'Als Hélène begint te huilen, opent er zich een ongezien zwart gat.'
...

'Als Hélène begint te huilen, opent er zich een ongezien zwart gat.' Zo verantwoordde Ivo van Hove, artistiek leider van Internationaal Theater Amsterdam (ITA, toen nog Toneelgroep Amsterdam), destijds zijn keuze voor de West-Vlaamse actrice. Op 22-jarige leeftijd loodste hij haar eigenhandig van het Antwerpse Conservatorium richting Nederlands grootste theatergezelschap. Ook collega Halina Reijn roemt haar als een van de strafste jonge talenten in Nederland. 'Ik ben aangenomen om te blèten', grinnikt Devos vanachter haar jasmijnthee. 'Het is gezond om je plaats te kennen.' We hebben afgesproken in de brasserie onder de Stadsschouwburg in Amsterdam, waar Devos sinds 2011 bewijst dat ze veel meer in haar mars heeft dan passioneel grienen. 'Vreemd genoeg heb ik nooit de ambitie gehad om te acteren', vertelt ze. 'Het Conservatorium was eerder een bizarre vlaag van rebellie dan een uitgekiend toekomstplan. Ik had Grieks-Latijnse gestudeerd en dacht eerder aan journalistiek of rechten. Zoals 'de rest'. Ik kwam uit een moeilijke thuissituatie en was gewend om mezelf weg te cijferen. Weten wat ik zelf wilde, was een soort luxe.' Bij wie zelfs de occasionele Vlaamse uitstapjes van ITA - zoals eind 2019 nog met Freud in coproductie met FC Bergman - links laat liggen, deed haar naam tot vorig jaar waarschijnlijk geen belletje rinkelen. Of het moest al van haar hoofdrol in Felix Van Groeningens Belgica zijn. Maar ondertussen speelt ze met Ikram Aoulad, een van haar beste vriendinnen, de komische packagedeal Mel en Kim in De luizenmoeder, de Vlaamse remake van het Nederlandse kijkcijferkanon. ' De luizenmoeder is licht, maar ik snap het succes wel: het raakt veel thema's aan die vandaag aan het schuren zijn en waar we even over moeten nadenken. Bovendien doet De luizenmoeder dat op een veilige manier, zonder per se een kant te kiezen. Niemand hoeft zich geschoffeerd te voelen, want iedereen wordt door de mangel gehaald. Echt iedereen. Vorig seizoen zei conciërge Ronald bijvoorbeeld over een kind: "Die slikt Seroquel. Kijk die vooral niet recht in de ogen!" Toen moest ik zelf op mijn tong bijten. Ik neem ook Seroquel en je mag me echt wel in de ogen kijken. Ik ga je niet aanvallen. Hoewel, je weet maar nooit natuurlijk. (lacht)' *** Seroquel is een antipsychoticum. Devos krijgt het voorgeschreven om de stemmingswisselingen, eigen aan de bipolaire stoornis waaraan ze lijdt, enigszins af te vlakken. Momenteel staat haar mentale barometer op 'ontstemd-manisch', duidt ze. Dat klinkt als een precair evenwicht, en dat is het ook. 'Ik moet er bedachtzaam mee omgaan. Ik heb de daadkracht en energie van de manie, maar mijn gedachten zijn wel donker. Nu goed, ik monitor mezelf dagelijks met Life Chart (zelfrapportage, nvdr.), en dat helpt wel om de risico's in te schatten.' Devos wil openlijk over haar aandoening communiceren, zoals ze dat ook al een tijdje op Instagram doet. Omdat ze hoopt dat haar verhaal anderen kan helpen. Om dezelfde reden betreurt ze dat andere getroebleerde koppen met een platform het vaak niet doen. 'Ik snap hun reflex perfect - niemand wil herleid worden tot één deel van zijn persoonlijkheid - maar misschien is het tijd dat we daaraan voorbijgaan? Zolang de schaamte heerst, kan het stigma ook niet verdwijnen. Terwijl we neurodiversiteit beter zouden erkennen en omarmen. Ja, wij zijn anders. En ja, wij zien af. Maar we draaien en werken ook gewoon mee. Trouwens, als je de geschiedenisboeken erop naslaat, komen grote verwezenlijkingen niet zelden van 'abnormale' geesten. Kijk maar naar wat Greta Thunberg vandaag voor mekaar krijgt.' Binnenkort wil ze ook een voorstelling omtrent mentale gezondheid in elkaar timmeren, samen met Peter De Graef. 