Infotainment is een beetje als softrock: een godsgruwelijke naam voor iets dat best nog wel te pruimen valt als het met het nodige vakmanschap wordt gemaakt. Gelukkig voor ons vindt Kobe Ilsen infotainment geen vies woord. Hij gebruikt het zelfs als geuzennaam, liet hij de voorbije weken in verschillende interviews optekenen. Dat mag hij, want de presentator van Volt en Over eten is op de Vlaamse buis zowat de specialist in het informatieve programma met luchtige inslag.
...

Infotainment is een beetje als softrock: een godsgruwelijke naam voor iets dat best nog wel te pruimen valt als het met het nodige vakmanschap wordt gemaakt. Gelukkig voor ons vindt Kobe Ilsen infotainment geen vies woord. Hij gebruikt het zelfs als geuzennaam, liet hij de voorbije weken in verschillende interviews optekenen. Dat mag hij, want de presentator van Volt en Over eten is op de Vlaamse buis zowat de specialist in het informatieve programma met luchtige inslag. Ook in zijn nieuwe programma Op één mag Ilsen opnieuw opdraven als leukste meester van het lerarenkorps. Zijn didactisch materiaal bestaat iedere week uit een andere landenranglijst. Telkens bezoekt hij de beste en de slechtste leerling van de klas om uit te vissen wat België van hen kan leren. Wat iedere aspirant-leraar alvast van Kobe Ilsen kan leren: een leuke binnenkomer maakt de halve les. Voor de eerste aflevering, over obesitas, is dat een foto van de 16-jarige Ilsen, door de inmiddels 36-jarige en wat droger aan de haak hangende Ilsen schalks omschreven als een stevig bazeke. Goede vondst en een ideaal opstapje naar de inhoud. Dachten we, want voor het echt ergens over kon gaan, moesten we ons nog door zonovergoten dronebeelden van Amerikaans-Samoa kijken, gemiddeld het 'dikste' land ter wereld. Een echo uit vervlogen Vlaanderen Vakantieland-tijden die dit programma niet nodig had.Na die ietwat lange aanloop vindt het programma wel het goede tempo. Dagdagelijkse taferelen uit Amerikaans-Samoa en Japan, dat onderaan de obesitaslijst bengelt, en infografieken wisselen elkaar vlot af. De rode draad is Ilsen zelf, die mee aan tafel schuift, naar de winkel gaat, een gospelmis of een gymsessie meepikt en tussendoor de vragen stelt waar je als kijker mee zit als je een Japanse werknemer verplicht op de weegschaal ziet stappen of een Samoaan ziet zwelgen in conservenvlees of gefrituurde happen. De vraag is bij programma's als Op één telkens weer: hoe licht kan of mag het allemaal worden? Niet al te licht in dit geval, denken we wanneer de presentator statistieken bovenhaalt over het gemiddelde BMI van de Japanner en het aantal stappen dat de doorsnee Belg dagelijks zet. Best wel licht, denken we dan weer wanneer hij een blik van verbazing met de kijker deelt, recht in de lens én midden in een gesprek met een Japanse werknemer over de gemiddelde lunch in zijn bedrijfskantine. Zo schippert het programma drie kwartier lang heen en weer tussen het semidocumentaire opzet en de Kuifjesachtige onbevangenheid waarmee Ilsen de wijde wereld in trekt. Het is de charme van Op één, maar het houdt tegelijk risico's in. Wij weten alleszins niet welke lessen we moeten trekken uit een bar waarin mollige Japanse meisjes als een soort kermisattractie worden opgetut.Wat we meester Kobe wel moeten nageven: hij houdt zijn kijkers het hele programma lang bij de les. Maar na het programma vraag je je af: wat moet ik hier nu van onthouden? Dat wij ons als volk in sneltreinvaart naar Samoaanse toestanden schrokken? Of dat de Japanse eet- en sportcultuur dichter bij ons ligt dan je denkt? Het antwoord op die vraag laat Ilsen aan de kijker, maar vast staat dat die met Op één nieuwe grondstof krijgt om al duizend keer gevoerde debatten - de volgende afleveringen gaan onder meer over veiligheid, werk en relaties - met frisse tegenzin opnieuw te voeren. Mocht dit programma eetbaar zijn, zou het dicht aanleunen bij de eenvoudige, maar voedzame en uitgebalanceerde lunch van een Japanse klerk. Dat de intellectuele veelvraten ongetwijfeld food for thought missen, kan meester Kobe de reet roesten.