Turn on. Tune in. Drop out. Met die fameuze slogan trachtte hippiegoeroe Timothy Leary indertijd het hallucinogene goedje lsd te promoten. Als we Errol Morris' zesdelige Netflix- serie Wormwood mogen geloven, moet dat eigenlijk zijn: Turn on. Tune in. Drop out of the window. Dat was namelijk wat met CIA-medewerker en biochemicus Frank Olson gebeurde in 1953, toen hij in hartje New York uit een hotelraam viel, zijn lijf propvol lsd.
...

Turn on. Tune in. Drop out. Met die fameuze slogan trachtte hippiegoeroe Timothy Leary indertijd het hallucinogene goedje lsd te promoten. Als we Errol Morris' zesdelige Netflix- serie Wormwood mogen geloven, moet dat eigenlijk zijn: Turn on. Tune in. Drop out of the window. Dat was namelijk wat met CIA-medewerker en biochemicus Frank Olson gebeurde in 1953, toen hij in hartje New York uit een hotelraam viel, zijn lijf propvol lsd. 'Zelfmoord', viel in het officiële verslag te lezen, maar daar heeft Olsons zoon Eric - in de zeventig inmiddels - nooit veel geloof aan gehecht. Zestig jaar lang onderzocht hij de mysterieuze zaak als een dwangmatig toegewijde detective. Hij kwam tot de conclusie dat zijn pa tegen zijn wil werd gedrogeerd - iets wat de CIA jaren later ook zou toegeven. Maar er is meer: Olson is ervan overtuigd dat zijn pa door CIA-agenten werd vermoord en uit het raam werd gegooid, waarna de veiligheidsdienst de zaak decennialang in de doofpot heeft gestopt. Dat is ook de these die Errol Morris aanhangt in Wormwood. De ervaren rot achter spraakmakende filmdocumentaires als The Thin Red Line, The Fog of War en The Unknown Known wisselt interviews en archiefmateriaal af met gedramatiseerde scènes waarin je onder meer Peter Sarsgaard herkent als Frank Olson. Dat resulteert in een behoorlijk verslavende hybride van feit en fictie, onderzoeksdocumentaire en complotthriller waarmee Morris niet alleen de waarheid hoopt te achterhalen, maar ook duidelijk maakt dat de Amerikaanse overheid jarenlang haar boekje te buiten is gegaan. In Wormwood kruip je in het kielzog van Frank Olsons zoon Eric, die ervan overtuigd is dat zijn vader door de CIA werd vermoord. Heeft hij gelijk? Errol Morris: Het is niet altijd mogelijk om dingen zwart op wit te bewijzen. Soms stel je uit onderzoek vast dat feiten in een bepaalde richting wijzen, dat iemand meer dan waarschijnlijk schuldig of onschuldig is, maar moet je accepteren dat het bij die waarschijnlijkheid blijft. In dit geval heeft Eric méér dan waarschijnlijk gelijk. (grijnst)Om zijn waarschijnlijke gelijk te bewijzen meng je interviews, archiefmateriaal en drama dooreen, een techniek die je eerder al bezigde in The Thin Red Line. Morris: Maar toch is Wormwood totaal iets anders. Wat precies weet ik niet, want er bestaat geen woord voor. Tot hiertoe vertelde ik mijn verhalen in twee uur. Dit keer had ik vijf uur de tijd. Dat bood uiteraard meer mogelijkheden, maar zorgde ook voor meer problemen. Het was niet zo dat ik op voorhand wist dat het een mix van journalistiek onderzoek, interviews en filmdrama ging worden. Wormwood is organisch ontstaan. De pitch die ik bezigde om het project aan Netflix te verkopen was: het is een bagel, maar zonder de krenten. Ik hou niet van krenten in bagels. Ik hou van het hele ding op zich. Dat hele ding is enkel te zien via streaming, terwijl je vorige filmdocumentaires in de bioscoop werden vertoond. Zit je daarmee? Morris: Uiteraard hoop ik dat Wormwood hier en daar zal worden getoond op groot scherm, maar ik ga er niet om smeken. We weten allemaal dat de filmindustrie aan het veranderen is, dat het alsmaar lastiger is om