Een man vindt een links draaiende schelp op het strand. Een vreemde kronkel van de natuur, waarvoor sommige mensen een moord zouden begaan. Hij meldt dat bij wijze van grap aan de man die hij zonet in zijn strandhuis heeft binnengelaten om er de meterstand op te nemen. Het moment daarop trekt die hem een plastic zak over het hoofd, houdt hem in bedwang tot hij stikt en onthoofdt hem vervolgens met een kettingzaag.
...

Een man vindt een links draaiende schelp op het strand. Een vreemde kronkel van de natuur, waarvoor sommige mensen een moord zouden begaan. Hij meldt dat bij wijze van grap aan de man die hij zonet in zijn strandhuis heeft binnengelaten om er de meterstand op te nemen. Het moment daarop trekt die hem een plastic zak over het hoofd, houdt hem in bedwang tot hij stikt en onthoofdt hem vervolgens met een kettingzaag. Tot ver in de tweede aflevering van Baptiste blijft dit afgezaagde hoofd buiten beeld. En dan duikt het op. In de kelder van Edward Stratton, een Brit in Antwerpen die de Amsterdamse politie inschakelt om zijn verdwenen nichtje terug te vinden die als prostituee in Amsterdam belandde. Daarop schakelt de commissaris, gespeeld door Barbara Sarafian, een oude bekende en oudgediende in: Julien Baptiste (Tchéky Karyo), de speurder uit The Missing, waarvan Baptiste een spin-off is. Bent u nog mee? Zo voelt Baptiste: de serie rijgt scènes aan elkaar waartussen op het eerste gezicht het verband zoek is. Niets is wat het lijkt en niemand is wie hij beweert te zijn. Wat hebben een tulpenboer en een sekswerkster met elkaar gemeen? En waarom licht die tulpenboer een kind uit zijn ziekenhuisbed terwijl de vader even naar het koffieapparaat loopt? Net als in The Missing raken zaak en privéverhalen steeds dichter met elkaar verweven. Er is de commissaris die 's avonds alleen aan haar bureau haar mok halfvol jenever giet. Er is Niels (Boris Van Severen), de ambitieuze zoon van de commissaris die vol opgekropte woede de consultatiekamer van de uroloog uitbeent, maar er is vooral Stratton (Tom Hollander). Het prototype van de alleman, de nobody, de man zonder eigenschappen die zijn inwisselbaarheid sluw uitbuit. Of is hij toch de man die hij beweert te zijn? Nu Baptiste niet meer gebonden is aan zaken - officieel werkt hij niet meer - kan hij zich in de man achter het masker van Stratton vastbijten. Helemaal buiten de lijntjes van de misdaadserie kleurt Baptiste niet. In de overvloed aan krimi's en politiereeksen die even sterk inzoomen op personages als op verhalen is het moeilijk volledig origineel te zijn. Het scenaristenduo, de broers Jack and Harry Williams, beheersen de regels van de thriller en slagen erin hun personages - hoe bijkomstig ook - een karakter te geven. Allemaal worstelen ze wel ergens mee, allemaal verbergen ze wel iets, of het nu Baptiste is die telkens weer de tremor in zijn hand onderdrukt of Kim Vogel die een schijnbaar onschuldige en lekker gezellige koffiebar in Amsterdam uitbaat. Alleen de tulpenboer acteert aanvankelijk zo stroef en harkerig dat de scènes met het breedbeeldplaatje van de tulpenvelden waar hij door sjouwt even artificieel aandoen als de helrode, -gele en -oranje kleuren van de bloemen zelf. Het zijn details die de zuigkracht van het verhaal niet verminderen. Net zoals bij The Missing is het bovendien een verademing te kijken naar een serie die de Europese ruimte volledig benut. De reden daarvoor mag dan al belastingtechnisch zijn - door de Tax Shelter is samenwerken met België of filmen in België fiscaal interessant -, de uitkomst zijn personages die vlot per trein tussen Amsterdam en Antwerpen pendelen, die met de nodige accenten schakelen tussen Nederlands en Engels of Frans en Engels, en Jan Matthys die als Belgische regisseur aflevering vier, vijf en zes mee vormgeeft. Hij doet dat met de poëzie die hem eigen is en geeft Baptiste daarmee een zekere schoonheid die heerlijk botst met de duisternis van het verhaal.