Een moeder kijkt met een bezorgde blik naar haar dochter die in de woonkamer Het zwanenmeer danst. Op de kast staan waxinelichtjes en geurstokjes. Op de bank hangt de zoon met een boek. 'Louis is nen brave', zegt de moeder. 'Ze was bijna dood', kirt de dochter terwijl ze een pirouette rond de salontafel draait.
...

Een moeder kijkt met een bezorgde blik naar haar dochter die in de woonkamer Het zwanenmeer danst. Op de kast staan waxinelichtjes en geurstokjes. Op de bank hangt de zoon met een boek. 'Louis is nen brave', zegt de moeder. 'Ze was bijna dood', kirt de dochter terwijl ze een pirouette rond de salontafel draait. Ik weet dat ik naar een ­programma over de naderende dood aan het kijken ben, en even denk ik dat het deze twee kinderen zijn die niet lang meer te leven hebben. Dan vertelt Karine Claassen buiten beeld dat het over de moeder gaat. Annick, veertig jaar. Volgens de prognoses had ze al dood moeten zijn. De drie weken die de oncoloog voorspeld had, werden maanden. Ze weet dat iedere dag de laatste kan zijn. Louis, den brave, praat daar wekelijks over met een psycholoog. Charlotte niet. 'Ze wil niet.' Annick vindt dat spijtig.Het onbespreekbare bespreekbaar maken, dat wil Claassen met Afscheid doen. In Dwars door Amerika, de trip die ze voor ­Canvas maakte in de nasleep van Donald Trumps verkiezing, had ze al getoond hoe goed ze kan luisteren en meevoelen. In Afscheid wordt van die kwaliteit volop gebruikgemaakt. Dat had tot iets fantastisch kunnen leiden, tot iemand op het idee kwam ­Claassen tussen de ontmoetingen met ongeneeslijk zieke mensen zelf voor de camera te plaatsen en haar te laten vertellen over de mensen die ze ­ontmoet heeft en wat dat voor haar betekende. Tegen een klinisch witte achtergrond zie je haar aarzelend naar woorden zoeken. Ze vertelt over Topaz, het dagcentrum voor ongeneeslijk zieken in Wemmel, over Suzy, de vrouw met wie ze ­dadelijk 'een klik' had, over die ­geweldige Annick die alles had.Telkens als een reportagemaker al te uitdrukkelijk aan het woord komt of in beeld verschijnt, besluipt een mens de vraag over wie dergelijke reportages werkelijk gaan. We zien Claassen een balletje werpen met Charlotte, de wilde, vrolijke dochter van Annick, terwijl ze vraagt waarom zij niet graag praat over de ziekte van haar mama. We zien ­Claassen boontjes plukken met de man van Suzy, terwijl ze hem vraagt of hij soms denkt aan de dag waarop zijn vrouw er niet meer zal zijn. De vragen zijn relevant, de beelden erbij leiden de aandacht af van de mens over wie het zou moeten gaan.Afscheid is op z'n mooist als de camera Claassen loslaat en bijvoorbeeld door de gangen van Topaz dwaalt. Een muzikante speelt viool op de arm van Bart. Hij heeft multiple sclerose en iedere dag heeft hij zijn spieren minder onder controle. Het trillen van de vioolstok raakt hem diep. Raymond bladert door de tekeningen die hij maakt van de mensen die hij in Topaz ontmoet. Hij heeft geleerd zich niet te hechten. Want van elke mens die in Topaz aankomt, weet je dat het einde in zicht is. Raymond komt er al jarenlang. Eerst begeleidde hij er zijn vrouw, nu heeft hij zelf kanker en wacht hij op de dood. 'Onze levens gaan door, maar met minder betekenis', vertelt Bart. Wat hij daarmee bedoelt, wil Claassen weten. Hij schudt het hoofd. Meer heeft hij er niet aan toe te voegen.Natuurlijk is Afscheid ook een ­programma over hoe je het verloop van dat afscheid zelf bepaalt. Over ­euthanasie. Over de mensen die met de vraag naar euthanasie te maken ­krijgen. François, de huisarts die in ­Topaz de mensen opvolgt, heeft volgens Claassen de bijnaam Dokter Dood. Iedere vraag om te sterven ligt hem zwaar op de maag.Hoe kijk je de dood in de ogen? Zolang Afscheid zich op deze vraag concentreert, is het een mooie reeks. Maar wanneer Claassen de regie overneemt, vraag je je af wat haar gevoelens bij dit alles er ­eigenlijk toe doen. 'Ge moet me niet begraven', zegt Suzy. Het is een uitspraak die geen commentaar nodig heeft. En toch kan Claassen het niet laten. Zwijgen is een ondergewaardeerde kunst, zeker bij reportagemakers.