Waarschuwing
...

Het is te toevallig om toeval te zijn. In seizoen twee van Mindhunter, een fictiereeks van Netflix over de Behavioral Science Unit van de FBI, gaan twee agenten Charles Manson (vertolkt door Damon Herriman) opzoeken in zijn cel. Mocht de naam Damon Herriman u bekend voorkomen, daar is een reden voor: Herriman speelde Charles Manson ook al in Quentin Tarantino's Once upon a Time in... Hollywood, dat twee dagen voor het nieuwe seizoen van Mindhunter uitkwam. Een postmodern spelletje van Tarantino allicht, al had het volgens Herriman vooral met zijn gestalte te maken: Manson was een meter achtenzestig, Herriman amper een centimeter groter. Dat maakt je kans bij de casting van zo'n historisch personage net iets groter. Wat er ook van zij, het is interessant om te zien hoe dezelfde rol, gespeeld door dezelfde acteur, twee heel verschillende resultaten oplevert. Once upon a Time in... Hollywood toont de Manson die we kennen: de verwarde psychopaat die een groep naïeve, stonede hippies zo ver krijgt dat ze zeven moorden uitvoeren in het licht van een nonsensicale apocalyptische rassenoorlog. Mindhunter, gebaseerd op het boek van een echte FBI-agent die echte seriemoordenaars geïnterviewd heeft, gaat een heel andere richting uit. Het begint nog voor Holden Ford en Bill Tench, de hoofdpersonages, Manson in zijn cel interviewen. De nakende rassenoorlog en het toevluchtsoord in de woestijn, zo vertelt Holden Ford in aflevering vijf, was een idee dat Manson van een andere ex-crimineel en hippiegoeroe pikte: Krishna Venta, in wiens sekte Manson ook even zat. Mansons Helter Skelter-fantasie? Gepikt van Venta. Wanneer we hem in zijn cel te zien krijgen, is Manson even de psychopaat die we kennen: hij weigert enige verantwoordelijkheid voor zijn daden te nemen en grossiert in pseudopoëtische wartaal als 'That is gone in the past, and when it is gone it is gone, brother'. Maar hij zegt wel iets interessants: het hele Helter Skelter-verhaal was vooral iets dat de procureur naar voren schoof door zijn eigen angsten voor de bedreigende en onbegrijpelijke hippiecultuur van de jaren zestig. De plotlijn gaat nog een stap verder wanneer Holden Ford ook met Tex Watson gaat praten, een van de drie daders van de moord op Sharon Tate (en ook een personage in Once upon a Time in... Hollywood, overigens). Watson zegt dat het Manson wel degelijk om Helter Skelter ging. Meer zelfs: dat die nakende apocalyps de reden is waarom een groepje beïnvloedbare outcasts aan het moorden kon slaan. Door hen voor te houden dat er no tomorrow was had Manson hun geweten buitenspel gezet. Waarna Watson vreemd genoeg wél verantwoordelijkheid neemt voor de moorden. Alleen: hij doet dat net iets te graag. Hij praat vlotter, zo lijkt Mindhunter te zeggen, maar net als Charles Manson is Tex Watson een narcistische psychopaat die bezig is met hoe hij de geschiedenis zal ingaan. Dat klinkt warrig en complex, en dat is de bedoeling. Mindhunter weigert Manson te romantiseren, maar even goed reduceren de makers hem niet tot het ultieme kwaad. De reeks heeft ook geen antwoord op hoe en waarom een ex-crimineel een groep tieners laat moorden en wie dan de echte verantwoordelijke is. Maar het stelt wel heel pertinente vragen bij hoe het verhaal de geschiedenis in is gegaan. Dat is geen kleine verwezenlijking. De popcultuur heeft al vijftig jaar een ongezonde obsessie met Charles Manson. Mindhunter is een van de weinige uitzonderingen die ook iets interessants over hem te zeggen heeft. Waarmee we meteen bij de grote sterkte van de reeks aanbeland zijn: Mindhunter is slimmer dan de rest. Er ligt een paradox aan de basis van Mindhunter die ook in seizoen twee niet verdwenen is. De visuele stijl die David Fincher - executive producer van de serie en regisseur van Seven, Zodiac en The Social Network - voor de serie uitwerkte, is koel, klinisch en afstandelijk. Nauwelijks close-ups ook. De soundtrack van Jason Hill is ijzig en minimalistisch en wordt zelden spannend. De dialogen zijn bewust saai en bijna academisch. Er is ook een heel nadrukkelijke weigering om geweld te tonen - iets waar andere misdaadreeksen veel minder problemen mee hebben. Je ziet geen moorden, geen slachtoffers, geen bloed. Eén keer krijgen we de krijtlijnen te zien die rond het lijk van een peuter zijn overgebleven op een