Vorige week is Gabriel Byrne, de Ierse klasbak die in de jaren 90 opdook in klassiekers als Miller's Crossing en The Usual Suspects, 71 geworden. Een mooie jongen is hij al lang niet meer, maar wel een jonge papa: hij en zijn tweede vrouw Hannah Beth King hebben een dochtertje van vier. Geen wonder dat hij het de laatste jaren wat rustiger aan doet. Naar zijn hoofd op de affiche van een prominente recente film zul je lang zoeken, en Bill Ward in War of the Worlds is zijn eerste grote tv-rol sinds zijn magnifieke vertolking van psycholoog Paul Weston in In Treatment - een reeks die overigens op dit eigenste moment terugkeert, met Uzo Aduba als nieuwe therapeut.
...

Vorige week is Gabriel Byrne, de Ierse klasbak die in de jaren 90 opdook in klassiekers als Miller's Crossing en The Usual Suspects, 71 geworden. Een mooie jongen is hij al lang niet meer, maar wel een jonge papa: hij en zijn tweede vrouw Hannah Beth King hebben een dochtertje van vier. Geen wonder dat hij het de laatste jaren wat rustiger aan doet. Naar zijn hoofd op de affiche van een prominente recente film zul je lang zoeken, en Bill Ward in War of the Worlds is zijn eerste grote tv-rol sinds zijn magnifieke vertolking van psycholoog Paul Weston in In Treatment - een reeks die overigens op dit eigenste moment terugkeert, met Uzo Aduba als nieuwe therapeut. Als hij niet op een set staat of achter een kleuter aan host, houdt Byrne zich tegenwoordig graag bezig met schrijven. Hij werkt aan zijn eerste roman nadat hij vorig jaar met veel bijval zijn autobiografie Walking with Ghosts heeft uitgebracht. Daarin keert hij terug naar Ierland, het land dat hij meer dan dertig jaar geleden inruilde voor de VS. Hij mijmert over zijn jeugd in een suburb van Dublin en neemt afscheid van zijn lang geleden overleden ouders en zus. Het zijn atypische memoires voor een Hollywoodacteur, maar Byrne is dan ook nooit een typische Hollywoodacteur geweest. 'Ik was nieuwsgierig naar het Ierland van mijn jeugd. Ik vroeg me af of het voor de jonge mensen van nu even vreemd is als het victoriaanse tijdperk voor ons was. Ik ben immers op een leeftijd gekomen dat ik inzie hoeveel van het verleden we met ons meedragen.' De aliens in H.G. Wells' meesterwerk The War of the Worlds zijn deels een metafoor. Omdat ze staan voor alles waar we bang voor zijn, kun je voor elke generatie een nieuwe verfilming maken. Wat zijn volgens jou de grootste bedreigingen waar we vandaag mee te maken hebben? Gabriel Byrne: Apathie, ontkenning, desinformatie en gebrek aan onderwijs. Ze zijn allemaal met elkaar verbonden en ze beïnvloeden de manier waarop we over de dingen denken. De lijn tussen feit en fictie wordt ook met de dag dunner. Je kijkt naar een documentaire en vraagt je af: klopt dit wel? Want wat je ziet, is gefilmd en gemonteerd als een fictiefilm, terwijl fictiefilms zich meer en meer als documentaires gaan presenteren. Waardoor de visie van één persoon altijd als de waarheid wordt gepresenteerd? Byrne: Of de visie van één natie. Als je een aantal jaren geleden een man uit het Midden-Oosten op een vliegtuig zag stappen, wist je al hoe de film zou eindigen. Dat was gevaarlijke propaganda, maar ergens was ze ook nog te herkennen als propaganda. Tegenwoordig gaat het subliminaal. Je kijkt naar iets en zit je af te vragen: wat willen ze hier nu eigenlijk écht zeggen? Door aliens als metafoor te gebruiken voor de dingen die ons bedreigen kun je ook wel wat ideeën in de geest van de kijker planten. Byrne: Inderdaad. (lacht) War of the Worlds is in de eerste plaats entertainment. Maar als je een boeiend verhaal hebt, kun je het publiek onbewust dingen laten absorberen waar het anders niet voor openstaat. Wat is een alien? Waarvoor moeten we bang zijn? Welke wereld laten we onze kinderen? Dat zijn allemaal vragen die een goedgemaakte thriller kan oproepen. Een bijkomend kenmerk van sciencefiction is dat de realiteit haar vaak inhaalt - denk aan Soderberghs Contagion en corona. Kunnen goede kunstenaars in de toekomst kijken? Byrne: De functie van een fictieschrijver, of het nu om sciencefiction, een roman of een tv-reeks gaat, is te proberen de wereld om hem heen te doorgronden. Hij kijkt naar wat er in het verleden is gebeurd en gebruikt die kennis om naar het heden te kijken en, als dat het genre is dat hij beoefent, de toekomst te voorspellen. Dat is ook wat Paul McCartney zei toen men hem eens vroeg hoe hij zijn songs schreef: 'Het zit allemaal in de tijdgeest. Alles wat ik moet doen, is de informatie uit de lucht plukken en omzetten in iets waar de mensen iets aan hebben.' Je had het bij aanvang van seizoen één in interviews ook al over apathie en ontkenning als de grote kwalen van onze tijd. Heeft corona iets veranderd? Byrne: De pandemie konden we moeilijk negeren. De ontwikkeling van een vaccin en de pogingen om landen te verenigen in de strijd tegen het virus hebben aangetoond dat we in staat zijn om de wereld te veranderen. Wat als we nu eens hetzelfde doen voor de klimaatopwarming, gewapende conflicten en rassenongelijkheid? Tegelijk zie ik het laatste jaar meer dan ooit de sporen van ons neanderthalerbrein in hoe we naar de wereld kijken. Hoe ingewikkelder alles om ons heen wordt, hoe sterker ons verlangen naar eenvoudige antwoorden. Je kunt die vinden in religie of bij politici van een bepaalde strekking, maar ook in de samenzweringstheorieën die tegenwoordig zo populair zijn. Het succes van QAnon is volgens mij toe te schrijven aan onze wens dat er een eenvoudige verklaring bestaat voor de complexiteit van ons bestaan. War of the Worlds is een buitenbeentje, omdat dit soort sciencefictionproducties doorgaans uit de States komt. Heeft deze reeks een specifiek Europees karakter? Byrne: De Europese cultuur is anders dan de Amerikaanse, dat zie je ook aan de films en reeksen die hier gemaakt worden. Het is belangrijk dat dat tegengewicht er is, maar dat deel van de industrie wordt volgens mij hoe langer hoe meer gemarginaliseerd. Als het over entertainment gaat, en niet alleen daarover, is Amerika tegelijk de grootste fabriek én de grootste afzetmarkt. Als je een foto ziet van een kind uit India, en dat kind draagt een T-shirt van Nike, dan is dat meer dan zomaar een kledingstuk. Een belangrijke vraag is: hoe houden we te midden van dat Amerikaanse geweld vast aan onze eigen identiteit, onze eigen cultuur? Het antwoord ligt onder andere in het ontwikkelen van hoogwaardige producties als deze.