'Na jaren van stilzwijgende bewondering heeft Hans (haar manager, nvdr.) ons recent samengebracht. Ik hoopte op niks - uit angst voor een afwijzing - maar het klikte meteen. Het wordt nu vooral zoeken naar een manier om het thema bevattelijk te maken voor een groot publiek. Want het gaat ons tenslotte allemaal aan.' Sinds 2011 heb je uitsluitend als uitvoerende actrice gewerkt. Nogal vaak ook in emotioneel uitdagende rollen als getraumatiseerde of hysterische vrouwen. Cäcilie in Freud is bijvoorbeeld een amalgaam van psychiatrische cases. Marie uit de Couperustrilogie was dan weer depressief. Devos: Is het slim om telkens weer vrijwillig in dat potje te roeren? Ik weet het niet. In periodes waarin het me allemaal weer te veel is, droom ik er ook gewoon van om een hoeve te kopen en achter de kassa van de Delhaize te gaan zitten. Maar mijn kracht ligt in het acteren. Ik ben er trots op dat ik zulke vrouwen heel oprecht een stem kan geven. Ik geloof dat ik de mens, door hem die spiegel voor te houden, kan helpen. Daarom blijf ik het doen. Je doet het voor het publiek, niet voor jezelf? Devos: Ik kan het niet voor mezelf. Acteren - maar ook leven - gaat me makkelijker af als ik het voor een ander doe. Ik zoek mijn purpose bij de ander, niet bij mezelf, en daar zie ik eigenlijk geen graten in. Freud was een heftig stuk, en ik ben tijdens de repetities een paar keer van de kaart geweest, maar ik heb geen seconde getwijfeld om Cäcilie te spelen. Dan vond ik mijn rollen in de theaterversie van Husbands and Wives, naar Woody Allen, problematischer. De clichématige jonge vriendin van een pas gescheiden man spelen, bijvoorbeeld, draineerde mij. Mijn personages verleenden hun hele bestaansrecht aan mannen, en elke zin uit mijn mond was louter een set-up voor een grap ten koste van hen. Het publiek vond die jaren-negentighumor elke avond blijkbaar weer hilarisch, maar ik voelde me vooral uitgelachen. Ik speel het liefst rollen die mij troosten, en troost brengen. Geen rollen waar ik alleen maar cynisch van word. Violet Braeckman, met wie je in Oedipus speelt, wil om die reden geen repertoiretheater meer spelen, zei ze onlangs in dit blad. Devos: Ik snap haar zeer goed. (glimlacht en ademt nadrukkelijk diep in) Ik heb me er lang echt druk in gemaakt - en mijn vuur kan nogal hoog oplaaien - maar ik probeer er nu rustiger mee om te gaan. Ik wil geen strijd voeren tegen het bestaande repertoire. Of gaan censureren. Die stukken kunnen blijven bestaan. Het is wel tijd dat er andere verhalen verteld worden, maar dat is vandaag ook aan het gebeuren. Wat als dat vuur te hoog oplaait op een set of tijdens een repetitie? Devos: Soms ga ik over mijn eigen grenzen. Of laat ik erover gaan. Net zoals ik in het verleden ook al over die van anderen ben gegaan. Het is een zoektocht, met vallen en opstaan. Een beetje zoals je een wild paard nog moet temmen, en moet leren dat het te gepasten tijde mag galopperen maar niet de godganse dag. Kwestie van niet te snel op te branden. Maar dat geldt in zekere mate voor iedereen, denk ik. Je deelde recent een artikel op Facebook over depressive realism, waarin een psychoanaliste zich bedenkt dat we met z'n allen misschien wel geluk najagen, maar de ware helderheid net in het omarmen van depressie en existentiële angst zit. Wat klinkt als iets dat Dirk De Wachter op