The Play = Poquelin II

Gezelschap = tg STAN, Toneelhuis, NTGent, Dood Paard en Lazarus/Arsenaal

Hoogtepunt = Het moment waarop de karikatuur van de karikatuur van een avant-gardistische modeontwerper het allerminst ranke lijfje van Damiaan De Schrijver aankleedt, daarbij geholpen door zijn assistenten en een hippe beat. Ook het schermgevecht tussen Frank Vercruyssen en De Schrijver (met een hand aan het oor) is zonder meer hilarisch.

Quote = Filosoof: ''Nam sine doctrina vita est quasi mortis imago' is Latijn voor 'Zonder de wetenschap zou het leven slechts een afbeelding zijn van de dood'.

Mijnheer Jourdain: 'Dat heeft Latijn goed gezegd.'

Meer info: www.stan.be

Als zeventiende-eeuwse Parijzenaars zin hadden in een avondje lachen (met zichzelf), trokken ze naar een toneelstuk van Jean-Baptiste Poquelin alias Molière. De acteur en auteur verstond als geen ander de kunst om al spelend met de lach kleinburgerlijkheid en hypocrisie te veroordelen.

Anno 2017 hebben zijn teksten niet aan doeltreffendheid ingeboet: ze laten je gieren om de gore kantjes van de mens. Het Antwerpse collectief tg STAN voerde in 2003 al Poquelin op. Een waar festijn was dat, gebouwd met onder meer De Ingebeelde Zieke en Dokter tegen wil en dank.

Nu is er Poquelin II, een feestje rond De vrek (L'Avare, 1668) en De parvenu (Le Bourgeois Gentilhomme, 1670). Hoewel, feestje is te zwak uitgedrukt... Beter is: een bonte carnavalsstoet van losgeslagen en naar geld of liefde hunkerende individuen die al roepend, tierend, lonkend, loerend, liegend en bedriegend op en af een nogal krap podiumpje rennen.

De acteurs spelen met het jolijt van uitbundige carnavalsvierders en de overtuiging van verstokte wereldverbeteraars.

Rond het verhoog staan houten stoeltjes die je vaak tijdens braderies of kermissen ziet. De planken op dat podiumpje timmerden de kornuiten van tg STAN niet té stevig vast zodat ze lekker mee veren met de spelersvoeten.

De eigenaars van die voeten - Kuno Bakker, Els Dottermans, Willy Thomas, Stijn Van Opstal, Jolente De Keersmaeker, Damiaan De Schrijver en Frank Vercruyssen - spelen met het jolijt van uitbundige carnavalsvierders en de overtuiging van verstokte wereldverbeteraars, met dat verschil dat deze klasbakken de wereld met de lach willen verbeteren.

Voor hun 'carnavalskostuums' schakelden ze Inge Büscher in. Büscher (ver)knipte sweaters, t-shirts, leggings, wat zwarte kant en een paar meters glanzende zwarte kostuumstof tot een kleurige collectie geflipte vestjes, jasjes en bloesjes. Ze zitten Molières geflipte personages als gegoten.

Op de wat zure vraagje wat de actuele waarde is van Molière, antwoordt tg STAN met de schaterlach.

Willy Thomas is, in zijn glanzend blauw pak, een vermakelijk krenterige vrek die zó op zijn geld zit dat hij de liefde verstikt (gelukkig brengen zijn kinderen daar verandering in). En Damiaan De Schrijver - in zwarte pofrok, uitgerokken oranje 'marcelleke, verknipte blazer en te krappe, huidkleurige onderbroek - pleegt een aanslag op je lachspieren als le bourgeois gentilhomme Jourdain die met al zijn geld, zijn domheid en zijn blinde kunstpassie zichzelf belachelijk maakt (al verweeft Molière ook in dit stuk een mooie verhaallijn over geliefden die elkaar vinden).

Op de wat zurige vraag wat de actuele waarde is van Molière, antwoordt tg STAN met de schaterlach. Poquelin II is zo ongemeen geestig! Niet alleen door wat er gezegd wordt, maar ook door het enthousiasme waarmee de acteurs, plastic fruit en degens in de hand, op de planken staan en door hoe de acteurs de interactie met het publiek subtiel aanzwengelen.

Zo kreeg, tijdens de opvoering die wij bijwoonden, een toeschouwer die vrij ernstig bleef tijdens de voorstelling maar uiteindelijk toch in lachen uitbarstte, een ferme 'Ahaa! Ge hebt gelachen!' van De Schrijver toegeworpen. Diezelfde De Schrijver zat ook Frank Vercruyssen op de hielen nadat die laatste in de 'coulissen' - lees: achter het podiumpje - De Schrijver per ongeluk van zijn stoeltje duwde.

