Mijn jeugd overlapte, naast met de tornado in Niel van 1997 en het begin van zowel Big Brother als het Poetin-tijdperk, ook met de introductie van de euro en spotgoedkope vliegreizen. Dat maakt me deel van de eerste Europese generatie, wat heel nerdy en ouwelijk klinkt, maar gewoon wil zeggen dat de meeste van mijn vrienden een tijdlang in het buitenland studeerden of werkten, en dat minder avontuurlijk leek dan wanneer onze ouders van een of andere verafgelegen provincie naar Brussel trokken om het daar te maken.
...

Mijn jeugd overlapte, naast met de tornado in Niel van 1997 en het begin van zowel Big Brother als het Poetin-tijdperk, ook met de introductie van de euro en spotgoedkope vliegreizen. Dat maakt me deel van de eerste Europese generatie, wat heel nerdy en ouwelijk klinkt, maar gewoon wil zeggen dat de meeste van mijn vrienden een tijdlang in het buitenland studeerden of werkten, en dat minder avontuurlijk leek dan wanneer onze ouders van een of andere verafgelegen provincie naar Brussel trokken om het daar te maken. Daarnaast zijn Europese reizen iets wat de generatie van mijn ouders en zelfs die van mijn grootouders al deden. In de jaren 1960 werd een Europees wegennetwerk aangelegd. Mensen konden voortaan veel makkelijker met hun auto op vakantie en hoefden niet meer op een traag schip of een toen nog peperduur vliegtuig te stappen. Er was nog geen maximumsnelheid op de snelwegen, je mocht nog drinken en roken en kinderen slaan en je kon je arme moeder nog op stang jagen door de naam des Heeren te besmeuren omdat de spruiten nog niet gaar waren. Kortom, het waren goede tijden. Intussen is het 2018, werd pret mooi opgeborgen en is er al een halve eeuw voorbij sinds de democratisering van de autoreis, zelfs al vijftien jaar sinds je plots voor 2 euro in een Ryanair naar kleine afgelegen vliegvelden over het hele continent kon donderen om daar eens naar de Zara te gaan en een hapje te gaan eten. Je zou dus denken dat stereotypes over andere landen en culturen stilaan verdwijnen. Meer mensen zien meer, we hangen voortdurend in de lucht en brengen ervaringen en verhalen mee naar huis. Toch merk ik daar weinig van. Niet in Italië, waar mensen niet de toegang tot hoger onderwijs kennen zoals in Vlaanderen, en nog vaker blijven steken in intellectuele armoede, maar ook niet in Vlaanderen, een zakdoek die aan elkaar hangt van verstedelijkte dorpen en dorpse steden. Waar hoge cultuur even vuil klinkt als schijterij of belastingaanslag. Ik verbaas me er voortdurend over hoe hardnekkig clichés tussen de verschillende Europese stammen blijven voortleven. Alsof onze grenzen niet open zijn, maar wel uit hoge betonnen constructies bestaan waar geen zonlicht of inzicht over of doorheen kan. Italianen zijn traag en lui en ze eten elke dag spaghetti. Dat terwijl ze elke donderdag de spaghetti afwisselen met een lekkere pizza, en ze in het weekend helemaal niet lui en traag zijn want dan slaan ze op hun vrouw en schieten ze op de buren. Ik vraag me echt af waar al dat reizen goed voor is, als het niet is om te werken aan een soort van Europese gedeelde cultuur die verder reikt dan met dezelfde centen betalen. Het lijkt bijna zo te zijn dat we in de plaats daarvan onze stereotiepen meenemen in de handbagage om ze op bestemming overal te gaan bevestigen. Je zult maar eens een Spanjaard vinden die elke middag keihard doorwerkt. Een Duitser die geen bier maar thee drinkt. Een Fransman die van het leven geniet. Een Bulgaar die in een echte democratie wil leven of een Pool die wat anders kan dan plamuren. Het oude continent, ja, dat zijn we zeker. Van oude ideeën in doelloos reizende lijven.