Sommige wonden liggen te vers in het geheugen om er te diep in te peuteren. Op 15 augustus 2020 hielden liefhebbers en minnaars van de koers de adem in bij het beeld van een eenzame fiets tegen een kniehoog muurtje op een bergweg. Het was de fiets van Remco Evenepoel, die zelf nergens te zien was. Het was duidelijk dat er iets gebeurd was en dat dat iets dramatisch was, want welke renner stapt zomaar van zijn fiets? Plassen doen ze al koersend.
...

Sommige wonden liggen te vers in het geheugen om er te diep in te peuteren. Op 15 augustus 2020 hielden liefhebbers en minnaars van de koers de adem in bij het beeld van een eenzame fiets tegen een kniehoog muurtje op een bergweg. Het was de fiets van Remco Evenepoel, die zelf nergens te zien was. Het was duidelijk dat er iets gebeurd was en dat dat iets dramatisch was, want welke renner stapt zomaar van zijn fiets? Plassen doen ze al koersend.In stukken, brokken en flarden viel niet veel later het drama op zijn plaats. Evenepoel was tijdens een afdaling in de Ronde van Lombardije tegen het muurtje geknald en in het ravijn gekatapulteerd. Hij werd naar boven getakeld met een gebroken bekken, waarbij de breuk - zo bleek achteraf - op een haar na een zenuw had gemist. 'Een millimeter verschil en dit was de rest van mijn leven', vertelt Evenepoel en wijst naar de rolstoel waarin hij de eerste weken na zijn valpartij zat. Ik ben Remco vertelt het verhaal van zijn revalidatie en wederopstanding en volgt hem tijdens de voorbereiding op de Giro die, zo weten we ondertussen, voor hem eindigde met een nieuwe valpartij en een opgave.Aan het begin van de documentaire overloopt Evenepoel met dat typische, schalkse lachje rond de lippen zijn recentste kwetsuren. Niets om wakker van te liggen, vertelt hij geruststellend. Maar ik krijg de vraag niet van me afgeschud wat hij met de angst deed toen hij weer over zo'n vangrail vloog? Zo diep in de mentale toestand van Evenepoel koteren de documentairemakers niet. Dit is een feitelijk relaas over een jonge, talentvolle en toegewijde renner die pas in oktober 2020 weer op een fiets zat en die negen maanden na zijn valpartij aan de start van de Giro verschijnt om na zeventien dagen in de koers te beseffen dat de ambitie om ze te winnen net iets te hoog gegrepen was. 'Twee maanden geleden heb ik voor het eerst vier uur gefietst', vertelt Evenepoel. 'Dan is het geen schande om niet de beste te zijn.'Natuurlijk staan er stuurlui aan wal die van alles roepen. Dat hij moet leren sturen, bijvoorbeeld. Want al dat vallen, dat zou hij toch beter vermijden. Heel even heeft Evenepoel het moeilijk zijn ergernis te verbijten, maar daar valt zijn gezicht alweer in de plooi. Dat het makkelijk is van alles te beweren als je het zelf niet hoeft te doen, zegt hij. Maar ook dat hij weet dat er ruimte voor verbetering is.De woorden 'gevoelens' en 'mentale toestand' worden wel uitgesproken in de documentaire, maar tegelijk is het duidelijk dat Evenepoel afgeschermd werd voor de filmploeg. De beelden achter de schermen van de Giro, bijvoorbeeld, zijn schaars. Gesprekken tussen de ploegleider en Evenepoel zijn er amper. Reacties van Evenepoel na de ritten waarin het minder ging, zijn er niet, tenzij veel later, nadat de tijd de meest impulsieve emoties er alweer had uitgefilterd.Het is begrijpelijk waarom dit zo is. Evenepoel kan niet anders dan zich op de toekomst richten. Achteromkijken zou hem enkel verlammen, aan zijn zelfvertrouwen knabbelen en bijkomende hindernissen opwerpen. Een renner kan het pas over zijn angsten hebben als zijn carrière voorbij is, anders loopt hij het risico dat de angst het van hem overneemt als hij met honderd kilometer per uur haarspeldbochten neemt of over een bergweg met losliggende kiezels scheurt. 'Ik lees veel filosofie', zegt Evenepoel wel. 'Het helpt me om sterker te worden.' Want de geest is minstens zo belangrijk als het lichaam. In Ik ben Remco gaat het vooral over dat laatste. Misschien bewust. Maar ik had toch graag gezien hoe een ploeg zijn renners mentaal ondersteunt. Heldenverhalen zijn er al genoeg.