projecten gefinancierd te krijgen die niet over superhelden en aliens gaan. Netflix en andere platformen bieden nieuwe mogelijkheden en nemen andere weg. Een van de offers die we moeten maken, is dat we bepaalde dingen niet meer in de bioscoop kunnen zien. Maar als ik moet kiezen tussen de bioscoop opgeven of helemaal stoppen met interessante dingen te maken, dan ben ik er snel uit.Interessant is Wormwood zeker. Is er veel verschil tussen mensen interviewen en acteurs regisseren? Morris: Niet echt. Alles is regie, in min of meerdere mate. Bij interviews bereid je ook een scène voor, zet je een camera ook op een welbepaalde plaats en roep je ook 'actie' en 'cut'. De waarheid zit in de performance. Acteurs acteren, getuigen en interviewers ook. Vroeger verzette ik me tegen dat idee. Het voelde alsof ik de waarheid verraadde. Maar de praktijk heeft me geleerd dat de opdeling tussen drama en documentaire artificieel en zelfs leugenachtig is. Objectiviteit in film, of in kunst in het algemeen, bestaat niet. De gedramatiseerde scènes doen denken aan de films noirs van de jaren veertig en vijftig. Had je bepaalde voorbeelden in gedachten? Morris: Veel films noirs dienden als inspiratie. Er zit zelfs een quote in uit Out of the Past (1947) van Jacques Tourneur. Daarin zegt Robert Mitchum tegen een taxichauffeur: 'I could see the frame, but I couldn't see the picture.' Dat vat goed samen wat ik in Wormwood probeer te doen. Je voelt dat er iets fout zit met het frame, je kunt de misleiding en manipulatie voelen. Maar de film, het totale plaatje, kun je onmogelijk meteen zien. Als je, zoals ik, geobsedeerd bent door misdaadonderzoeken, rijst altijd de vraag: op welke manier word ik misleid? Een groot deel van Wormwood gaat over de manier waarop mensen de waarheid proberen toe te dekken. Is dat je antwoord op deze tijden van fake news en alternatieve feiten? Morris: We leven in een wereld waarin mensen waarheid ontkennen. Kellyanne Conway, de voormalige spindoctor en woordvoerder van Donald Trump, heeft daar de briljante term 'alternative facts' voor bedacht. Daar gaat ook mijn nieuwe boek over (The Ashtray (Or the Man Who Denied Reality), dat in 2018 verschijnt, nvdr). Over de corruptie van het postmodernisme. Er is een waarheid voor jou en een waarheid voor mij. De gedeelde, verbindende waarheid bestaat niet meer. Of dat wil men ons doen geloven. Als er één ding is wat ons mensen van domme beesten onderscheidt, dan is het onze zoektocht naar waarheid. We slagen er misschien niet altijd in om die te vinden, maar we streven er wel naar. Het is een doel, een moreel objectief. Als dat wegvalt, komen we in een jungle van smaken en voorkeuren terecht, zoals de huidige Amerikaanse president, die waarheid gelijkstelt met zijn ongecontroleerde woedeaanvallen. Kunnen documentaires een rol spelen in het counteren van fake news? Morris: Zeker. Dat verklaart ook hun succes van de afgelopen jaren. De waarheid verdwijnt, maar niet onze honger, onze drang naar waarheid. Die blijft in ons DNA zitten. Als die honger niet meer wordt gestild door nieuwsmedia - en er is vooral op het internet een hele industrie rond gemanipuleerde feiten ontstaan - vinden we de waarheid wel elders. Bovendien zijn documentaires ook veel inventiever en origineler geworden. Het is een kunstvorm die zich heeft losgerukt van zijn conventies. Michael Moore, Frederick Wiseman, Joshua Oppenheimer, Werner Herzog: ze hebben allemaal een eigen stijl en stem, en ze vinden hun weg naar miljoenen mensen. Fake news is het beste wat de documentaire kon overkomen, dus bij deze: bedankt, Donald! (lacht)