Iedere avond om zeven over zeven draait mijn zoon van veertien de volumeknop van de radio in de keuken omlaag. We zitten op dat moment van de dag meestal aan tafel, het nieuws is voorbij en Retro, met Marcel Vanthilt, schalt door de luidsprekers. 'Kan die niet wat rustiger doen?' luidt steevast het commentaar van de zonen. Als ik zeg dat Vanthilt zestig is, schieten hun wenkbrauwen de hoogte in en zie ik hen denken: 'Hij zou echt beter dimmen.' Als ik hen vertel dat hij tegenwoordig een tv-programma heeft waarin hij uitzoekt hoe hij honderd kan worden, schieten hun wenkbrauwen bijna over hun haargrens en lees ik aan de verschrikking in hun ogen wat ze denken over een toekomst met turbobejaarden.
...

Iedere avond om zeven over zeven draait mijn zoon van veertien de volumeknop van de radio in de keuken omlaag. We zitten op dat moment van de dag meestal aan tafel, het nieuws is voorbij en Retro, met Marcel Vanthilt, schalt door de luidsprekers. 'Kan die niet wat rustiger doen?' luidt steevast het commentaar van de zonen. Als ik zeg dat Vanthilt zestig is, schieten hun wenkbrauwen de hoogte in en zie ik hen denken: 'Hij zou echt beter dimmen.' Als ik hen vertel dat hij tegenwoordig een tv-programma heeft waarin hij uitzoekt hoe hij honderd kan worden, schieten hun wenkbrauwen bijna over hun haargrens en lees ik aan de verschrikking in hun ogen wat ze denken over een toekomst met turbobejaarden. Dat Vanthilt zelf daar anders over denkt, maakt hij in Op naar de 100! op allerlei manieren duidelijk. Hij wil zo lang mogelijk jong blijven. Bij die uitspraak rollen de ogen van de puberzonen bijna uit hun kassen. Ieder zijn leeftijd, is hun devies en als ze van één ding meer gruwen dan van een opgeruimde kamer, dan is het wel van oude mensen die denken dat ze jong zijn. Vanthilt voelt zich exact zo. Op zijn identiteitskaart mag dan al een geboortedatum staan die zestig jaar achter ons ligt, zijn brein voelt hetzelfde aan als toen hij twintig was. Hoe het brein van de twintigjarige Marcel Vanthilt eruitzag, weten we niet - daar bestaan geen scans of foto's van - maar als hij bij neuroloog Steven Laureys in de scanner duikt, dan blijkt het huidige brein van Vanthilt niet zo gek veel te verschillen van dat van de gemiddelde zestigjarige: nog niet helemaal verschrompeld, maar toch een pak minder lichtgevend en alert. Dat is een kleine ontgoocheling voor Vanthilt. Al heeft Laureys ook goed nieuws: in tegenstelling tot wat de wetenschapper vroeger in de colleges leerde, kan het brein tot op vergevorderde leeftijd nieuwe hersencellen aanmaken. Sporten, slapen, dansen, gezond eten, sociaal bezig zijn: het heeft allemaal een gunstige uitwerking op de hersenmassa, net zoals kruiswoordraadsels oplossen en breinbrekers invullen. Maar voor hij aan het eigen brein gaat werken, wil Vanthilt het even over zijn angst voor dementie hebben. Plots staat hij in de Verenigde Staten, in de woonkamer van een zekere Kimberley en haar moeder Jacky en rijdt hij met de twee vrouwen mee naar een speciaal dementiecentrum. 'Geen instelling', fulmineert Jacky. Het is een entertainmentcentrum. We zien Jacky de twist dansen en milkshake drinken alsof de jaren vijftig nooit voorbij zijn gegaan, waarna Vanthilt terugvliegt naar België en besluit dat 'dementie vreselijk is' en hij vooral niet dement wil worden. Om zijn brein te trainen betaalt hij dan maar 864 euro om te leren wat transcendente meditatie is. Van zijn mental coach krijgt hij te horen dat hij meer vrienden moet maken. Hij danst. En hij vliegt ook nog eens naar Japan om daar in een wit hemd onder een ijskoude waterval te gaan staan. De monnik die hem wijsmaakte dat dat het verouderingsproces van de hersenen zou bevriezen, is vermoedelijk nog altijd niet bijgekomen van het lachen. Wie honderd wil worden, kan maar beter over voldoende budget beschikken. Wat alle gezondheidsstatistieken ook aantonen. Een lang leven is een luxe die arme mensen zich niet kunnen permitteren. Maar daarover gaat Op naar de 100! natuurlijk niet. Net zomin als het over de wereld gaat die je achterlaat als je voor iedere belofte op een langer leven op het vliegtuig springt zonder één seconde stil te staan bij het effect dat al dat evidente vliegen heeft op de gezondheid van zowat iedereen. Dat is misschien wel de grootste breinbreker van allemaal.