'Magtè...!', prevelt een glunderende Wouter Deprez wanneer hij met een stevige pas op het podium van de Kortrijkse Stadsschouwburg stapt om er de première van Speech te spelen. In het West-Vlaams. Buiten West-Vlaanderen speelt hij in het Standaardnederlands.
...

'Magtè...!', prevelt een glunderende Wouter Deprez wanneer hij met een stevige pas op het podium van de Kortrijkse Stadsschouwburg stapt om er de première van Speech te spelen. In het West-Vlaams. Buiten West-Vlaanderen speelt hij in het Standaardnederlands.Meer dan twee uur zal hij in machtig West-Vloams 'klappen' en vliegen ons sappige woorden als stief goed (zeer goed), 'dulle' (kwaad), vroete (smoel), seule (emmer), koekegoed (doodbraaf) rond de oren. De West-Vlaamse woordenschat vult Deprez fluks aan met hilarische neologismen zoals micri (midlifecrisis) of 'naastneuker' (man-met-minnares). Die neologismen maken deel uit van zijn zogeheten 'middentaal'. Die taal vonden Wouter en zijn vrouw Marjan uit om zaken te kunnen bespreken die niet geschikt zijn voor kinderoortjes. Die fascinatie voor taal is aangeboren maar lijkt sinds het heengaan van zijn moeder - ook een taalfanaat - alleen maar toegenomen. Deprez uitte zich de afgelopen twintig jaar al als een taalturner. Anno 2021 is hij verpopt tot een heuse taalacrobaat die, met de humor als vangnet, buitelt van de ene talige baldadigheid naar de volgende. Alle buitelingen samen vormen een grootse ode aan de taal, zijn gezin en zijn moeder.Hij doet wat zowat iedereen doet nu de pandemie voorzichtig uitdooft: ferm de tijd nemen om onbeschaamd lang bij te praten. Een boordevolle avond lang leidt Deprez ons met een heerlijk gevoel voor overdrijving en absurde humor doorheen zijn leven waarin hij soms Cocker Spaniël-armen boven zijn rug ontwaart, met kakhandjes aan het stuur zit of als hommelbuffet in het gras ligt. Je zit erbij en je luistert er met rode oren en pretogen naar.Hij vertelt over de onbedoeld zotte kampeervakantie met de fonkelnieuwe camper, over zijn zelf geplant bosje waar hij nu nog overheen kan stappen, over zijn bezoek aan de hammam, over zijn onzichtbare Sint-Bernard, over zijn frustratie over het methodeonderwijs, over zijn inzichten als imker, ... En er is nog veel meer. Er kan nog geschrapt of minstens verdicht worden. Zijn terechte bedenkingen over de scheve man-vrouwverhoudingen in de comedywereld, bijvoorbeeld, zitten nogal gekneld tussen camperavonturen, onderwijsfrustraties en bijeninzichten (ook al bekroont hij die scène met een even geweldige als gevaarlijke grap...).Maar Deprez geniet en laat genieten. Hij doet dat op een kale scène. Halverwege de voorstelling rolt hij een overheadprojector het podium op om zijn 'middentaal' goed te kunnen toelichten. Geprojecteerd wordt op een projectiedoek dat als een uitgerekte wolk boven het podium hangt. Op dat doek, dat Deprez tijdens de première vreemd genoeg compleet negeert, worden per scène licht en bewegende luchten geprojecteerd. Bij aanvang lijken er wolken te dansen op het doek. Alsof iemand in de hemel heel preus (trots) is op haar zoon. Als haar zoon dan over zijn koekegoede moeder vertelt, vecht hij voor het eerst tegen de tranen terwijl het doek dieprood van liefde kleurt. Wow(ter)! Speech heeft nog een schrapbeurt nodig en we hopen stiekem dat deze taalacrobaat niet enkel in West-Vlaanderen in het West-Vlaams speelt. Want die bonte dialectische taal is de taal van zijn rouwend hart dat hier het woord voert. Maar de show is bovenal een deugddoend weerzien met een taalacrobaat die de clown in zichzelf niet weg relativeert maar met groteske goesting omarmt. Hij doet gieren en denken, slikken en gniffelen. Hij klapt West-Vlaams en houdt zijn levensverhaal tegen het theaterlicht. Dat verhaal zit tjokvol kapstokken waarin elke toeschouwer zijn/haar eigen verhaal even te luchten kan hangen. Magtè.