Life begins at forty, zo wil het cliché. In het particuliere geval van Bryan Cranston moet dat minstens vijftig zijn. Die kaap had de Californische karakterkop namelijk al gerond toen hij in 2008 alsnog een wereldster werd, na dertig jaar lang in bijrolletjes in films en series te hebben gegrossierd. Die laattijdige doorbraak had Cranston, die als gastacteur onder meer in CHiPs, Murder She Wrote, Baywatch, Matlock, Seinfeld en The X-Files passeerde, uiteraard te danken aan Walter White. U weet wel: de terminaal zieke maar behoorlijk ondernemende scheikundeleraar die aan het crystal meth brouwen sloeg in de hitserie Breaking Bad.
...

Life begins at forty, zo wil het cliché. In het particuliere geval van Bryan Cranston moet dat minstens vijftig zijn. Die kaap had de Californische karakterkop namelijk al gerond toen hij in 2008 alsnog een wereldster werd, na dertig jaar lang in bijrolletjes in films en series te hebben gegrossierd. Die laattijdige doorbraak had Cranston, die als gastacteur onder meer in CHiPs, Murder She Wrote, Baywatch, Matlock, Seinfeld en The X-Files passeerde, uiteraard te danken aan Walter White. U weet wel: de terminaal zieke maar behoorlijk ondernemende scheikundeleraar die aan het crystal meth brouwen sloeg in de hitserie Breaking Bad. Verspreid over vijf verslavende seizoenen won Cranston met die rol meerdere Emmy's en Golden Globes. Belangrijker voor hemzelf: het cultfenomeen zorgde ervoor dat hij eindelijk promotie maakte binnen de Hollywoodhiërarchie. Sindsdien heeft Cranston, die in zijn jeugd al een grillig parcours reed en deels opgroeide bij zijn grootouders, alvast niks te klagen over een gebrek aan appreciatie. Of aan interessante aanbiedingen. Ben Affleck liet hem uit de Amerikaanse ambassade van Teheran ontsnappen in zijn undercoverthriller Argo (2012). Zijn vertolking in Trumbo van de Spartacus-scenarist uit de titel die vanwege zijn linkse sympathieën op de blacklist belandde, leverde Cranston in 2016 zijn eerste en voorlopig enige Oscarnominatie op. En Wes Anderson castte hem als het alfamannetje van zijn roedel stopmotionhonden uit Isle of Dogs (2018). In 2019 oogstte hij ook op Broadway applaus, plus een tweede Tony Award, voor zijn hoofdrol in de toneeladaptatie van de mediasatire Network (in een regie van onze eigen theatergrootheid Ivo Van Hove). Om maar te zeggen: sinds hij als Walter White het drugslab in dook, heeft Cranston niet stilgezeten. Wie nog steeds niet afgekickt is, kan hem vanaf deze week op Canvas aan het werk zien in Your Honor, een mee door hemzelf geproduceerde Amerikaanse versie van de Israëlische reeks Kvodo. Daarin speelt hij een gereputeerde rechter uit New Orleans die er alles voor over heeft om zijn tienerzoon te beschermen. Die laatste heeft namelijk een dodelijk ongeval veroorzaakt en het slachtoffer blijkt de zoon van een lokale maffiabaas te zijn. Your Honor is een onderhoudende mix van misdaad, suspense en drama, waarin Cranston net als in Breaking Bad een 'good guy gone rogue' speelt (al had de serie best wel wat spul uit het lab van Walter White kunnen gebruiken). ' Breaking Bad was een keerpunt voor mij, een ontsnappingsroute', weet Cranston, die zich de jongste jaren ook alsmaar vaker profileert als producent. 