'A basket of deplorables', noemde Hillary Clinton hen tijdens een New Yorkse fundraiser op 9 september 2016. Analisten verklaarden later uitgebreid dat ze daar de steun had verloren van dat deel van de Amerikaanse bevolking dat zich mannelijk, misbegrepen en achtergesteld voelt. Diezelfde analisten surften voor de eenvoud van de verklaring mee op de vertaalslag die Donald Trump van haar uitspraak maakte. Clinton had niet alle aanhangers van Trump 'deplorables' genoemd, ze had hen in twee 'baskets' verdeeld. Een die hoopte op beterschap met de wind die Trump produceerde, een andere die smulde van zijn openlijke vrijage met racisten, seksisten en andere weinig verdraagzame tisten. Voor de eerste groep probeerde Clinton empathie te tonen. Voor ...

'A basket of deplorables', noemde Hillary Clinton hen tijdens een New Yorkse fundraiser op 9 september 2016. Analisten verklaarden later uitgebreid dat ze daar de steun had verloren van dat deel van de Amerikaanse bevolking dat zich mannelijk, misbegrepen en achtergesteld voelt. Diezelfde analisten surften voor de eenvoud van de verklaring mee op de vertaalslag die Donald Trump van haar uitspraak maakte. Clinton had niet alle aanhangers van Trump 'deplorables' genoemd, ze had hen in twee 'baskets' verdeeld. Een die hoopte op beterschap met de wind die Trump produceerde, een andere die smulde van zijn openlijke vrijage met racisten, seksisten en andere weinig verdraagzame tisten. Voor de eerste groep probeerde Clinton empathie te tonen. Voor de tweede had ze enkel misprijzen over. De 'deplorables' werd al snel synoniem voor iedereen die vond dat hij als grofvuil aan de kant was gezet, die weggleed in een sociaal vangnet vol gaten terwijl de kloof tussen arm en superrijk steeds dreigender gaapte. 'De onfatsoenlijken', noemde journalist Jan Antonissen hen in zijn gelijknamige reportageboek uit 2018. Hij trok daarvoor door Europa en sprak met hen voor wie de zo bejubelde globalisering geen pretpark is, maar een zielloos verdeelcentrum van Amazon of Zalando. Hun verdriet over wat ze verloren hebben, hun woede over de leugens die hen verteld zijn, hun diepe ontgoocheling in alles waarvan ze ooit overtuigd waren, vormen volgens veel analisten het aanmaakhout van het populisme. Al weten we ondertussen dat ook analisten zo hun blinde vlekken hebben. Als reportagereeks fietst De onfatsoenlijken in het spoor dat Antonissen trok. Drie mannen komen in de eerste aflevering aan bod. De brandweerman Ricky Nuttall uit Londen, het gele hesje Jérôme Rodrigues uit een voorstad in Parijs en de Brusselse fietskoerier Robin Debecker. Ze vertellen hun verhaal. Nuttall was van dienst toen de Grenfelltoren als een toorts brandde en moest in de trappenhal letterlijk de keuze maken tussen levens redden en mensen laten verkolen. Een beslissing die hem tot op de dag van vandaag achtervolgt. Vooral omdat politici en projectontwikkelaars er achteraf alles aan deden om de schuld voor de mislukte redding van mensenlevens in de schoenen van de brandweerlui te schuiven. Dat er geen sprinklers in de gangen hingen, dat de gevelisolatie van inferieure kwaliteit was, dat speelde allemaal geen rol. Rodrigues kreeg een rubberen kogel in zijn oog tijdens een betoging van de gele hesjes. Hij is er voorzichtiger maar niet minder strijdbaar door geworden. Hij verwoordt mooi waarvoor zijn protest staat. Het gele hesje, zegt hij, is een metafoor. Je bent er slecht aan toe, maar je wilt zichtbaar blijven. Gezien en gehoord worden, daar draait het voor Rodrigues om. Dat men het vooral over het geweld heeft, stoort hem mateloos. Het maakt hem boos. Robin Debecker hoopte dan weer als fietskoerier voor Deliveroo een minimaal bestaan op te bouwen. Hij fietste zich de longen uit het lijf om een leefbaar loon bij elkaar te trappen. Tot een auto hem van zijn fiets reed en hij met zijn neus op de uitbuitende praktijken van Deliveroo werd geduwd. 'Ze beschouwen ons als wegwerpzakdoekjes.' De onfatsoenlijken wil een stem bieden aan de onzichtbaren in deze samenleving. Het gaat vreemd genoeg vooral over mannen die op de rand belanden. Ik weet niet of dat een bewuste keuze is, of toeval, of een gebrek aan aandacht. Het is allemaal erg mooi in beeld gebracht, de archiefbeelden zijn feilloos gemonteerd, maar de gedachte liet me niet los: waar zijn de vrouwen en de mensen van kleur in dit verhaal. Of zou dat het beeld nodeloos ingewikkeld maken?