Misschien is het beste wel voorbij. Misschien rest enkel nog de overblijvende tijd uit te zitten.
...

Misschien is het beste wel voorbij. Misschien rest enkel nog de overblijvende tijd uit te zitten. Niet lang geleden stelde ik me voor hoe het zou voelen om te sterven. Dat had ik nog niet eerder gedaan, omdat het nu niet meteen een opbeurende bezigheid is en ik tot niet eens zo lang geleden zoals veel jonge mensen in een soort veronderstelling leefde dat het leven wel eindeloos zou blijven duren. Een aangenaam gevoel was het niet, het ingebeelde gevoel van weldra dood te gaan. Er kwam veel eenzaamheid opzetten, en spijt. Het importeerde als het ware een zekere dringendheid in mijn niet-ingebeelde, huidige leven. Een veel te groot deel van het leven is immers al voorbij en veel te veel dingen blijven onbereikt of onbeleefd. Het overgrote deel van een zinvol leven draait natuurlijk om liefde. Slechts in de overige centimeters proppen we al de rest, zoals carrières of sport. Het is te zeggen: als we het geluk hebben om liefde te vinden. Wie dat niet heeft, wordt eenzaam en ongelukkig, of net erg succesvol in andere domeinen. Gebrek aan echte liefde heeft volgens mij meer CEO's, sportkampioenen en ruimtevaarders opgeleverd dan landlopers. Straatlopers weten wat liefde is, net zoals hongerlijders weten wat een lekkere maaltijd is. Gebrek aan liefde is mogelijk wat ons als soort heeft voortgestuwd in wetenschap en economie. Als iedereen de ware liefde vond, dan waren we binnen twee generaties uitgestorven. Wat misschien niet eens zo'n slecht idee zou zijn, als einde van een soort. Veel mensen om me heen lijken echter dat belangrijke basisonderscheid niet te kunnen maken, tussen liefde en de rest. Ze lijken te geloven dat bepaalde constructies niet alleen echt zijn, maar ook, en dat is nog erger, belangrijk. Bijvoorbeeld dat je een baas hebt op je werk, en dat die baas je niet alleen goed functionerend maar ook leuk moet vinden. Of dat je een bepaald percentage beter moet scoren dan een kwartaal of een seizoen eerder, om god weet welke reden. Omdat dat vooruitgang is, blijkbaar. Kortom, we vergeten te vaak dat heel de wereld van werk en geld maar een spelletje is. Meer is het echt niet, een spelletje. Gek genoeg wordt ons zelfs vaak net exact het omgekeerde aangeleerd: dat het in essentie om die zaken draait, en niet om de rest, laat staan over ondefinieerbare begrippen of gevoelens. Voor een stuk beleven we vandaag de gevolgen van dat soort denken. Wat vroeger kunst en filosofie was, is vandaag meer dan ooit entertainment en debat. Entertainment is een gefabriceerde echo van iets authentieks, die intussen ook de politiek heeft opgeslokt met alle bekende gevolgen. En debat is een verzamelnaam voor opiniebusiness en een eufemisme voor het verharden van tegengestelde standpunten met het excuus dat erover gepraat werd maar er duidelijk geen andere oplossingen zijn dan elkaar nog wat beleefd te haten. Ik weet niet of we ooit tot een dieper inzicht zullen komen als soort, maar ik weet wel zeker dat het in mijn leven niet meer zal gebeuren. Dus misschien is het beste wel voorbij. Gelukkig zal de vooruitgang ons redden met kwartaal- en kijkcijfers.