'Vrijdagmiddag haal ik de walkman voor de walkmanmonoloog Kates Tapes Away op en zaterdag breng ik het toestel terug', mailde ik vorige week naar de persverantwoordelijke van het Antwerpse theatercollectief Zuidpool. Meteen tuimelde een antwoord mijn mailbox in: 'Oei. Dat wordt nachtwerk. De monoloog duurt vijf uur...' Natuurlijk! Pandemie of niet, de Zuidpoollieden - Jorgen Cassier en Koen van Kaam - laten hun imago van een bende tekstavonturiers niet stelen. Uiteraard gaan ze niet voor een luisterspelletje van anderhalf uur. Uiteraard kiezen ze niet voor een lekker behapbaar romannetje.
...

'Vrijdagmiddag haal ik de walkman voor de walkmanmonoloog Kates Tapes Away op en zaterdag breng ik het toestel terug', mailde ik vorige week naar de persverantwoordelijke van het Antwerpse theatercollectief Zuidpool. Meteen tuimelde een antwoord mijn mailbox in: 'Oei. Dat wordt nachtwerk. De monoloog duurt vijf uur...' Natuurlijk! Pandemie of niet, de Zuidpoollieden - Jorgen Cassier en Koen van Kaam - laten hun imago van een bende tekstavonturiers niet stelen. Uiteraard gaan ze niet voor een luisterspelletje van anderhalf uur. Uiteraard kiezen ze niet voor een lekker behapbaar romannetje.Toen duidelijk werd dat livetheater ook in het voorjaar van 2021 verboden zou zijn, belandde David Marksons vorig jaar in het Nederlands vertaalde cultroman Wittgensteins Mistress (1988) op de tafel. Markson leurde met zijn manuscript langs 54 uitgeverijen (jawel) alvorens Dalkey Archive Press de moed vond om het boek uit te geven. Er is ook moed nodig om dit te lezen. Markson voert een personage op. Haar naam is Kate. Ze is kunstenares. Ze is bijna vijftig. En ze gelooft dat ze de enige overgebleven mens op aarde is. Is er een ramp gebeurd die zij ternauwernood overleefde? Niet op wereldschaal...Kate tracht al typend op haar typemachine in haar strandhuis te achterhalen wat er de afgelopen tien 'onheuglijke' jaren gebeurde. Ze liet briefjes achter in The Metropolitan en in het Louvre. Ze kalkte witte letters op de straat. Ze liet tennisballen van de Spaanse Trappen in Rome rollen. Maar ze schijnt de enige levende ziel op aarde te zijn, want niemand reageert. Zuidpool laat Kate niet typen maar cassettebandjes inspreken. Ze vertelt over haar wereldreizen langs grote musea en imposante waterlopen. Ze verbaast zich over hoe Van Gogh een stoel of zelfs schoenen zó kon tekenen dat ze angstig leken. Ze praat honderduit over hoe de componist Johannes Brahms snoepjes gaf aan kinderen en hoe ze zou kunnen houden van de filosoof Ludwig Wittgenstein. 'Waarover men niet kan praten, moet men zwijgen', is een beroemde zin van Wittgenstein - neergeschreven in Tractatus Logico-Philosophicus (1922) - waaruit Kates verhaal vertrekt. Een heel boek lang tracht ze, dolend over een volgens haar lege wereld, denkend over de kunsten en turend naar Rembrandts De nachtwacht, Slapend meisje van Jan Vermeer of de woeste schilderijen van William Turner, iets te verwoorden wat amper te verwoorden is. Ze piekert over de kat van Rembrandt, de hond Argus uit Homerus' Odyssee en haar eigen kat. Ze mijmert over de Griekse heldin Helena en 'Homerische hemels vol vlammen'. Alle observaties en gedachten verwoordt ze en herformuleert ze. Voortdurend. Terwijl ze onderbroeken wast en praat over kunst en filosofie, probeert ze bovenal iets te zeggen over datgene waarover ze niet kan praten: de dood van haar zevenjarige zoon die ze meestal Simon maar soms ook Lucien noemt. Ineens begrijp je waarom Kate zo begaan is met haar onderbroeken en het uitblijven, of net lang aanslepen, van haar menstruatie. Zolang ze menstrueert, is haar lichaam nog het lichaam dat van haar zoon beviel. De persoonlijke ramp die haar overkwam en waarin haar zoontje stierf, is de ramp die ze overleefde maar die haar waanzinnig maakte. Ze klampt zich vast aan de kunstgeschiedenis en de filosofie om niet volledig weg te drijven, als een stuk wrakhout in haar zee van verdriet. Dat je als luisteraar niet wegdrijft - oké, af en toe wel even, maar je blijft nieuwsgierig - in dit vijf uur durende luisterspel - vier uur was ook goed geweest - heeft alles te maken met het verteltalent van Sofie Decleir. Zonder dat ze beroep kan doen op haar expressief gezicht of uitstraling, weet ze vijf uur te intrigeren. Hoe? Door geen woord hetzelfde uit te spreken. Door steeds subtiel te spelen met haar intonatie waardoor je de pijn, het verdriet, de wanhoop, de stuurloosheid maar evengoed de fijne humor en de zelfrelativering van deze vrouw voelt. Marksons roman blijft een verdicht kluwen vol intrigerende bemerkingen over kunst en filosofie maar wint aan helderheid en 'leesbaarheid' dankzij Decleirs vertolking. Het vergt wat om vijf uur lang te luisteren terwijl je wandelt, ligt, kijkt, afwast, poetst, schoffelt en eet. Het volhouden loont zo de moeite. Dankzij Decleirs verfijnde krachttoer, daarbij ondersteund door de subtiele (en soms barokke, wat vreemd aandoende) achtergrondgeluiden van Jorgen Cassier, voel je na die vijf uur gezelschap van Kate even de leegte die zij voelt als moeder zonder kind in een wereld waar ze enkel welkom lijkt bij stille schilderijen en overleden filosofen. Na deze XXL-luisterbeurt heb je overigens zin om alle vermelde filosofen en kunstenaars te (her)ontdekken. Kortom, het luisterspel is beter dan het boek.