Door het toeval zo gretig en alert te omhelzen, maken de spelers van elke opvoering van Poquelin II een uniek feest vol kolder en slapstick, van structuur voorzien door een van de beste komedieschrijvers ooit. Het is een feest en als kijker kun je alleen maar doen waar Parijzenaars in de zeventiende eeuw ook zo tuk op waren: schaterlachen, ook om jezelf, dankzij Molières grappen en fratsen.

Smaakmaker:

Als zeventiende-eeuwse Parijzenaars zin hadden in een avondje lachen (met zichzelf), trokken ze naar een toneelstuk van Jean-Baptiste Poquelin alias Molière. De acteur en auteur verstond als geen ander de kunst om al spelend met de lach kleinburgerlijkheid en hypocrisie te veroordelen. Anno 2017 hebben zijn teksten niet aan doeltreffendheid ingeboet: ze laten je gieren om de gore kantjes van de mens. Het Antwerpse collectief tg STAN voerde in 2003 al Poquelin op. Een waar festijn was dat, gebouwd met onder meer De Ingebeelde Zieke en Dokter tegen wil en dank.Nu is er Poquelin II, een feestje rond De vrek (L'Avare, 1668) en De parvenu (Le Bourgeois Gentilhomme, 1670). Hoewel, feestje is te zwak uitgedrukt... Beter is: een bonte carnavalsstoet van losgeslagen en naar geld of liefde hunkerende individuen die al roepend, tierend, lonkend, loerend, liegend en bedriegend op en af een nogal krap podiumpje rennen. Rond het verhoog staan houten stoeltjes die je vaak tijdens braderies of kermissen ziet. De planken op dat podiumpje timmerden de kornuiten van tg STAN niet té stevig vast zodat ze lekker mee veren met de spelersvoeten. De eigenaars van die voeten - Kuno Bakker, Els Dottermans, Willy Thomas, Stijn Van Opstal, Jolente De Keersmaeker, Damiaan De Schrijver en Frank Vercruyssen - spelen met het jolijt van uitbundige carnavalsvierders en de overtuiging van verstokte wereldverbeteraars, met dat verschil dat deze klasbakken de wereld met de lach willen verbeteren. Voor hun 'carnavalskostuums' schakelden ze Inge Büscher in. Büscher (ver)knipte sweaters, t-shirts, leggings, wat zwarte kant en een paar meters glanzende zwarte kostuumstof tot een kleurige collectie geflipte vestjes, jasjes en bloesjes. Ze zitten Molières geflipte personages als gegoten.Willy Thomas is, in zijn glanzend blauw pak, een vermakelijk krenterige vrek die zó op zijn geld zit dat hij de liefde verstikt (gelukkig brengen zijn kinderen daar verandering in). En Damiaan De Schrijver - in zwarte pofrok, uitgerokken oranje 'marcelleke, verknipte blazer en te krappe, huidkleurige onderbroek - pleegt een aanslag op je lachspieren als le bourgeois gentilhomme Jourdain die met al zijn geld, zijn domheid en zijn blinde kunstpassie zichzelf belachelijk maakt (al verweeft Molière ook in dit stuk een mooie verhaallijn over geliefden die elkaar vinden). Op de wat zurige vraag wat de actuele waarde is van Molière, antwoordt tg STAN met de schaterlach. Poquelin II is zo ongemeen geestig! Niet alleen door wat er gezegd wordt, maar ook door het enthousiasme waarmee de acteurs, plastic fruit en degens in de hand, op de planken staan en door hoe de acteurs de interactie met het publiek subtiel aanzwengelen.Zo kreeg, tijdens de opvoering die wij bijwoonden, een toeschouwer die vrij ernstig bleef tijdens de voorstelling maar uiteindelijk toch in lachen uitbarstte, een ferme 'Ahaa! Ge hebt gelachen!' van De Schrijver toegeworpen. Diezelfde De Schrijver zat ook Frank Vercruyssen op de hielen nadat die laatste in de 'coulissen' - lees: achter het podiumpje - De Schrijver per ongeluk van zijn stoeltje duwde. Door het toeval zo gretig en alert te omhelzen, maken de spelers van elke opvoering van Poquelin II een uniek feest vol kolder en slapstick, van structuur voorzien door een van de beste komedieschrijvers ooit. Het is een feest en als kijker kun je alleen maar doen waar Parijzenaars in de zeventiende eeuw ook zo tuk op waren: schaterlachen, ook om jezelf, dankzij Molières grappen en fratsen. Smaakmaker: