Moskou, 26 april 1988. De Russische wetenschapper Valeri Legasov spreekt de laatste van een rij cassettebandjes vol. Hij wikkelt zijn getuigenis in krantenpapier, verstopt het pakje net buiten zijn huis in een nis, gaat weer naar binnen, geeft de poes te eten, hangt zichzelf op.

Waargebeurd. Legasov pleegde zelfmoord op de tweede verjaardag van de kernramp in Tsjernobyl, maar niet zonder uitgebreid uit de doeken te doen wat er volgens hem allemaal fout was gelopen. Hij werd in 2006 al vertolkt door Adrian Edmondson ( The Young Ones, Bottom) in een BBC-docudrama en zit hier in de bast van de al even Britse karakteracteur Jared Harris ( Mad Men, The Crown). Legasov leidt in Chernobyl de dans in een ongemakkelijke pas de deux met Boris Sjtsjerbina (Stellan Skarsgård), de apparatsjik met wie hij naar het rampengebied wordt gestuurd. Ook Sjtsjerbina heeft echt bestaan, maar de onderkoelde bromance tussen de twee is een bijproduct van Hollywood, en een reminder dat je naar een rampenserie/politiek drama zit te kijken.

Zoek alvast dekking voor de tv-film van Deadwood en seizoen twee van Big Little Lies, die er nog voor de zomer aan komen.

Twee jaar en één minuut eerder. Er breekt brand uit in de kerncentrale van de Oekraïense stad Tsjernobyl. Terwijl de brandweer uitrukt en in de centrale paniek uitbreekt, staan burgers van het nabijgelegen stadje Pripjat vanaf een brug vrolijk naar de vlammenzee te kijken. Minuscule radioactieve deeltjes vallen onmerkbaar op hun kleren, hun gezichten, hun baby's.

Waargebeurd. Het verhaal van die rampzalige nacht wordt vanuit verschillende oogpunten verteld. In de kerncentrale is er het team van Anatoli Djatlov, die op het moment van de ramp de leiding had en weigerde de ernst van de situatie in te zien. Buiten zien we een jonge brandweerman, wiens vrouw even later voor de deuren van het overrompelde ziekenhuis opduikt. Intussen proberen de plaatselijke autoriteiten de zaak zo veel mogelijk te minimaliseren en slaat de stemming bij de bevolking gaandeweg om van nieuwsgierigheid in paniek. Mannen die door kniehoog water waden, heen en weer rennend personeel in het ziekenhuis, dappere brandweerlui en hun nagelbijtende vrouwen: de eerste aflevering van Chernobyl is als rampenfilm zo herkenbaar dat je verwacht dat Ernest Borgnine elk moment zal opduiken. En toch weet dit drama de sereniteit die bij de feiten past te behouden.

De verantwoordelijken voor die indrukwekkende evenwichtsoefening zijn een videoclipregisseur en een schrijver die vooral bekend is van franchises als Scary Movie en The Hangover. Johan Renck (de regisseur) brengt zowel de ramp als de Sovjetbureaucratie overtuigend in beeld, strak en zakelijk, maar - zie de burgers op de brug - met een portie bittere poëzie. Craig Mazin (de schrijver) roert dan weer precies genoeg fictie door de realiteit en speelt in de dialogen met genreconventies. 'Jodiumtabletten? Waarom hebben we in godsnaam jodiumtabletten nodig?' laat hij één personage roepen, en even later legt hij Michail Gorbatsjov na alweer een vergadering deze oneliner in de mond: 'Dit is ons moment om te stralen.' Het is op het randje, maar het houdt je bij de les.

Anderhalve dag na de ramp. Door het dralen van de autoriteiten wordt Pripjat rijkelijk laat geëvacueerd. Intussen wordt op aanraden van Legasov vijf ton zand en boor op de ontplofte reactor gedropt. Wetenschapster Oeljana Chomjoek waarschuwt voor een nieuwe explosie die miljoenen levens kan kosten.

Alexander Skarsgård is meesterlijk als de Sovjetfunctionaris die af en toe een vermoeden van emotie laat doorschemeren, maar Jared Harris spant de kroon.

Oeljana Chomjoek, gespeeld door Emily Watson, is een verzinsel. Na haar tussenkomst waden drie werknemers door de donkere, ondergelopen gangen van de centrale om de watertanks te laten leeglopen voor die kunnen ontploffen. Het uitzoeken van de drie vrijwilligers zorgt voor een ijzersterke scène vol afgemeten Oostblokheroïek, hun tocht door de centrale voor Amerikaanse spanning. Alweer een uitstekende spreidstand, en een treffend voorbeeld van het solide acteerwerk dat Chernobyl schraagt. De reeks brengt Emily Watson en Stellan Skarsgård voor het eerst sinds Lars von Triers Breaking the Waves (1996) samen in beeld. Skarsgård is meesterlijk als de Sovjetfunctionaris die af en toe een vermoeden van emotie laat doorschemeren, maar Jared Harris spant de kroon. Zijn Legasov zit pas echt in een communistisch keurslijf gekneld, dat hem belet de waarheid die alleen hij kent uit te schreeuwen: dit is de grootste door mensen veroorzaakte catastrofe uit de wereldgeschiedenis. Op zijn gezicht wordt zijn uiteindelijke wanhoopsdaad letter voor letter voorspeld.

Het was even geleden, maar met Chernobyl profileert betaalzender HBO zich nog eens als de slimste in de ring, die de slagenregen van de tegenstander meewarig aanziet om vervolgens met een welgemikte hoek uit te pakken. Zoek alvast dekking voor de tv-film van Deadwood en seizoen twee van Big Little Lies, die er nog voor de zomer aan komen.

Chernobyl

Vanaf 6/5 op Play.