crime scene. Dichter bij de gruwel komen we niet. Kortom, Mindhunter doet er alles aan om zijn onderwerp, de gruwelijkste seriemoordenaars uit de Amerikaanse geschiedenis, niet uit te buiten. Maar tegelijk is dat onderwerp wel de reden waarom je kijkt en blijft kijken - het is opvallend moeilijk om seizoen twee niet in één keer uit te kijken. Omdat het over seriemoordenaars gaat. Meer zelfs: omdat het over seriemoordenaars gaat die echt bestaan hebben. Mindhunter is gebaseerd op het gelijknamige boek van John E. Douglas, die in de late jaren 70 en vroege jaren 80 als eerste seriemoordenaars ging interviewen en profiling als politietechniek pionierde. Hoe hard Mindhunter ook zijn best doet, het zijn Ed Kemper, David Berkowitz en Charles Manson die de sterren van de reeks zijn. Dus ja, Mindhunter is een hypocriete serie. Maar het is wel een hypocriete serie die beseft dat ze een hypocriete serie is, en daar vervolgens iets mee doet. Ze gebruikt de niet aflatende fascinatie van de kijker voor bekende seriemoordenaars om iets binnen te smokkelen. Waar dat in seizoen één nog onder de oppervlakte bleef, dan is het in het tweede seizoen veel nadrukkelijker: Mindhunter probeert het beeld dat de popcultuur van seriemoordenaars heeft te ondergraven en bij te stellen. In seizoen twee zijn Holden Ford en Bill Tench geen pioniers meer die vanuit de kelder van Quantico moeten werken. Dankzij hun successen zijn ze de posterboys van de FBI geworden die vanuit een iets grotere kelder in Quantico hun ding mogen doen. De jaren tachtig zijn namelijk in de ban van seriemoordenaars, iets wat vooral Bill Tench overal waar hij komt merkt. Of het nu buren op een barbecue zijn, de psycholoog van zijn kinderen of een sociale werkster die langskomt, iedereen hangt aan zijn lippen zodra hij zijn ontmoetingen met Ed Kemper of Charles Manson ter sprake brengt. Zelfs zijn bazen bij de FBI luisteren naar de interviewtapes met de moordenaars alsof het true-crimepodcasts zijn.In een andere reeks zou het daarbij blijven. Tientallen reeksen hebben al ooit de vraag gesteld waarom we zo gefascineerd zijn door seriemoordenaars zonder een antwoord te geven. Mindhunter doet dat wel. Mindhunter laat zien waar die menselijke fascinatie in de jaren tachtig toe heeft geleid: de opkomst van een soort industrie. De media voedden de fascinatie van het publiek door heel veel aandacht te geven aan seriemoordenaars en hen zo mediatiek mogelijke namen te geven als Son of Sam en de Co-ed Killer. Seriemoordenaars gingen daar vervolgens in mee en probeerden op die aandacht in te spelen om hun naam en faam nog te vergroten - de brieven die de BTK Killer naar de pers stuurde, zijn daar een voorbeeld van. Waarna de FBI heel veel mankracht ging steken in seriemoordenaars, net omdat het zulke grote mediafenomenen waren - mankracht en aandacht die niet gingen naar onopgeloste moorden waar geen seriemoordenaar aan te pas kwam. Het was, met andere woorden, een perfide maar logisch systeem dat door publiek, pers en politie gevoed werd. Mindhunter toont waar dat toe leidt aan de hand van de kindermoorden van Atlanta, de grote verhaallijn van seizoen twee, waarin Ford en Tench zich voor het eerst moeten bewijzen in een high-profile case. Een waargebeurde case, overigens: tussen 1979 en 1981 werden in Atlanta minstens 28 zwarte kinderen en jonge volwassenen vermoord, in de meeste gevallen door wurging. Het was de zaak waar de echte John E. Douglas destijds naam mee maakte, door te voorspellen dat de moordenaar een jonge zwarte man zou zijn. Maar dat is niet de enige reden waarom Mindhunter de zaak oprakelt. Veel meer dan de triomf van politie en FBI legden deze kindermoorden de systemische problemen van het politie-apparaat bloot. Er waren al meer dan tien kinderen gestorven vóór de politie naar een link ging zoeken. Getuigen bleken nauwelijks verhoord omdat het Afro-Amerikanen uit arme buurten waren. Er was politieke onwil om te onderzoeken dat er een seriemoordenaar, laat staan een zwarte seriemoordenaar, in Atlanta rondliep, dat zich op dat moment wilde profileren als een moderne multiculturele metropool. (Dat is trouwens een interessant punt. De meeste seriemoordenaars uit de geschiedenis zijn blank. Niet noodzakelijk omdat er meer blanke seriemoordenaars zijn geweest, maar omdat moorden op jonge Afro-Amerikanen