zich heeft gelaten, vervalt fictie over armoede nog al te vaak in dezelfde stramienen. Cru gesteld: ofwel is het miserie, ofwel is het een verheerlijking van het eenvoudige leven dat de echte problemen minimaliseert. Net daarom is Maid, dat nagenoeg al die valkuilen vakkundig omzeilt, een belangrijke reeks. In de laatste aflevering, waarin Alex met een beurs kan gaan studeren, maakt Maid heel duidelijk dat ze enkel uit de armoede geraakt omdat ze koppig is, slim is en op de juiste momenten heel veel geluk heeft. Alex is een uitzondering. In tijden waarin armoede al te vaak in termen van persoonlijke verantwoordelijkheid bekeken wordt en sociale bijstand in termen van misbruik en fraude, is Maid een cursus empathie voor een menselijke ervaring die we - hopelijk - niet zelf kennen. Wanneer binnen een maand of twee de balans van het tv-jaar opgemaakt wordt, zal er niet naast te kijken vallen. The White Lotus, Squid Game, Succession en nu Maid: zowat alle reeksen die opvielen, gingen impliciet of expliciet over rijkdom, armoede en een socialemobiliteitssysteem dat niet meer werkt. Het moet zijn dat er een en ander aan het misgaan is.