Alsof het nog niet erg genoeg is, heeft 2020 ook nog het meest overbodige en minst grappige humorprogramma in jaren voortgebracht. RIP 2020 wil zich vooral 'distantiëren van het jaar dat zo ongeloofwaardig is dat zelfs schrijvers van Familie zeggen: amaai, dat is wel heel ongeloofwaardig.' Het is Nathalie Meskens die dat zegt. Mocht u eraan twijfelen: dat was een grap.
...

Alsof het nog niet erg genoeg is, heeft 2020 ook nog het meest overbodige en minst grappige humorprogramma in jaren voortgebracht. RIP 2020 wil zich vooral 'distantiëren van het jaar dat zo ongeloofwaardig is dat zelfs schrijvers van Familie zeggen: amaai, dat is wel heel ongeloofwaardig.' Het is Nathalie Meskens die dat zegt. Mocht u eraan twijfelen: dat was een grap. Samen met collega lachebekjes Guga Baúl, Ruth Beeckmans en Jonas Van Geel presenteert Meskens dit alternatieve jaaroverzicht vanachter een toog op een podium in een lege theaterzaal. Schreef ik 'presenteert'? Sorry, daarmee doe ik onrecht aan de veelzijdigheid aan rollen die deze vier lolbroeken combineren. Presenteren, imiteren, dubben en met elkaars grapjes lachen. Iemand moet het tenslotte doen. Je zou denken dat we dit jaar dat zo ongeloofwaardig is het liefst zo snel mogelijk vergeten, maar dat is duidelijk buiten de leukerds van RIP 2020 gerekend. Al weken rekken ze nodeloos het afscheid. Ze doen dat met een recept dat ooit iets verfrissends had. Toen heette het nog Tegen de sterren op. Ondertussen voelt het aan als het spoor van neuskeutels dat iemand aan de onderkant van een stoel heeft achtergelaten en waar je per ongeluk de toppen van je vingers op legt. Ik kan u verzekeren: er is weinig dat onaangenamer is dan dat. Zeker in tijden waarin we als gekken handen ontsmetten en mondmaskers over onze neuzen en monden binden. Maar we wijken af. Terug naar RIP 2020. Er worden dus bekende mensen geïmiteerd of gedubd. Echt moeilijk kan het niet zijn om een jaar zonder veel humor, tenzij gitzwarte, van wat vrolijke noten te voorzien. En toch. Ook dat blijkt voor RIP 2020 een onhaalbare kaart. 'Waarom beginnen we op 5 januari te vaccineren?' vraagt Nathalie Meskens aan Guga Baúl, die zich voordoet als Alexander De Croo en links op het podium achter een microfoon voor een green screen staat waarop een bewegend beeld van de Wetstraat geprojecteerd wordt. 'Toch niet omdat u op 6 januari gaat skiën met het gezin?' 'Ik ga niet skiën', antwoordt De Croo. 'Toch niet met het gezin.' Dat is het. Dat is de grap. Geen idee wie beslist heeft dat ongeïnspireerd geneuzel ook al humor mag heten. Even daarvoor had Baúl zich als de transformatiekunstenaar die hij is in de huid van Tom Waes gewrongen. Nu het gevaar zich in de vorm van een virus naar het eigen land heeft verplaatst, reisde die volgens RIP 2020 door Vlaanderen en wel naar de meest gevaarlijke plek van die regio. Ik weet niet of u het al geraden hebt, maar denk gewoon aan wat het meest, echt het meest voor de hand ligt? Jawel, zijn eigen huis en dan vooral de eigen keuken, waar zijn vrouw staat te koken. Inderdaad, dat is het niveau. Maar het werd nog pijnlijker. Ruth Beeckmans hobbelde als klankman Pascal achter de persiflage van Waes aan. Stuntelig, wat dommig en onhandig met twee grote valiezen vol kabels en die microfoon aan een staaf. Toen gebeurde er iets waardoor ik me niet langer stierlijk verveelde door het schrijnende gebrek aan originaliteit. Ik werd boos en ergerde me mateloos. Omdat Beeckmans er op geen enkele manier in slaagde Pascal deftig te parodiëren, vond ze er niets beters op dan zijn stotteren uit te vergroten. Het kan een detail lijken. Dat is het niet. Mijn zoon stottert. Altijd weer moet hij zien hoe iemand door die stotter de sul van de hoop wordt. Pascal struikelt niet een keer over een letter, nee, het stotteren definieert de waardeloze kluns die hij is. Met humor heeft dat niets te maken. Met bloedarmoede van de zogenaamde humorist des te meer. 'Genoeg groen gelachen', lieten ze tot slot Albert II zeggen. Ik had het niet beter kunnen zeggen. Wat een smakeloze brij.