in grote steden nauwelijks onderzocht werden en er zelden naar een link gezocht werd. Anders gezegd: misschien zijn er gewoon minder zwarte seriemoordenaars omdat ze nooit gevat zijn.) Ford en Tench worden pas op de zaak gezet wanneer de pers er een seriemoordenaar in ziet en er zich op stort. In andere, wrangere woorden is dat: de moorden op 28 zwarte kinderen en jongvolwassenen zijn pas een prioriteit wanneer er eventueel een seriemoordenaar in zit. Uiteindelijk krijgen ze hun moordenaar ook te pakken, een 23-jarige zwarte man die Wayne Williams heet. Maar het is geen happy end. De interesse van de FBI in high-profile seriemoorden had ook een keerzijde, zo maakt Mindhunter duidelijk. Wayne Williams is in geen geval verantwoordelijk voor alle moorden, zo beseft Ford, maar met zijn arrestatie worden wel álle zaken afgesloten. Dat is de wrange conclusie waar Mindhunter op eindigt. Ford en Tench worden op de tarmac van de luchthaven als helden onthaald. Ze worden gevierd door hun bazen, hun Behavioral Science Unit is een succesverhaal, maar ze moeten aanvaarden dat veel van de 28 doden net door hun toedoen niet meer onderzocht zullen worden. Of hoe de boomende seriemoordenaarindustrie van publiek, media en politiediensten ook een heel pervers neveneffect had. Dat bittere einde, waarin een gedreven rechercheur botst op de cynische realiteit, doet denken aan een andere reeks die de kijker met eenzelfde dubbel gevoel achterliet. In het eerste seizoen van The Wire, in tv-fiele kringen bekend als de beste reeks aller tijden, wordt rechercheur McNulty met eenzelfde realiteit geconfronteerd. Zijn nieuwe, systemische aanpak om tegen drugsmisdaad te vechten is een succes, maar in de haast van de politie om alles af te ronden, gaan grote dealers als Avon Barksdale en Stringer Bell zo goed als vrijuit. In de recensies van het eerste seizoen van Mindhunter werd er al eens aan The Wire gerefereerd, maar in seizoen twee laten de makers zien dat ze de vergelijking waard zijn. Mindhunter is klinischer, onderkoelder en narratief minder gelaagd, maar het idee erachter is verwant. Beide reeksen hebben een zwak voor realistische methodologie. Het onderzoek wordt niet aangepast aan de plot. De plot wordt aangepast aan het onderzoek. Beide reeksen buiten de interesse van de kijker uit. Wat Mindhunter doet met het zwak van de kijker voor seriemoordenaars, deed The Wire met de fascinatie voor geweld tussen zwarte dealers en voor gangstercultuur. En beide reeksen maken daar gebruik van om iets te vertellen. Bij The Wire ging dat over onderwijs, stadspolitiek en politiebeleid. Bij Mindhunter gaat het over seksisme, het mediasysteem, de werking van politie en over hoe we naar seriemoordenaars kijken tout court. Want dat is waar Mindhunter in het tweede seizoen in excelleert. Het confronteert je met hoe je zelf vroeger naar het fenomeen keek. Waarom hadden media de behoefte om op zoek te gaan naar zo catchy mogelijke namen voor seriemoordenaars? Wat zegt het dat seriemoordenaars als de BTK Killer eigen suggesties deden voor hun coole bijnaam, actief met kranten communiceerden en een logo ontwierpen? Waarom wilden kranten actief meewerken aan de nalatenschap van narcistische psychopaten, tot dier grote tevredenheid? En vooral: hoe raar is het dat niemand zich daar destijds vragen bij stelde? Die vragen doen ertoe. Mindhunter mag zich dan afspelen in de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig, de ideeën die erin zitten gaan ruimer. De recente heropleving van true crime doet anders vermoeden, maar seriemoordenaars zijn een fenomeen op hun retour. Het kwam op in de jaren zestig, piekte in de jaren tachtig en nam sindsdien af. Vandaag worden er nog geen kwart zo veel seriemoordenaars gearresteerd als dertig jaar geleden, en ook hun gemiddelde aantal slachtoffers is gedaald. Hun plaats in de media is overgenomen door twee andere soorten misdadigers: mass shooters en zelfmoordterroristen, twee fenomenen waar de laatste jaren een zelfde industrie rond is ontstaan van publiek, pers en politie - deze keer met het internet als nieuwe speler. Mindhunter trekt nooit expliciet de parallel, maar het lijkt zich daar heel bewust van. De vorige keer heeft het bijna veertig jaar geduurd voor we zicht kregen op het fenomeen. Hopelijk doen we er deze keer iets minder lang over.