een heel slechte dag zou kunnen zeggen. Devos:(grimast) Dirk De Wachter voert een noodzakelijk pleidooi, maar met bepaalde uitspraken heb ik het persoonlijk soms moeilijk. Zeker diegene die uiteindelijk in al hun simplisme boven aan een artikel belanden. De Wachter zegt dat we geobsedeerd zijn door geluk, en dat niet te allen tijde moeten nastreven. Maar die boodschap kan anders binnenkomen bij wie heel erg zijn best doet om niet kopje-onder te gaan. Voor hen is een zin als 'je moet gewoon een beetje minder van het leven verwachten' best pijnlijk. Jammer, denk ik dan. Het blijft een precaire materie. Heb jij je aandoening ondertussen omarmd? Devos: Ik denk niet langer: wat scheelt er toch met mij? Maar wel: hoe kan ik hiermee leven en hoe word ik gelukkig? Ik hoop dat ik mits genoeg ervaring, meditatie en yoga op een bepaald moment zonder medicatie kan. Maar daar ben ik nog niet. Vroeger, wanneer ik weer eens kolkte van de energie, klaar om de wereld over te nemen, dacht ik elke keer dat ik genezen was. Dat ik me de depressies gewoon had ingebeeld. Ondertussen weet ik beter. Het is niet evident om iets als bipolariteit te begrijpen en te accepteren, maar ik leer elke keer weer bij, zelfs in mijn donkerste periodes. (denkt na) Ik zou mijn mentale gezondheid ook makkelijker kunnen omarmen als onze overheid dat ook deed. Zo begrijp ik niet waarom men mensen zoals mij niet vaker inzet als ervaringsdeskundigen. Het gros van de wereldbevolking schurkt ooit tegen een depressie aan. Dat is een ongelooflijk heftige ervaring, zeker als het de eerste keer is. Ik weet hoe het voelt wanneer elke vezel in je lijf schreeuwt dat het nooit meer beter zal worden. Maar ik weet ook dat dat uiteindelijk weer over gaat. En dat je, bijvoorbeeld met meditatie, afstand kunt nemen van die gedachten. Echt, we zijn hier: gebruik ons! *** Wat ze van Joker vond, vraag ik haar terwijl de ober ons nog wat thee voorzet. Want Joaquin Phoenix' psychotische Batman-antagonist werd dan wel met lof, prijzen en nominaties overladen, er kwam ook kritiek over de simplistische manier waarop psychiatrische patiënten werden neergezet. Ze fronst. ' Joker was op dat vlak een slag in mijn gezicht. Een ontgoocheling. Als hollywoodiaanse Batman-prequel is die film uitstekend, maar verder is het vooral een clichébevestigend allegaartje. Alsof elke patiënt een gevaarlijke gek in de dop is, tuk op destructie. Dan raakte At Eternity's Gate met Willem Dafoe als Vincent van Gogh me veel dieper. Ook al zaten er wel degelijk een paar pijnlijk herkenbare momenten in Joker. ' Welk moment was voor jou zo herkenbaar? Devos: Bijvoorbeeld wanneer zijn zorgverlener hem vertelt dat het psychosociaal centrum de deuren moet sluiten wegens besparingen en hij vraagt: 'Ja maar, waar moet ik mijn pillen dan halen?' Dat heb ik vorig jaar nog meegemaakt. Door de wachtlijsten kon ik niet meteen bij een psychiater terecht, terwijl het op dat moment wel nodig was. En beslissingen over bepaalde medicijnen zijn te delicaat om aan de huisarts over te laten. Krijg je vandaag de hulp die je nodig hebt? Devos:Ik heb vandaag twee psychiaters, een psychiatrisch verpleger en mijn persoonlijke engel, een zeer wijze ex-danser van zestig die ik dankzij ITA heb leren kennen. Die laatste zie ik wanneer de anderen geen tijd voor me hebben. Dat lijkt veel, maar is het niet. Ik zou eigenlijk minstens tweemaal per maand iemand moeten zien, maar vaak gaan er maanden voorbij zonder hulp of opvolging. Vroeger soms jaren. De vraag is groot en het aanbod te klein, en dat is een pijnlijke, onwerkbare