Animalitis
...

Amper twintig seconden ver in het programma was het woord passie al minstens vijf keer gevallen. Toen verscheen de titel met bijschrift en werd alles duidelijk, al was daar dus wel een bijschrift voor nodig. Animalitis betekent zo veel als 'een gedreven passie voor dieren'. Zes maanden lang drukte Dieter Coppens de voetsporen van bijzondere mensen met een passie voor dieren. Eerst stelde hij ons Nele Sabbe voor. Zij verhuisde naar Zuid-Afrika om haar passie voor echte wilde beesten te volgen. 'Dag Nele, ik ben Dieter', zei Dieter toen hij haar ontmoette in haar huis ver van alles wat op menselijke bewoning leek. 'Dag Dieter, ik ben Nele', antwoordde Nele. Ze sprongen dadelijk in de jeep van Nele, want er was een patiënt gemeld: een manke waterbok in een privéwildpark. Wat, dacht ik, bestaat dat? Een privé-wildpark? Maar we waren hier voor de dieren, niet voor een analyse van het grondbezit in dit land. De waterbok, vertelde Nele onderweg, is een diersoort die men kan herkennen aan de witte kring rond het achterwerk. 'Als de afdruk van een wc-bril.' Ondertussen schakelde Dieter over naar de praktijk van een andere gepassioneerde dierenmens. Bart Van Goethem is chirurg aan de opleiding dierenarts in Gent. 'Ik ben allergisch voor katten en van honden krijg ik jeuk', zei hij, maar toch zag hij die beesten zo graag dat hij er alles aan doet om ze te redden. Een passie vraagt soms een opoffering. In de gang stond een vrouw in tranen met een bevende chihuahua in haar armen te wachten. Er zat ruis op het hart van het beest. Dierendokter Bart deed een echografie, lokaliseerde het probleem en plande een operatie in. 'De kans op sterven is één op de tien', gaf hij het baasje mee, dat nu evenveel beefde als haar hond. Zo veel dierenliefde is natuurlijk prachtig. Toch dreven mijn gedachten af naar die gebombardeerde kliniek in Syrië. Ik weet niet waarom, maar ik herinnerde me het beeld van het kind dat stierf omdat alle toestellen die het konden redden ontploft waren. Daarna maakten mijn hersenen een sprong naar een opvangplaats voor vluchtelingen in Griekenland. Een man brak er zijn laatste pil antibiotica in twee om de andere helft te sparen voor de volgende dag. De wond aan zijn been etterde en het zag er niet naar uit dat twee keer een halve pil daar snel iets aan zou veranderen. Hij had een operatie nodig. Maar er was geen dokter in de buurt. En al helemaal geen steriele omgeving. In Gent werd de chihuahua succesvol aan het hart geopereerd. Het baasje beefde nog een beetje, van opluchting deze keer, en vroeg, nog niet helemaal op haar gemak, of er geen apparaten waren om haar huisdier 's nachts op te volgen. Die zijn er, sprak dokter Bart, die heten studenten. Ik verbood mijn hersenen om sprongen te maken. Niet naar het Brusselse Noordstation, niet naar de kuikens die onlangs vergast werden op de tarmac van Zaventem, niet naar de koeien die ook bij dit mooie weer op stal blijven om zo snel mogelijk vet te worden zodat wij ze kunnen opeten. Ondertussen nam Nele ons mee naar de bijzonderste en schrijnendste plek van deze aflevering: een opvangcentrum voor gestroopte en opgejaagde neushoorns, dat zich net als vluchthuizen voor mishandelde vrouwen op een zo geheim mogelijke locatie bevindt. 'We proberen een klein beetje het verschil te maken voor een soort', vertelde Nele. Als ze eerlijk was, vroeg ze zich af of ze dit gevecht ooit konden winnen. Het was het gevecht tegen menselijke hebzucht en waanideeën. Een hoorn brengt op de zwarte markt van bijgelovige Chinezen en Vietnamezen zo'n half miljoen euro op. Twintigduizend neushoorns tegenover twee miljard mensen. Tegenover de passie voor geld is de passie voor dieren niets. Maar in Gent werd een chihuahua gered. Om te overleven kun je maar beter een huisdier zijn.