Ik hoop dat ik dat goed zeg.
...

Ik hoop dat ik dat goed zeg. Dries Segers: (lacht) Ja, maar Het Gouden Paviljoen, zoals de expo heet, gaat in feite over twee blikrichtingen, over schoonheid die absoluut is, bijna romantisch-onverwoestbaar, en over iets wat op een onuitstaanbare manier té schoon is, en dat je daarom wilt vernietigen. Dat sentiment is mij vreemd, moet ik bekennen. Segers: Dat geldt voor veel mensen, wat positief is. Zelf heb ik het enkel eens meegemaakt bij een schilderij van Magritte, Les jours gigantesques, een corpulente vrouw waarin een man zit, die zij probeert weg te duwen. Twintig minuten lang had ik ernaar gekeken, en daardoor was het als het ware van mij geworden. Ik gunde het niemand anders meer. Dit moet ik stelen, dacht ik.(lacht)Over kwellingen gesproken: toen ik je contacteerde, gewaagde je meteen van een embarras du choix. Segers: Ik hop galeries, ga veel naar musea en het theater... Ik was ongelofelijk onder de indruk van Insel Hombroich, een beeldenpark nabij Keulen. Beeldhouwer Erwin Heerich heeft er tal van paviljoenen gezet, je wandelt van het ene naar het andere en daartussen heb je die zichten op het landschap, zie je kolibries vliegen... Fenomenaal. Bijzonder is dat je nooit met een suppoost geconfronteerd wordt. Alsof het park van niemand is, en jij er de geheimen van ontdekt. Je mag geen eten meenemen, maar er is wel een gigantische eetzaal waarin elke dag gratis wordt gekookt voor bezoekers. Je wordt betrokken in een soort gemeenschap. Er waren ook twee podiumvoorstellingen waarover je nogal te spreken was. Segers: Twee geweldige trips: Levitations van Hannah De Meyer, en It's Going to Get Worse and Worse and Worse, My Friend van Lisbeth Gruwez. Die twee vrouwen bouwen een leegte rond zich op - ze staan er enkel met hun lichaam, het enige wat ze hebben - maar ze creëren wel een hele circulatie tussen zichzelf en het publiek, er komt een spiritualiteit boven. Telkens zie je een vrouw die het publiek bezweert met taal, klank en/of dans. Het begint vanuit de leegte, maar gaandeweg wordt dat gróót. Ik wil nog wel een architecturale tip van je krijgen. Segers: Ik werk momenteel aan een nieuw boek over licht, de verdwijning en beweging ervan. Dat heeft me naar de Bruder-Klaus-kapelle in Wachendorf gebracht, in de Eifel. Een veldkapel gebouwd door de Zwitserse architect Peter Zumthor, waarvoor hij allemaal dennenbomen liet kappen en van hun takken ontdoen, en de stammen als een tipi tegen elkaar liet zetten. Vervolgens heeft hij de hulp ingeroepen van de dorpen uit de streek om die stammen te omwallen. Dat je een hele gemeenschap ertoe kunt bewegen om een geloofsplaats te bouwen in een tijd waarin geloof aan het verdwijnen is, vind ik zó schoon. Of je nu gelovig bent of niet, je lijf reageert op dat gebouw. Heel bijzonder.