Onlangs pas ontdekte ik waar Facebook oorspronkelijk voor diende: mensen die je al lange tijd niet meer hebt gezien nog eens opzoeken. Wat een goed idee.
...

Onlangs pas ontdekte ik waar Facebook oorspronkelijk voor diende: mensen die je al lange tijd niet meer hebt gezien nog eens opzoeken. Wat een goed idee. Ik zocht iemand op die in mijn kindertijd voor verschillende lagereschooljaren mijn boezemvriend was. Daarna verhuisde ik en over de jaren die op de verhuizing zouden volgen, verwaterde de vriendschap even langzaam als zeker. Het leven voor ik volwassen werd, is een verzameling wereldjes die niet noodzakelijk met elkaar verbonden waren. Het resultaat van enkele keren van omgeving te veranderen en nieuwe vrienden te moeten maken. Ik heb dat nooit als een last gezien en kijk naar mensen die meer lineair zijn opgegroeid met dezelfde interesse als waarmee ik naar uitheemse diersoorten kijk in de dierenparken die ik met mijn dochter bezoek. Ook de vriend die ik middels Facebook snel terugvond, leek in dezelfde streek te zijn gebleven. Met streek bedoel ik dorp. Met dorp bedoel ik vier straten. Twee van de vier mensen die een commentaar hadden geschreven op zijn laatste foto, herkende ik van naam en gezicht, van toen we zeven of acht jaar oud waren. De vrienden die ik op latere leeftijd leerde kennen, zo vanaf vijftien jaar oud, hebben allemaal de aandrang gevoeld om weg te trekken. Ze wonen nu in een buitenland of ten minste in een wijk in Brussel die een beetje op een buitenland lijkt. Met twee van hen kwam ik onlangs na vele jaren nog eens in het dorp waar zij opgroeiden. We hadden dorst, dus gingen die lessen in een van de enkele cafés die het dorp rijk is. Daar kwamen we jongens tegen die we in onze schooljaren nog hadden gekend, en zij kwamen ons begroeten. Alsof de tijd was blijven stilstaan, vertelden zij over min of meer dezelfde zaken als twintig jaar eerder, met dit verschil dat zij nu een kind of twee meezeulden en door een vrouw werden aangemaand op te schieten vanwege het steeds later wordende uur. Het lijkt alsof dat soort leven er nooit in zat. De rust van het constante, het aanvaarden van de relatieve voorspelbaarheid. Als twintiger keek ik erop neer, en daar zie ik nu de ongepaste arrogantie van in. Ik vond het maar voor sukkels, zo wat rond dezelfde kerktoren blijven crossen en bij elke toer een jaartje ouder blijken te zijn geworden. Het snoerde me af van de zuurstof die ik nodig dacht te hebben.Nu vraag ik me af hoeveel zin er schuilt in dat heen en weer reizen en de wereld te beschouwen als een buffet. Ik weet het niet. Er zit een onrust in mijn lijf die ik voor een stuk heb weten te temmen maar waarvan ik niet denk dat hij het ooit helemaal zal opgeven. Ik zie mijn dochter opgroeien in de beschermde omgeving van een Italiaans dorp dat zichzelf een hele stad waant. De alpiene lucht is zuiver en in het water zit weinig chloor. Ik ben blij voor haar, maar hoop tegelijk dat ze het op tijd aftrapt. Want er is een verschil tussen sterven waar je geboren werd omdat je vermoedt dat het de beste plek ter wereld is, en precies hetzelfde doen omdat je na persoonlijk onderzoek hebt kunnen besluiten dat het dat is.