De dag dat Alexandria Ocasio-Cortez van New York naar Washington verhuisde, werd ze een begrip. Van serveerster in een taco- en burritobar in Queens schopte ze het tot Congreslid, een van de jongste ooit. Het klinkt als de verwezenlijking van de Amerikaanse droom, een beeld waar iedere Amerikaan die met het bestaan worstelt zich aan vastklampt en optrekt. Maar het verhaal van Ocasio-Cortez - ondertussen gemeenzaam bekend als AOC - legde ook de vinger op een stinkende wonde in de Amerikaanse samenleving: iedereen mag er dan op papier gelijk zijn, het gaat altijd sneller als je je weg omhoog kunt kopen.

Haar eerste maand als Congreslid had AOC simpelweg onvoldoende geld om zich een appartement in Washington te kunnen veroorloven. Ze had geen partijapparaat achter zich. Ze behoorde niet tot het establishment. Ze was de outsider die de gedoodverfde kandidaat van zijn stoel had gewipt. De Democraat Joe Crowley was al veertien jaar niet meer uitgedaagd in zijn district, hij voerde aanvankelijk amper campagne omdat zijn herverkiezing een formaliteit leek. Hij had de ervaring, de contacten, de steun van de partijtop, hij was - zoals hij zichzelf omschreef - de machine. De enige zekerheid om een dam op te werpen tegen Trump.

Ik ben bang voor het cynisme dat ontstaat wanneer mensen in iets geloven en het vervolgens niet werkt', zegt Ocasio-Cortez. Deze docu doet opvallend weinig aan cynisme.

Zoals Crowley zich opwierp als de anti-Trump, zo profileerde AOC zich als anti-establishment. Net als Trump, maar op een andere manier. Ze noemde zichzelf onverbloemd arbeider, ze kende de noden van de mensen, ze maakte van eerlijkheid, duurzaamheid en gelijkheid haar kernwoorden. Crowley had zijn ervaring, zij had haar energie, haar oprechte woede en verontwaardiging en ze had bitter weinig te verliezen. Behalve haar dromen.

Ocasio-Cortez is slechts een van de vele vrouwen die sinds november 2019 het Amerikaanse Congres bevolken. Dat kleurde toen diverser dan ooit. Er zitten nu volksvertegenwoordigers die in de politiek gingen dankzij Trump. 'Na 2016 is niets nog voorspelbaar', klinkt het. 'Als je ogen eenmaal open zijn, kun je ze niet meer sluiten', zegt Amy Vilela in Knock Down the House. Zij is, net als AOC, een van de vier vrouwelijke kandidaten die een reportageploeg maandenlang volgde tijdens hun campagne, maar vooral tijdens hun politieke ontwaken.

Elk van die vrouwen heeft een eigen beweegreden die doordringt tot de kern van hun leven. Ocasio-Cortez wil haar dode vader eren. Vilela verloor haar dochter omdat ze onvoldoende verzekerd was. Paula Jean Swearengin uit West-Virginia vecht als dochter van een mijnwerker voor de gezondheid van haar gemeenschap en het behoud van de natuurpracht waarin ze opgroeide. In een rit door haar stad wijst ze huis na huis aan waar mensen kanker hebben gekregen. 'Wij zijn de collateral damage van de Amerikaanse energiehonger', zegt ze. 'Wij zijn de mensen zonder tanden. Ze onderschatten ons.' Cori Bush ging als verpleegster de straat op toen de politie in Ferguson de zwarte Michael Brown neerschoot. Ze deed dat aanvankelijk niet als activiste, wel om mensen te helpen. Maar hoe vaker ze tussen de betogers liep, hoe meer ze geconfronteerd werd met disproportioneel politiegeweld. Het had haar nooit koud gelaten, maar nu wilde ze ook iets doen.

'Honderd proberen. Eentje slaagt', zegt Ocasio-Cortez op een bepaald moment in Knock Down the House. Haar is gelukt wat andere vrouwen niet lukte. De dag na de euforie van haar nominatie sprak ze het volgens mij belangrijkste zinnetje uit deze documentaire uit: 'Ik ben bang voor het cynisme dat ontstaat wanneer mensen in iets geloven en het vervolgens niet werkt.' Knock Down the House doet opvallend weinig aan cynisme en voorbehoud. Dat kan als een minpunt tellen, maar mij deed het onbevreesde en oprechte van elk van die vrouwen vooral deugd.

Knock Down the House

Netflix