'Het succes van die serie heeft me de mogelijkheden geboden waar ik zo lang voor gewerkt en op gehoopt had. Het was daarna wel aanpassen. Ik wilde Walter White zo diep begraven dat zijn geest me niet meer kon achtervolgen, waardoor ik de eerste drie jaar na het einde van Breaking Bad weinig tot niks gedaan heb. Het eerste wat ik wilde, was terugkeren naar het theater. En daarna enkel nog de film- of tv-projecten doen die me echt aanspraken. Die luxe heb ik dertig jaar moeten missen.' Wat spreekt je dan écht aan? Bryan Cranston: Een goed scenario, een relevante historische achtergrond, een regisseur die ik bewonder. Toen mijn agent me indertijd belde en 'Wes Anderson wil...' zei, antwoordde ik meteen, nog voor hij zijn zin af had: 'Ja.' Kan me niet schelen wat Wes wil. Ik doe alles voor hem. Voor zo'n creatieve genieën doe je het. Toen bleek dat Wes wilde dat ik de alfahond van zijn roedel in Isle of Dogs zou spelen, was ik nog enthousiaster. Ik zie mezelf ook als een straathond, een vagebond, een alfamannetje dat voor zijn bot moest vechten. Ik heb nooit een echte acteeropleiding gehad. Ik heb de dingen op straat geleerd en had een moeilijke jeugd waarin ik op veel vlakken voor mezelf moest zorgen. In die zin is mijn rol in Isle of Dogs misschien wel mijn meest autobiografische, ook al hoor je alleen mijn stem en is het sciencefiction over Japanse honden. (lacht) Je moet je personage begrijpen, weten waar het vandaan komt, wat het voelt en waarom. Want elke onzekerheid zie je en hoor je. Dat geldt voor elke acteur in elke rol. Methodacteurs praten graag over onder het vel en in de ziel kruipen, over het personage 'leven'. Cranston: Ik leef op mijn kredietkaart en mijn hotelreserveringen. (lacht) Ik heb genoeg gesukkeld om mezelf nu een zeker comfort te gunnen. Al is acteren wel altijd therapeutisch voor mij geweest. Tuurlijk put je uit je eigen ervaringen. Woede, kwetsbaarheid, moed... Je denkt aan specifieke momenten uit je leven, en hup: die emoties gulpen eruit. Je moet gewoon bereid zijn om je eraan over geven, ook al houdt dat het risico in dat je op je bek gaat. Geen succes zonder falen of zonder engagement. Daarin schuilt ook de kracht van het volwassen leven. Hetzelfde geldt namelijk ook voor je huwelijk, je kinderen opvoeden. Je groeide op zonder je vader Joe Cranston, die bokser en B-acteur was. Zelf moest je lange tijd naar werk zoeken. Geloof je in het romantische idee dat een acteur best wat kan lijden voor zijn kunst? Cranston: Ik ken geen enkele goede bokser die uit een bemiddeld milieu komt, omdat - als het op vechten aankomt - rijkeluiskinderen niks te winnen hebben en niet geleerd hebben om te incasseren. Dat geldt ook voor veel acteurs die het natuurlijk niet kunnen helpen dat ze een gefortuneerd leven leiden. Het leven is de beste gereedschapskist voor een acteur. Talent is het belangrijkste, maar af en toe blutsen oplopen is zeker zo belangrijk. En dan is er nog je werklust. Bereid zijn om je voor te bereiden. Om bij te leren. Al die dingen samen onderscheiden een goede acteur van een middelmatige. Dat advies geef ik nu ook aan mijn dochter (Taylor Dearden, nvdr.), die ook acteert. Dankzij MeToo weten we dat het een lastige omgeving kan zijn voor jonge actrices. Ben je daar niet beducht voor? Cranston: Amerika kent turbulente tijden voor iedereen met enig fatsoen en burgerzin. Er heerst grote ontevredenheid en onzekerheid. Trump is daarvan het resultaat, niet de oorzaak. En je ziet dezelfde malaise overal, met Le Pen in Frankrijk, de fricties tussen Spanje en Catalonië, Poetin in Rusland ... De polarisatie is wereldwijd en het lijkt een neerwaartse spiraal. Maar ik ben en blijf een optimist. Ik ben ervan overtuigd dat er uit al die fricties positieve dingen zullen voortvloeien. MeToo en Time's Up zijn daar goede voorbeelden van. De oude misogyne pilaren van het patriarchaat stonden op instorten, omdat ze niet langer gestut werden door het volk, en dan moet je er eens een goede hengst tegen geven om ze omver te kegelen. MeToo was precies dat. Het is gedaan met oude, machtige mannen die ongestoord hun gang menen te kunnen gaan met jonge vrouwen. En zo zullen in de toekomst nog