realiteit van wachten en doorverwezen worden. Ook de specialisatie vormt een probleem: ik heb geen nood aan vier hulpverleners op vier verschillende plekken. Ik heb slechts ééntje nodig die gewoon tijd voor me heeft. De manier waarop we vandaag met psychisch lijden omgaan, is primitief. Er is meer geld nodig en een beter plan van aanpak. Want de kraan staat open en er wordt hooguit met een heel klein vodje gedweild. Vorig jaar liet je in De Standaard een zin optekenen die in al zijn pijnlijkheid lang in mijn hoofd is blijven rondspoken. 'Ik ga geen zelfmoord plegen. Niet voor mezelf, maar omdat ik niet wil dat iemand anders er een voorbeeld aan zou nemen.' Ik heb daar eerlijk gezegd geen vraag bij, alleen de hoop dat je ondertussen ook interne redenen hebt gevonden. Devos:(stil) Toch niet. Maar ik heb zin buiten mezelf gevonden. 'Ik weet niet waarom ik leef', vertelde ik mijn engel. 'Ik heb pijn. Ik zie af. Ik wil dit niet.' 'Hélène, misschien leef jij om andere mensen te tonen dat je leeft?' opperde hij. Dat idee raakte me diep. Er zijn mensen die dicht bij mij stonden die hun eigen leven genomen hebben, onder wie mensen die een groot artistiek voorbeeld voor mij waren. En ook mijn vader heeft enkele pogingen ondernomen. Ik weet hoe het voelt om achter te blijven. Tegelijkertijd krijg ik zelf af en toe het ongevraagde gezelschap van suïcide ideatie(prille zelfdodingsgedachten, nvdr.). Ik kan mijn eigen lijden meteen beëindigen, maar ik wil nooit iemand dicht bij mij, of iemand die misschien naar mij opkijkt, dat voorbeeld geven. Of die pijn berokkenen. Dan toon ik liever dat er te leven valt. Dat het wel mogelijk is. De dood komt vanzelf wel. Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke snoeide eind 2019 onder meer in de subsidies voor het Expertisecentrum Suïcidepreventie en de Zelfmoordlijn. Na felle kritiek werd laatstgenoemde alsnog gespaard. Nam je dat persoonlijk? Devos: Ik ben zelden zo sprakeloos geweest. En bang. Omdat ik het niet snap. Een vriend van me postte dat nieuws op Facebook met het onderschrift: 'Wouter Beke, stuk stront.' Ik begreep dat gevoel heel goed, alleen helpt het ons niks vooruit. Integendeel. Dus zoek ik nu naar constructievere manieren. In therapie heb ik ook geleerd dat het sterker binnenkomt wanneer ik iets rustig poneer dan wanneer ik half hysterisch de boel bijeenschreeuw. In het Engels maken ze het onderscheid tussen to react en to respond: dat principe heb ik na veel gesukkel toch al iets beter onder de knie. Je zou denken dat een actrice bij uitstek weet hoe je een boodschap het beste brengt. Devos:(glimlacht) Je zou dat inderdaad denken. Heel raar hoe nogal wat acteurs 'sociaal onhandig' zijn, maar er toch in slagen om zeer transparante, menselijke personages neer te zetten. We willen allemaal graag geloven dat er zoiets bestaat als 'normaal', maar dat is fictie. Elke mens is op zijn of haar unieke manier compleet geschift. En dat is oké. Halina Reijn, die zich sinds kort los van ITA een weg baant als regisseur, noemde alles wat nog naast de monomanie van het acteren kon bestaan 'een soort experiment. Een poging om te leven'. Devos:(lacht) Herkenbaar. Ik zou willen dat ik een script had voor mijn leven. Voor wie soms moeilijk weet hoe ze zichzelf moet gedragen, is een personage spelen gewoon zeer aantrekkelijk. Theater ligt vast, theater is veilig. Het is pas buiten dit gebouw dat het eng wordt, want dan moet je het zelf uitzoeken. In die zin is acteren duidelijk een vlucht. Maar ik kan me veel slechtere manieren voorstellen om te ontsnappen.