Een kwestie van geluk. Elke woensdag op een om 20.35u
...

Het land van de glimlach. Zo noemen ze in Antwerpen-Noord Diane van café De Valk. Diane heeft geen dromen, zegt ze zelf, want ze heeft alles wat ze nodig heeft. Tot haar twaalfde is ze naar school gegaan, sindsdien heeft ze één wereld gekend: die van het café. Slechts één wereld, zou je kunnen zeggen, maar zo ziet zij dat niet. Haar moeder had een café, haar vader was verdwenen en heeft zich nooit meer gemeld, toen Diane nog maar twaalf was, bleef ze thuis en werkte ze mee. Ze vond het prima zo. In de wereld van vandaag op sociale diensten zouden alle alarmbellen afgaan, maar toen liet men Diane ongemoeid. 'Het waren andere tijden', zegt Diane. En ze glimlacht. Altijd. Om de hoek zit Mohammed op de vensterbank van zijn appartement op de eerste verdieping en staart uit het raam. Bijna twintig is hij, al vijf jaar woont hij in België en hij is alleen. Die alleen omvat alle lagen van alleen. Het is alleen als in: zo weinig mensen hebben om tegen te praten dat je maar tegen de spiegel over je dag vertelt. Honderdzeventig nationaliteiten wonen er in de blokken, de huizen, de serviceflats, op de huurverdiepingen en straten van Antwerpen-Noord en Borgerhout. Het is de wereld samengevat in een paar straten. Mensen die, zo toont Kaat Steppe in haar poëtische documentairereeks van deze buurt, hun eenzaamheid verbijten, of zoals Theo hun verdriet stilletjes verdrinken, of zoals Naïma hun gebroken dromen weer aan elkaar lijmen. Onbewust delen ze een plek en een levensritme. Er wordt opgestaan, op straat gegaan, gewerkt, naar werk gezocht, eten gekocht, gegeten en geslapen. Maar ondanks de gedeelde ruimte en dat gelijke ritme kruisen die levens elkaar zwijgend, of hoogstens met een opgestoken hand en een knik. Mohammed zit op de bank voor zijn huis, maar drinkt zijn thee niet in het café van Diane. Hij zou er welkom zijn. 'Medemenselijkheid', is een woord dat Diane in de mond neemt als ze door een fotoalbum van vroeger bladert. Maar de drempel lijkt voor Mohammed na vijf jaar België nog steeds te hoog. Het land van de glimlach is voor Mohammed een andere wereld. Breuklijnen liggen soms op onbekende hoogte. Steppe gaat er niet dieper op in. Ze graaft niet en wroet niet. Ze kijkt, ze registreert, ze zet haar camera op zorgvuldig gekozen standpunten neer. Naast de handen van Theo die de benen van Leona insmeert. Tegenover Naïma die confituur op een toast smeert. Hij dwaalt langs de gevels en de ramen, hij zoemt in op volle asbakken, op trillende handen die een sigaret aansteken, op het plastic handje aan een stok waarmee je als alleenstaande op onbereikbare plaatsen op je rug kunt krabben. Ze bekijkt de wijk en haar bewoners van achter de kanten voiles die voor de ramen hangen of door het open raam van de ijswagen. Het levert een heerlijk impressionistische mozaïek op waar zinnen als 'vind jij ons seksleven hilarisch?' of 'geef kleine rukjes aan de pook' over het beeld glijden van een man die het eerste van duizend stukjes van een puzzel op tafel legt. Het is prachtig om naar te kijken. Het is uitgepuurde televisie waarin nauwelijks een woord te veel valt en waarin ieder verhaal olie op een smeulend vuur is. Naïma die over de terreur van haar stiefmoeder vertelt. Mohammed over zijn verlangen naar een plek in dit land. Leona over de dagen waarop ze als klein kind door de straten zwierf, op zoek naar eten. 'Waar sliepen we? Waar het droog was.' Haar vermoeide ogen staren in de lens. 'Tegenslag is opslag.' Het zou het wapenschild van de buurt kunnen zijn. Tegenslag is opslag. En al de rest is een kwestie van geluk, van hard werken, misschien, maar vooral van het huis waarin je wieg heeft gestaan. Ook dat toont Steppe zonder het erover te hebben.Tine Hens