In 2006 ging ik in dienst bij Woestijnvis. Dit was in de tijd dat Woestijnvis nog cool was. Ook het woord cool was nog vrij cool. Net als jeansbroeken in cowboysnit en The Mars Volta.
...

In 2006 ging ik in dienst bij Woestijnvis. Dit was in de tijd dat Woestijnvis nog cool was. Ook het woord cool was nog vrij cool. Net als jeansbroeken in cowboysnit en The Mars Volta. Ik was toen 24 en vooral blij dat ik nog voor Mark Uytterhoeven mocht werken. Want stel u vooral niets exuberants voor. Op het instapniveau was er weinig te rapen qua uitspattingen. Er was eens een avond, dat weet ik nog goed, toen we pizza bestelden. Ja, dat waren nogal tijden. Het was best hard werken voor weinig geld, maar wel met plezante, doorgaans erg geestige mensen. En dat in een sfeer die iets had van een uit de hand gelopen scoutsfuif, maar dan van de rijkste scouts ter wereld. Zoals een van de bazen me enkele jaren later zou zeggen: wij zijn alternatief, maar wel op de manier dat Coldplay ook alternatief is. Intussen zijn er twaalf jaar voorbij, en van die wereld schiet weinig over. Ik bedoel niet enkel van Woestijnvis, maar van de relatieve onschuld die ermee gepaard ging. 2017 was een jaar waarin het audiovisuele entertainment veel van zijn charme verloor. Twee zaken zijn me daarbij opgevallen. De eerste daarvan is dat ik niet denk dat media of film of televisie zoveel bandelozer of fouter zijn dan andere sectoren. De verhalen zijn gewoon sappiger omdat het gaat om mensen met bekende namen. Om dezelfde reden is het nieuws wanneer Milow een huis koopt in LA, maar niet wanneer een chirurg een villa laat bouwen op Ibiza. Je hebt in televisie inderdaad een combinatie van grote, vaak mannelijke ego's en een grote toestroom van twintigers, waaronder gelukkig ook vrouwen. Dat is natuurlijk een recept voor aangename, minder aangename en ronduit walgelijke botsingen. Maar ik geloof niet dat dat anders is in advocatenkantoren, ziekenhuizen, supermarkten, muziekstudio's, postkantoren, hoofdzetels van multinationals, scholen of religieuze instellingen. Het andere wat me verbaasd heeft, zijn de feiten. Dat komt omdat ik me onmogelijk kan voorstellen hoe je op een bepaald moment gelooft dat het een goed idee is om jezelf ongevraagd naakt te presenteren of wat te staan masturberen alsof dat nu eenmaal normaal is. Laat staan dat je iemand gedwongen vastpakt of erger. Helemaal in het begin van de Weinstein-lawine dacht ik wel eens: oei, durf ik nu nog wel met een smiley te reageren op de vraag van een actrice, of gaat me dat binnen tien jaar op een publiek proces komen te staan? Toen kwamen gelukkig de feiten van al die bekende namen naar boven en wist ik snel: ooh, maar het gaat over dát soort dingen. Glimlachen: best oké. Verkrachten: niet oké. En meteen voelde ik me weer helemaal normaal, en stelde ik ook vast dat ik blijkbaar zo saai ben dat al mijn vrienden en vriendinnen ook helemaal normaal zijn. Zeker ook die uit de televisie. De les van 2017 voor mij is dus dat er blijkbaar heel onaangename figuren rondlopen, maar vooral ook dat ik hoop dat alle andere sectoren even secuur uitgespit zullen worden als met de media gebeurd is, ook al zal dat vast minder clicks opleveren en minder bladen verkopen.