Klik Netflix open en je zult merken dat ras, etniciteit en seksualiteit de drie peilers zijn waar veel nieuwe stand-up en comedy op rusten.
...

Klik Netflix open en je zult merken dat ras, etniciteit en seksualiteit de drie peilers zijn waar veel nieuwe stand-up en comedy op rusten. Master of None van Aziz Ansari, over Indiase stereotypering. Dear White People van Justin Simien, over zwarte (pop)cultuur aan een witte universiteit die handig dienstdoet als maatschappelijke microkosmos. De stand-up van Cristela Alonzo, over de Mexicaans-Amerikaanse verhoudingen die zij belichaamt. Of de show Baby Cobra van de vrij hilarische Chinees-Vietnamese Amerikaanse Ali Wong. Kevin Hart haalt in zijn gigantisch opgezette shows ook veel van zijn humor uit een stereotiepe achtergrond van arme zwarte Amerikanen en de witte wereld waarin zijn kinderen nu opgroeien en die hen volgens hem tot watjes maakt. Nee, akkoord, er is natuurlijk nog de overige 90 procent van Netflix, waarin de klassieke blanke mensen zichzelf van kant maken, in een dorp onder een stolp leven of naar de therapie gaan en daarover praten met vrienden die ook naar de therapie gaan. Soms doen ze al die dingen tegelijk en dan spreken we van een thriller. Netflix investeert nu meer in comedy, omdat het merkt dat het publiek dat lust. De reden waarom plots veel vrouwelijke en niet-blanke comedians een veel groter publiek krijgen, is dus niet sociaal bewustzijn maar puur kapitalisme. Volgens mij de enige betrouwbare motor voor integratie. Zorg er eerst voor dat mensen je nodig hebben. Daarna zullen ze wel zien dat je ook best vrienden kunt worden. Cristela Alonzo horen zeggen dat ze als vrouw best wel door dat glazen plafond wil breken maar het glas vanuit haar Mexicaanse reflex ook graag wil poetsen met een goed productje, is een manier om het stugge mechanisme tussen twee culturen te smeren. Humor is zo krachtig in die dialoog: lach zelf ergens mee en je ontneemt de tegenstander zijn munitie. Je laat merken: aan de andere kant van elke racistische mop staat iemand, en die kan nu met een microfoon terugspreken. En ze is grappiger. Tegelijkertijd krijg ik toch heel sterk de indruk dat dit een fase is waar we absoluut door moeten. Trevor Noah bijvoorbeeld, die The Daily Show presenteert, gebruikt nog heel vaak zijn huidskleur of Afrikaanse achtergrond voor grappen. Ik snap wel waarom. Je krijgt bijna altijd een lach. Toch denk ik hoe langer hoe meer: heb je dat nog nodig?Maar humor gaat op zoek naar verschillen en pijnpunten. Het laat ongelijkheden in de maatschappij oplichten. Daarom is de comedy die een samenleving oplevert een goeie graadmeter voor onze gevoeligheden. En die zijn er dus nog bij de vleet. Want kijk naar blanke mannelijke comedians zoals Bill Burr, Louis CK of Jerry Seinfeld, en je zult zien dat zij als thema toch meer hebben: het leven, de horror van vliegtuigmaaltijden, moeten wachten bij de bakker, iets wat ze op tv zagen de avond ervoor. Er is een hele strijd bezig van vrouwen en minderheden die pas eindigt wanneer ook zij een avond lang over het leven kunnen grappen. Het slechte nieuws is dat die strijd nog lang niet gestreden is. De troost is dat we intussen wel goed kunnen lachen.