meer pilaren ineenstuiken, waarop we dan hopelijk vanuit het puin een maatschappij kunnen bouwen die gelijkwaardiger is en een betere weerspiegeling van de realiteit. Heb je zelf ooit mistoestanden met vrouwelijke collega's gezien? Cranston: Ik heb agenten gekend die hun vrouwelijke klanten vertelden: die regisseur wil je in een bepaalde rol casten, maar je zou best een vriend meenemen want ik wil niet dat je in een lastige situatie verzeild. Dat is fucked-up. Niemand moet bang zijn om naar zijn werk te gaan. MeToo focust op de entertainmentbranche, en die krijgt in dit debat de meeste aandacht omdat het om bekende koppen gaat, maar dit soort wanpraktijken vind je op elke werkvloer. Helaas. Je hebt in de komedie Why Him? (2016) met James Franco, die ook is beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag. Cranston: Een misdaad is een misdaad, en het is aan een rechter om dat te bepalen. Het zijn alleen zo'n walgelijke zaken dat ik begrijp dat sommige mensen hun oordeel willen vellen op sociale media, omdat ze zich verbonden voelen met de slachtoffers. Ik hoop wel dat die trials by media er snel uit gaan - ze helpen de zaken niet vooruit - maar dat zal vast en zeker gebeuren. Ik heb tenslotte ook moeten leren om mijn impulsen en mijn agressie te beheersen. Ik heb ooit zelfs echt op het randje van de waanzin gestaan. Hoe bedoel je? Cranston: Ik heb erover geschreven in mijn boek (Cranston publiceerde in 2016 zijn memoires, vertaald als Een leven in stukken , nvdr.). Ik was ooit zo bang dat ik iemand wilde vermoorden, omdat ik dacht dat het de enige manier was om me te verdedigen. (valt stilt) Maar geen paniek: ik voel me al een stuk lekkerder, hoor. (lacht)In Last Flag Flying van Richard Linklater speel je een Vietnamveteraan die ook met woede-issues kampt. Cranston: Ik voelde een emotionele connectie met dat verhaal en dat personage. Mijn vader heeft in de Tweede Wereldoorlog gevochten maar eigenlijk wilde hij daar pas over praten toen hij ouder was. Mijn pa heeft eigenlijk over niks gepraat toen ik jonger was, en ik had als tiener ook geen contact met hem. Hij behoorde tot een generatie mannen die nooit geleerd heeft om emoties te uiten. De Vietnamoorlog was wel anders. Hitler vormde een clear and present danger voor de wereldvrede. Vietnam had geen Hitler. Voor veel Amerikanen was het: wat doen we hier precies? Welk doel zijn we aan het dienen? Tot ze tot het inzicht kwamen dat ze misleid waren door de overheid die donders goed wist dat ze de oorlog niet kon winnen. Wat doe je als je niet ergens op een set of een bühne staat? Cranston: Ik heb geen enkele hobby. Echt. Ik produceer tv-series, dus al mijn tijd gaat op aan treatments en scripts lezen, mensen contacteren, shoots regelen. Ik heb nu twee series zelf bedacht (The Dangerous Book for Boys en Sneaky Pete , nvdr.) en er opgezet met anderen (SuperMansion en Your Honor , nvdr.). Ik weet wel niet of ik dat mijn hele leven lang ga volhouden. Walter White heeft me die kansen gegeven, maar soms denk ik: geef me nog vijf, zes jaar en ik ben ervandoor, ik ga rentenieren. Wat doe je eigenlijk het liefst: tv, film of theater? Cranston: Ik doe het liefst goede verhalen. Verhalen moeten het medium dicteren. Niet omgekeerd. Network, een toneelstuk dat ik in Londen heb gedaan, was oorspronkelijk een film van Sidney Lumet. En ik vind het een stuk beter dan de film. De taal van Paddy Chayefsky is zo kleurrijk, krachtig en compact dat je die niet naar cinema kunt vertalen zonder iets te verliezen. De taal en het theatrale is wat me aantrok, zoals ik een volgende keer misschien aangetrokken wordt tot een serie of een film. Ik volg gewoon de personages. Dat, én een goed, comfortabel hotel. (lacht)