Het verhaal van het Lam Gods is ongelooflijk. Het schilderij is geconfisqueerd door de Franse revolutionairen, geroofd door de nazi's, een paneel is dan weer gestolen en nooit meer teruggevonden, en o ja, het lam kijkt niet schaapachtig maar met een felle, menselijke blik. 'Het is een mirakel dat het nog bestaat.' Het was niet zonder overdreven dramatisch timbre in de stem dat kunstenaar Wim Delvoye deze woorden uitsprak.
...

Het verhaal van het Lam Gods is ongelooflijk. Het schilderij is geconfisqueerd door de Franse revolutionairen, geroofd door de nazi's, een paneel is dan weer gestolen en nooit meer teruggevonden, en o ja, het lam kijkt niet schaapachtig maar met een felle, menselijke blik. 'Het is een mirakel dat het nog bestaat.' Het was niet zonder overdreven dramatisch timbre in de stem dat kunstenaar Wim Delvoye deze woorden uitsprak. Ik zat op het puntje van mijn stoel. De toon was gezet. Dit zou een kunstthriller van formaat worden. Maar van enige spanning was na de eerste drie minuten nog amper sprake. Melanie Gifford, een van de internationale experts, in groene gewaden en met vurig rode lippen, alsof ze net uit het typerende kleurenbad van Van Eyck was gestapt, mocht vertellen welke indruk het schilderij op haar had gemaakt toen ze het de eerste keer zag. 'Groot', klonk het. Twee van de restaurateurs mochten daarna, gezeten op dezelfde stoel in de kathedraal, in hun verre herinneringen aan het schilderij duiken. Ook zij hadden het over de schoonheid en de magie van het Lam Gods, over het mysterieuze gebaar van het openen en weer sluiten. Als dit wollig klinkt, dan is het omdat het dat ook was. Traag opbouwen, dacht ik, het is een verteltechniek. En dus beet ik door. Ik aanhoorde de aaneenschakeling van feitelijkheden die de volgende expert, de voorzitter van de kerkfabriek, een tikje langdradig uit de doeken deed waarom het schilderij uiteindelijk aan restauratie toe was. Het kwam erop neer dat 'het werk nood had aan nieuwe conservatie'. Soit, op naar de volgende stap in het verhaal. Stilaan drong het tot me door dat de spanning waar ik op gehoopt had niet meer zou komen en dat er van verteltechniek amper sprake was. Men had de mensen die van ver en dichtbij met de restauratie van het drieluik te maken hadden allemaal dezelfde vragen voorgelegd en de antwoorden netjes aan elkaar gemonteerd. Het risico dat hetzelfde op die manier drie keer in net iets andere woorden gezegd werd, had men erbij genomen. Ik vermoed dat dat in de tijd van Van Eyck ook zo was. Maar - het moet gezegd - men had de voorkeuren van deze tijd niet uit het oog verloren. Er werd geregeld naar emoties gepolst. 'Zeker, ', antwoordde de voorzitter van de kerkfabriek, 'het was een emotioneel moment toen het Lam Gods de kerk verliet'. Het zou nog emotioneler worden. Want wat bleek toen de eerste vernislaag er met in solvent gedoopte wattenstaafjes was afgehaald? De Van Eyck die we jaren hadden gezien, waar busladingen toeristen voor naar Gent waren afgereisd, was een overschildering. Restaurateurs uit vroeger jaren waren nogal creatief met verf. Gifford had dat naar eigen zeggen doorgehad nog voor de restaurateurs op de dekkende verflaag stootten. Opnieuw werd de gevoelige kaart getrokken. Want ja, het schilderij had haar minder geraakt dan verwacht. Ze priemde met een vinger toen ze het zei. Er volgden lange discussies, debatten, academische overpeinzingen, die voor de camera nog eens dunnetjes werden overgedaan. Zou men de originele Van Eyck herstellen? Zou men de vroegere restauratie beschouwen als een deel van de geschiedenis van het schilderij, die, zo verzekerde men ons, echt wel spannend was? 'Toon dat dan!' schreeuwde ik ei zo na naar de zoveelste specialist op het stoeltje in de kerk. 'Laat de spanning zien.' Uiteindelijk gebeurde het. Het wonder van Van Eyck werd onthuld. Hoe hij met licht kon toveren, hoe hij vouwen in mantels dieper maakte dan zijn tijdgenoten. Er volgen nog twee afleveringen. Ik weet niet waarom. Nu de restauratie dubbel zo veel heeft gekost als begroot, had men dit audiovisuele drieluik gerust tot één aflevering kunnen beperken. Wie weet had het geld voor een deftig draaiboek kunnen gebruikt worden.