Ik was tien of elf en kocht als mijn eerste cd Dangerous van Michael Jackson in de tijd toen we nog dachten dat 'Thriller', 'Bad' en 'Dangerous' gewoon platentitels waren in de plaats van waarschuwingen. In de zomer nam mijn oom mij mee naar het concert van Jackson op de wei van Werchter en een paar weken later ging ik naar het zesde leerjaar en begon een leven vol harde drugs, wilde vrouwen en kleine criminaliteit.
...

Ik was tien of elf en kocht als mijn eerste cd Dangerous van Michael Jackson in de tijd toen we nog dachten dat 'Thriller', 'Bad' en 'Dangerous' gewoon platentitels waren in de plaats van waarschuwingen. In de zomer nam mijn oom mij mee naar het concert van Jackson op de wei van Werchter en een paar weken later ging ik naar het zesde leerjaar en begon een leven vol harde drugs, wilde vrouwen en kleine criminaliteit. Ik weet ook niet waarom ik dat vertel. Misschien omdat het een herinnering is uit een tijd die waarschijnlijk nooit meer terugkeert. Een tijd waarin de wereld zich maar heel traag liet ontdekken door enkele radiostations, een weekblad of twee en de verbazingwekkende feiten die andere kinderen op school gehoord hadden over Axl Rose. Vergeleken met vandaag voelt het allemaal als de eerste act uit elke film van voor 2010: te traag om waar te zijn. Het mag dan ook niet verbazen dat een hoogtechnologische vriend me deze week verweet dat ik oud geworden ben. De reden was dat ik net daarvoor had gezegd dat ik het nefast vind dat technologie zo'n groot deel van ons leven is en dat we er ons maar moeten bij neerleggen dat alles wat digitaal is nu eenmaal onthouden, opgeslagen, gebruikt en gedeeld zal worden. Het is alleszins waar, ik ben oud geworden. Ik vind het heerlijk, want dat wil zeggen dat ik het niet meer moet doen in deze tijd, dat oud worden. Zeker nadat ik op Netflix naar The Social Dilemma keek. Een film met mensen die spijt hebben dat ze in een vorig leven veel geld hebben gekregen om de systemen achter alle grootste apps op je telefoon te bedenken en nu zoveel mogelijk mensen willen overtuigen om er vooral van weg te blijven. Een van de spijtoptanten in de film zegt dat wij niet zozeer door de tijd bewegen, dan wel dat de tijd door ons beweegt. Nu ja. Voel je vrij om daar in beschermde kring nog wat over door te filosoferen, maar het beeld geldt alleszins wel voor technologische vooruitgang. We worden geboren in een bepaalde momentopname, bijvoorbeeld in de tijd van de fax, en maken gaandeweg verbeteringen mee, bijvoorbeeld het gebruik van e-mail. Vanaf het moment dat we in onze eigen ervaring een grote verbetering hebben ervaren, is volgens mij onze honger naar meer gestild. Met andere woorden: terwijl grote techbedrijven hun maniakale zoektocht naar meerwaarde graag verkopen als een steeds verbeterende dienst aan de mensen, zijn de meesten niet meer gediend van die verbeteringen. En dat is nog maar op rationeel niveau, zonder te bedenken wat nog veel erger is: de tech is er niet om ons te dienen, maar omgekeerd. Noch technologie, noch zij die ze bedenken, zijn slecht of werken in een soort complot tegen de mensheid. En het is niet de technologie op zich die slecht is, maar het businessmodel die ze moet dienen, en dat dus dicteert hoe ze wordt toegepast, is dat wel. Neem het van een oude mens uit een tragere tijd aan: The Social Dilemma is verre van perfect, maar je gaat erna wel anders naar je oplichtende telefoonscherm kijken.